BNP Paribas bewijst met hakbijl voor ouder personeel dat brugpensioen toch wel brandend actueel dossier is

BNP Paribas bewijst met hakbijl voor ouder personeel dat brugpensioen toch wel brandend actueel dossier is

Het akkoord binnen de Groep van Tien blijft nasmeulen: het omstreden brugpensioen werd daarin op 58 jaar gehouden. Dat is gigantische tegen de zin van Open Vld en N-VA, maar minister van Werk Kris Peeters (CD&V) minimaliseert het aantal mensen dat in aanmerking komt. Alleen, een nieuwe afvloeiingsgolf bij de Franse bank BNP Paribas in België, zet het thema weer erg hoog op de agenda.

Na Proximus, ING en Axa is BNP Paribas Fortis de zoveelste grote werkgever die vooral z’n ouder personeel kwijt wil. De komende drie jaar zijn ze van plan zo’n 2.500 banen te schrappen. De meeste via ‘natuurlijke weg’, gewoon het niet vervangen van mensen. Maar zo’n 1.000 personeelsleden van BNP Paribas moeten “uitstappen”, zoals dat heet in het jargon.

En daar ligt natuurlijk de sleutel. Vakbonden en de directie onderhandelen al maanden, nu kwam het nieuws naar buiten. Max Jadot, de CEO, wil dat de oudere werknemers vervroegd vrijwillig opstappen, en dat doen vanaf 58 jaar. Echt vrijwillig is dat vertrek natuurlijk niet: het gebeurt volgens de vakbonden onder grote druk, met het mes op de keel.

De case van BNP Paribas komt op een moment dat heel de discussie over brugpensioen, of technisch ook wel SWT genoemd, weer fel oplaait. Maandagnacht bereikten de vakbonden en werkgevers in de Groep van Tien een akkoord over de lonen die mogen stijgen. Maar wat het meest in het oog sprong bij de deal, is dat er opnieuw sprake is van brugpensioen, dat verder blijft bestaan.

Al jaren clash binnen de regering

Nochtans was het een dossier waarover de centrumrechtse regering een duidelijk standpunt had ingenomen: beneden de zestig jaar kon dat niet meer. Want op een moment dat er enorme krapte op de arbeidsmarkt is, zeker in Vlaanderen, valt het niet uit te leggen dat je systematisch de oudere werkgevers op non-actief zet en uit de arbeidsmarkt duwt.

Binnen de regering bleef het daarover vijf jaar lang kibbelen geblazen: Open Vld en N-VA drongen er telkens op aan, terwijl minister van Werk Kris Peeters (CD&V) wel plechtig beloofde om het af te bouwen, maar in praktijk telkens opnieuw op de rem ging staan. De werkgevers en vakbonden beslisten maandagnacht om te raken aan de leeftijd van 60 jaar, en laten die opnieuw zakken tot 58 jaar voor brugpensioen. Tot midden 2021 zouden sommige bedrijven dat SWT dan toch vanaf 59 jaar mogen geven.

Peeters sprong de afgelopen dagen ook in de bres voor de Groep van Tien, waarbij hij hun akkoord met hand en tand verdedigde. Eerst klonk het dat critici als Egbert Lachaert, kamerlid van Open Vld, “beter eerst eens de details van het akkoord bekijken, voor het af te branden”, en vervolgens was de uitleg “dat het SWT maar om een tweehonderd dossiers zou gaan”.

Wie betaalt de rekening? De werkgevers, of de belastingbetaler?

Het dossier van BNP Paribas komt nu wel op een erg symbolisch moment. Want de bank maakt het toch wel heel tastbaar: opnieuw kiest een grootbank, met miljarden winsten, ervoor om oudere werknemers op straat te zetten. En de rekening is uiteraard voor de maatschappij, die uiteindelijk mee allerlei uitstapregelingen moet betalen. Volgens verschillende bronnen zou het gaan om zo’n 800 werknemers, voor wie een uitstapregeling voor oudere werknemers vanaf 58 jaar zou worden uitgewerkt.

Vandaag zal het dossier ongetwijfeld ook opnieuw op de agenda komen in de Kamer, waar Open Vld, N-VA en CD&V waarschijnlijk opnieuw zullen clashen.

Gesponsorde artikelen