Kerncentrales
Doel 3 en Tihange 2 worden tegenwoordig de ‘scheurtjesreactoren’ genoemd. Een
troetelnaam of iets waar we ons oprecht zorgen over mogen maken? In een
subcommissie nucleaire veiligheid heeft het Federaal Agentschap voor Nucleaire
Controle meer uitleg gegeven bij de opeenvolging van incidenten in de Belgische
kerncentrales. Het gaat om menselijke fouten, klinkt het. En dat zou niet
mogen. Hoe is het nu gesteld eigenlijk met de nucleaire veiligheid in ons land,
en wat zijn de noodplannen?
Volgens
het Duitse Max Planck-Instituut zal een kernramp zich alle 10 à 20 jaar
voordoen. West-Europa loopt het hoogste risico op radioactieve besmetting
gezien de dichte concentratie van kerncentrales en de hoge bevolkingsdichtheid.
De
Belgische kerncentrales staan vlakbij steden en dichtbevolkte regio’s
ingeplant. Zelfs indien radioactieve neerslag slechts een zone van 30 km rond
de kerncentrales zou besmetten, worden rond Tihange en Doel vijf en negen keer meer
mensen getroffen dan bij Fukushima.
Opvangcentra
zijn onvoldoende qua capaciteit. Indien alle inwoners in een straal van 10 km
rond Tihange zouden moeten geëvacueerd worden, moeten 85.000 mensen onderdak
vinden. Dit loopt op tot 840.000 voor een evacuatiezone van 30 km. Het grootste
opvangcentrum is de legerkazerne in Marche-en-Famenne, op zo’n 30 km van
Tihange. Het heeft een opvangcapaciteit van slechts 7.800 plaatsen.
De
nucleaire noodplannen houden geen rekening met spontane evacuaties uit gebieden
waar geen evacuatiebevel gegeven werd. Spontane evacuaties kunnen het goede
verloop van de noodplanning sterk verstoren.
In
de 20 km-evacuatiezone rond Fukushima bevonden zich 7 ziekenhuizen met 850
patiënten. In Doel zijn er 12 ziekenhuizen en 97 rusthuizen in de 20
km-evacuatiezone. Indien ziekenhuizen in een straal van 30 km zouden moeten
ontruimd worden, moet in het geval van Doel transport en opvang gezocht worden
voor meer dan 7.000 patiënten.
Deskundigen
vragen zich af hoe burgers in blootgestelde gebieden buiten de 20 km-zone, na
een massale uitstoot van radioactieve stoffen, voldoende snel aan jodiumpillen
kunnen geraken.
Het
Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle respecteert de richtlijnen niet die
het voor zichzelf heeft opgesteld.
Van
de 436 commerciële kernreactoren ter wereld zijn er slechts 11 ouder dan
veertig jaar, waaronder Doel en Tihange.
Het
aantal incidenten in de kerncentrale van Tihange is gestegen van geen of
hooguit een of twee, naar vijf in 2014 en al acht in 2015, waarvan zeven
incidenten in één maand tijd.
De
kost van een zware kernramp in de kerncentrale van Doel wordt geraamd op 200%
tot 370% van het BBP van België. In Japan kostte de Fukushima-ramp ongeveer 10
procent van het BBP.
Fukushima
De zeebeving en de daaropvolgende
tsunami van 11 maart 2011 veroorzaakte een nucleaire ramp rond de kerncentrale
Fukushima I in Okuma van Japan. De ramp eiste geen dodelijke slachtoffers ten gevolge van de straling op
zich. Doden die aan deze gebeurtenis en aan de tsunami gelinkt worden, zijn
ofwel een gevolg van een arbeidsongeval voor werkzaamheden op de kerncentrale,
als stressslachtoffers van de evacuatie of door elektriciteitsonderbrekingen
doordat de kernreactoren geen elektriciteit meer leverden aan het net. Het Internationaal
Atoomenergieagentschap waarschuwde in 2008 dat een grote aardbeving zou kunnen zorgen
voor grote problemen in de nucleaire installaties, omdat de
veiligheidsmaatregelen verouderd waren.
Geek.com
De kernramp in Fukushima heeft aangetoond hoe belangrijk een
vooraf georganiseerde en goed voorbereide nucleaire noodplanning is. Op een
chaotische wijze werden zo’n 170.000 mensen geëvacueerd, sommigen uit dorpen tot op bijna
50 km van de kerncentrale. “Voor de ramp
was er nooit gedacht aan een evacuatie op dergelijke schaal en ze was nog
minder voorbereid of geëvalueerd”, schrijven David Boilley en Mylène Josset
(ACRO) in een
studie. Het ongeval dat dienst deed als referentie om
de noodscenario’s op te baseren was het ongeluk in Three Mile Island in de Verenigde Staten in 1979. “Tsjernobyl
in 1986 werd gemakshalve omschreven als ‘typisch voor de Sovjet-Unie’, en zijn
er daardoor toen geen fundamentele lessen getrokken op het vlak van nucleaire
rampenplanning.”
Het
Duitse Max
Planck-Instituut heeft in mei 2012, dus
na de ramp in Fukushima, opnieuw geëvalueerd hoe waarschijnlijk het was dat
zich een ongeval van INES 7 zou voordoen. INES staat voor ‘International Nuclear and Radiological Event
Scale‘. De INES-schaal telt 7 graden, waarvan de eerste
drie (INES 1 tot 3) overeenstemmen met nucleaire incidenten, terwijl de laatste
vier (INES 4 tot 7) overeenstemmen met nucleaire ongevallen. De wetenschappers
van het instituut kwamen tot de conclusie dat de waarschijnlijkheid van een
dergelijk ongeval 200-maal hoger lag dan hoe ze vóór Fukushima was ingeschat.
Te verwachten valt dat een kernramp zich alle 10 à 20 jaar voordoet. Voorts
loopt West-Europa wereldwijd het hoogste risico op radioactieve besmetting
wegens een kernongeval, gezien de dichte concentratie van kerncentrales en de
hoge bevolkingsdichtheid.
Dichtbevolkt
De Belgische kerncentrales staan
vlakbij steden en dichtbevolkte regio’s ingeplant. Het wetenschappelijke
tijdschrift Nature berekende dat de kerncentrale van Doel, met
ruim 9 miljoen inwoners binnen een straal van 75 km, de Europese centrale met
het grootste aantal omwonenden is. Tihange staat op de vijfde plaats.
Stel, een ongeval van INES 7 zou
zich voordoen in Tihange of Doel. Zelfs indien radioactieveneerslag slechts een zone van 30 km rond de
kerncentrales zou besmetten, worden rond Tihange en Doel vijf en negen keer
meer mensen getroffen dan bij Fukushima. Is België voldoende voorbereid op een
ramp van een dergelijke omvang?
“Bij die gelegenheid zal rekening worden gehouden met de conclusies van
de oefeningen die geregeld worden gehouden, met de projectresultaten en met de
voortschrijdende visie op noodplanning en beheer van algemene én specifieke
crises. Ook de incidenten en/of de ongevallen die zich hebben voorgedaan,
worden in aanmerking genomen“, aldus Hans De Neef, coördinator van het
nucleair noodplan bij het Crisiscentrum.
Het
nationaal nucleaire noodplan bevat de algemene principes uit de internationale
aanbevelingen, zoals schuilen, inname van jodiumpillen en evacuatie. Het
bepaalt ook de interventiegrenzen voor elke beschermingsmaatregel en het bakent
geografisch de zones af waarbinnen de noodmaatregelen vooraf moeten worden
voorbereid, georganiseerd en ingeoefend. Het referentiescenario waarvoor de
hulpmaatregelen zijn uitgetekend is een kernramp van niveau 5 op de INES of
‘internationale nucleaire gebeurtenissenschaal’. De provincies zetten
vervolgens de algemene principes van het nationaal noodplan om in operationele
maatregelen in een Bijzonder Nood- en Interventieplan
(BNIP).
Noodplanningszones te beperkt
Volgens Boilley en Josset zijn de
Belgische noodplanningszones te beperkt. Noodplanningszones zijn de zones
waarbinnen interventiemaatregelen vooraf worden georganiseerd, voorbereid en
ingeoefend. Voor maatregelen als het bevel tot schuilen en het bevel tot
evacuatie van de bevolking zijn de officiële Belgische planningszones beperkt
tot 10 km rond de kerncentrales. “Deze planning
kan moeilijk beweren in te spelen op een zware ramp zoals in Tsjernobyl of
Fukushima, waarvan de impact de ontruiming vereist tot op 50 km van de
getroffen centrale in Japan, en zelfs nog verder in Oekraïne en Wit-Rusland.”
Het Belgisch nationaal noodplan
stelt dat de effectieve interventiemaatregelen zullen uitgebreid worden tot
buiten de vooraf bepaalde noodplanningszone van 10 km indien de radiologische
situatie dit vereist. Die maatregelen zijn echter niet voorbereid in een
operationeel BNIP.
Uitbreiding van de 10
km-noodplanningszone rondom Doel naar een effectieve interventie zone van 20 of
30 km betekent dat de stad Antwerpen, met een half miljoen inwoners, zonder
voorbereiding moet ontruimd worden. Hoe organiseer je hun transport, waar vang
je zoveel mensen op, hoe voorzie je hen op korte termijn van voedsel, hoe controleer
je hun besmettingsniveau, enz.?
“Een stad als Antwerpen kan je niet à
l’improviste evacueren“, laat Eloi Glorieux,
campagneverantwoordelijke Energie bij Greenpeace aan
het tijdschrift MO*
weten. “Elke stad heeft natuurlijk
zijn eigen rampenplan, en voor kleine incidenten zal dat wel werken. Dan kan je
een bepaalde straat evacueren. Maar bij een kernramp moet alles en iedereen
tegelijk geëvacueerd worden. Alle straten, alle scholen en bedrijven, alle
ziekenhuizen… Om de omvang van zo’n operatie duidelijk te maken: Antwerpen
heeft tienmaal zoveel ziekenhuizen als de getroffen zone rond Fukushima, met in
totaal 7500 bedden.” In Fukushima zijn er in 2011 geen doden door
directe straling gevallen, wel 60 doden bij onoordeelkundige evacuatie van
ziekenhuizen.
Evacuaties
“Een
belangrijke les van Fukushima is dat het belangrijk is om mensen vanaf de
eerste keer naar een locatie te verhuizen die voldoende ver van de getroffen
kerncentrale ligt”, merken Boilley en Josset op. “Anders riskeert men dat gezinnen opeenvolgende keren moeten verplaats
worden.” De recente BNIP’s voor Doel en Tihange blijken hier geen lering
uit te hebben getrokken.
Zo
bevinden de opvangcentra voor geëvacueerden voor de provincies Oost-Vlaanderen
en Antwerpen zich op nauwelijks 30 en 25 km van de kerncentrale van Doel. Het
grootste opvangcentrum is de legerkazerne in Marche-en-Famenne, op zo’n 30 km
van Tihange. Volgens het BNIP heeft het een opvangcapaciteit van 7.800
plaatsen. In hetzelfde BNIP worden het aantal mensen dat betrokken zal zijn bij
een basisevacuatie geschat op 8.800 tot 34.000, afhankelijk van de windrichting
van de radioactieve wolk. Indien alle inwoners in een straal van 10 km rond
Tihange zouden moeten geëvacueerd worden, moeten 85.000 mensen onderdak vinden.
Dit loopt op tot 840.000 voor een evacuatiezone van 30 km. Voor een ramp in
Doel ligt, als gevolg van de nabijheid van de stad Antwerpen, het aantal te
verplaatsen burgers nog veel hoger.
Noodplannen achterhaald
Glorieux geeft aan dat sommige
maatregelen van de nucleaire noodplannen achterhaald en inadequaat zijn,
aangezien ze uitgaan van een incident van het type INES 5. Zo wordt in de
plannen bepaald dat alle voertuigen en personen die de rampzone verlaten,
zullen worden gecontroleerd en ontsmet. “Hoe zal dat haalbaar zijn als steden zoals Antwerpen of Luik moeten
worden geëvacueerd? Beschikt men over voldoende ontsmettingstoestellen in geval
van massale evacuaties?“
De BNIP’s stellen dat vooraleer tot
de opvangcentra toegelaten te worden de geëvacueerden onderworpen worden aan
een radiologische controle. Het plan wijst er op dat hier vier meetportalen
voor beschikbaar zijn met een maximale capaciteit van 1.900 personen per dag,
terwijl bij een evacuatie van slechts een beperkt deel van de 10 km-zone rond
Tihange alleen al 8.800 mensen verwacht worden. Het plan vermeldt geen
drempelwaarde vanaf dewelke ontsmetting moet worden voorzien.
De
opvangcentra zijn volgens de huidige BNIP’s enkel bedoeld om de geëvacueerde
bevolking tijdelijk op te vangen, te identificeren, te controleren op
radioactieve besmetting en zo nodig te decontamineren, te voorzien van
maaltijden, medische en psychologische bijstand aan te bieden en
familiehereniging mogelijk te maken. Van daar moeten de geëvacueerden zo snel
mogelijk naar familieleden of vrienden in niet-besmet gebied gaan. Voor wie dit
geen optie is zal de overheid onderdak toewijzen. Boilley en Josset: “De overheid heeft echter nooit bekeken
hoeveel mensen op eigen kracht nieuw onderdak zouden kunnen vinden en voor
hoeveel gezinnen zou moeten worden gezorgd. De noodplannen houden ook geen
rekening met spontane evacuaties uit gebieden waar geen evacuatiebevel gegeven
werd.”
Spontane evacuaties
Na het ongeval in Three Mile Island
kregen zwangere vrouwen en voorschoolse kinderen het advies te evacueren in een
straal van 8 km. Op die manier hadden 35.000 personen moeten geëvacueerd
worden. In werkelijkheid besloten zo’n 200.000 mensen die in een straal van 40
km woonden, op eigen initiatief te vluchten. Spontane evacuaties kunnen het
goede verloop van de noodplanning sterk verstoren.
De rampoefeningen zijn volgens
Glorieux niet realistisch. Hij verwijst naar de Pegase-oefening die in 2012 in Tihange werd gehouden. “Hieruit bleek dat het ziekenhuis van Hoei
geen grootschalig scenario voor ogen had, maar louter uitging van een klein
incident waarbij alleen werknemers van de kerncentrale betrokken zijn. Er was
geen planning voor een massale evacuatie van het ziekenhuis.“
Hospitalen
Het Belgische noodplan voorziet in
het ter beschikking stellen van transportmiddelen voor scholen, ziekenhuizen,
rusthuizen, enz., binnen de 10 km-noodplanningszone. De instellingen zelf
moeten ook een intern noodplan hebben. Het is echter onduidelijk hoeveel van
die instellingen een uitgewerkt plan ingeval van een zware kernramp hebben, en in
welke mate het personeel er doordrongen is van zijn verantwoordelijkheid.
In de 20 km-evacuatiezone rond
Fukushima bevonden zich 7 ziekenhuizen met 850 patiënten, waarvan 400 zwaar
zieken die permanente zorgen nodig hadden. In geval van een kernramp in Doel of
Tihange ligt het aantal te evacueren patiënten in ziekenhuizen en rusthuizen
een pak hoger. Indien ziekenhuizen in een straal van 30 km zouden moeten
ontruimd worden, moet in het geval van een ramp in Doel transport en opvang
gezocht worden voor meer dan 7.000 patiënten.
Parlementswijk.be
Jodiumprofylaxe
Tsjernobyl leverde meer dan 5.000
officieel geregistreerde schildklierkankers op bij mensen die voor hun 18de
verjaardag werden blootgesteld aan de radioactieve wolk. Het innemen van
stabiel jodium maakt het mogelijk om de schildklier te beschermen door haar te
verzadigen en zo te vermijden dat ze radioactief jodium opneemt. Om effectief
te zijn moet het stabiel jodium zes uur vóór de inademing van de radioactieve
wolk worden ingenomen. Worden de jodiumpillen later ingenomen, dan vermindert
de doeltreffendheid. Vandaar dat het belangrijk is dat de mogelijk
blootgestelde bevolking de jodiumpillen bij de hand heeft.
In België voorziet het noodplan dat
jodiumtabletten preventief ter beschikking worden gesteld van gezinnen en
collectiviteiten (scholen, bedrijven, enz.) in een zone van 20 km rond de
kerncentrales. Buiten de 20 km-zone zijn er voorraden van stabiel jodiumtabletten
opgeslagen op enkele gecentraliseerde plaatsen, en apothekers worden
verondersteld om grondstoffen in voorraad te hebben om jodiumpillen aan te
maken.
In hun
studie vragen Boilley en Josset zich af hoe burgers in blootgestelde gebieden
buiten de 20 km-zone, na een massale uitstoot van radioactieve stoffen,
voldoende snel aan jodiumpillen kunnen geraken. “Zo is bijvoorbeeld de stad Namen, op minder dan 30 km van Tihange, 25
km van Fleurus en amper 40 km van Chooz, met meer dan 110.000 inwoners, niet
opgenomen in het plan van preventieve verdeling, hoewel deze stad zich op het
snijvlak van drie risicozones bevindt.”
Advies hoge gezondheidsraad
Het FANC is zich hier ook van bewust
en stelde in een eigen publicatie net voor de ramp in Fukushima: “In de praktijk wordt de notie van een
risicovrije zone dus virtueel en bijgevolg dient er in de mogelijkheid te
worden voorzien om het ganse territorium met jodium te bevoorraden.” Waarom
dringt het FANC er bij de overheid niet op aan om de predistributie van
jodiumpillen uit te breiden tot gans het Belgische grondgebied?
In verband met de verdeling van
jodiumtabletten werd op 11 maart 2015 een advies uitgebracht door de Hoge Gezondheidsraad. Hierin wordt aanbevolen om jodiumtabletten te verdelen in
een straal van 100 km rond de kerncentrales. Vandaag weigert men
jodiumtabletten te verkopen aan personen die buiten de zone van 20 km wonen.
Monique
Bernaerts van het federale Crisiscentrum wijst er op dat preventieve
maatregelen zoals de verdeling van jodiumtabletten
alleen maar mogelijk zijn als daarvoor geld wordt vrijgemaakt. Waarop David
Boilley repliceert dat in Frankrijk en Zwitserland de exploitanten van de
kerncentrales verantwoordelijk zijn voor het verdelen van de jodiumtabletten.
In ons land zou dat dus Electrabel zijn. “Die uitgaven vallen dus niet noodzakelijk ten laste van de
overheidsbegroting, zoals mevrouw Bernaerts beweert.“
Ouder dan 40
Van de 436 commerciële kernreactoren
ter wereld zijn er slechts 11 ouder dan veertig jaar, waaronder Doel en
Tihange. Volgens de Bond Beter Leefmilieu is er bijzonder weinig operationele
ervaring met oudere kerncentrales. “De
verlenging van de levensduur van de reactoren van Doel en Tihange tot 50 jaar,
waarvoor sommige beleidsmakers nog steeds blijven pleiten, is bijgevolg als een
spelletje Russische roulette: het kan goed aflopen, maar als het fout loopt, is
het wel faliekant.“
Volgens
cijfers van kamerlid Johan Vande Lanotte (sp.a) is
het aantal incidenten in de kerncentrale van Tihange gestegen van geen of hooguit een of twee,
naar vijf in 2014 en al acht dit jaar, waarvan zeven incidenten in één maand
tijd. Dat zijn zeer hoge cijfers, al valt daar wel de kanttekening bij te maken
dat kleine incidenten nu veel meer worden gemeld dan vroeger. “Een dergelijke opeenvolging van incidenten
is uitzonderlijk“, reageerde het FANC.
Calvo vs. Bens
Tijdens
de vergadering van de parlementaire
subcommissie voor de nucleaire veiligheid haalde federaal
volksvertegenwoordiger Kristof Calvo (Groen)
zwaar uit naar Jan Bens,
directeur-generaal van het FANC. “Ik
stel dat de heer Bens zich onder druk laat zetten door de federale regering.
[…] Op dit moment respecteert het FANC
de richtlijnen niet die het voor zichzelf heeft opgesteld, richtlijnen omtrent SALTO, voorafgaande aanpassingswerken en het
veiligheidsniveau van nieuwe centrales.” Volgens Calvo wil de regering
absoluut de levensduur van kerncentrales Doel 1 en Doel 2 verlengen, en plaatst
het FANC voor een onmogelijke kalender. “Ik zeg dus zonder schroom dat de heer Bens zich onder druk laat zetten
door de federale regering. Dat is niet goed voor de nucleaire veiligheid.“
Kristof Calvo
Op verschillende punten gaat Jan
Bens in tegen wat hij eerder gezegd had, en tegen wat het FANC eerder had
gezegd. In een bericht van het FANC van 15 oktober 2009
zegt men dat voor oude centrales voldaan moet zijn aan de meest recente veiligheidsvoorschriften,
alsof er een nieuwe centrale wordt gebouwd. Calvo: “Ondertussen moeten wij echter akte nemen van het feit dat de oude
centrales worden hersteld, maar dat het criterium van een spiksplinternieuwe
centrale niet meer geldt als criterium voor het FANC.“
Een tweede zaak is de vraag wanneer
de aanpassingswerken moeten gebeuren. Daarover heeft het FANC op 12 september
2014 in een persbericht gezegd dat die aanpassingswerken
moeten gebeuren voor de feitelijke levensduurverlenging. Die aanpassingswerken
zijn tot op heden niet gebeurd, en zullen pas plaatsvinden na de
levensduurverlenging.
SALTO
Ook rondom SALTO, komt het FANC zijn
afspraken niet na volgens Calvo. Het FANC doet beroep op de internationale
expertise van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat zijn lidstaten de
mogelijkheid van een peer review aanbiedt, de zogeheten SALTO-missie
(Safety Aspects of Long Term Operation). Het doel van een dergelijke
SALTO-missie is om de lidstaten bij te staan en te adviseren over de
veiligheidsaspecten van de langetermijnuitbating van een kernreactor.
Het FANC heeft altijd gezegd dat
SALTO voor de levensduurverlenging moet gebeuren. Vandaag gebeurt SALTO echter
na de levensduurverlenging. “Als u
stelt dat nucleaire veiligheid uw prioriteit is, terwijl de prijs, de
bevoorradingszekerheid en het welzijn en succes van de minister niet uw
criteria zijn, dan had u vastgehouden aan het feit dat SALTO moet plaatsvinden
voor de levensduurverlenging“, zei Calvo tegen Bens in de
subcommissie. Vandaag neemt het FANC evenwel vrede met het feit dat een
SALTO-missie zal gebeuren in 2017, twee jaar na de verlenging.
“Kortom, ten eerste, u hebt niets gedaan met
uw juridische adviezen. U laat ze passeren en creëert juridische onzekerheid
voor het agentschap. Ten tweede, u treedt de eerder door het agentschap
geformuleerde veiligheidsvoorschriften met voeten.“
Economische effecten
Greenpeace bestelde een studie om de economische effecten van een
kernramp in Doel te becijferen. Voormalig Bond Beter Leefmilieu kopstuk en
gewezen sp.a-parlementslid Bart Martens voerde die studie uit en kwam voor de twee
worst case scenario’s uit op een economische kost tussen 740 en 1400 miljard
euro. Dat is heel wat hoger dan de geschatte impact van de Fukushima-ramp in
Japan (215 miljard euro) of de gesimuleerde impact van een vergelijkbaar
ongeval in Frankrijk (430-760 miljard euro).
De kost van een zware kernramp in de
kerncentrale van Doel wordt geraamd op 200% tot 370% van het BBP van België. In Japan kostte de Fukushima-ramp
ongeveer 10 procent van het BBP.