“Burgerschap leer je niet op een schoolbank maar in de praktijk” 

“Burgerschap leer je niet op een schoolbank maar in de praktijk” 

Toen ons land getroffen werd door de aanslagen in Brussel zaten vele kinderen al op school. Waarschijnlijk werd er in de klassen gepraat over de gebeurtenissen, maar achteraf bleven zowel leerkrachten als leerlingen nog met vragen zitten. 

De aanslagen van 22 maart gaven aanleiding tot een debat over de rol van het onderwijs, maar illusies maakt men zich niet. Goed onderwijs kan aanslagen en haat niet voorkomen. Wel kan het jongeren bewustmaken van de voordelen van democratie en het belang van burgerschap. Een omgeving waarin goed gepraat kan worden en veel vragen kunnen worden gesteld, geeft een groter kader mee op langer termijn.

Het is belangrijk eerst een rustige sfeer te creëren vooraleer het over moeilijke onderwerpen te hebben. Het Katholiek Onderwijs Vlaanderen gaf daarom een handleiding voor leerkrachten uit. Vragen en stellingen van de leerlingen die vaak terugkeren zijn: “Waarom stoppen we de vluchtelingenstroom niet?” of “Het Westen heeft het zelf gezocht door zijn superioriteit en zijn oorlog in Syrië en elders.”

Inbreng van leerlingen

In de handleidingen worden tips aangereikt hoe een antwoord op te bouwen. Bij dergelijke discussies is respect het sleutelwoord. Leerkrachten moeten vooral onthouden dat het gaat om kinderen die niet altijd goed begrijpen wat er juist aan de hand is. “De valkuil is natuurlijk dat je jezelf laat raken, boos of emotioneel wordt enzovoort. Dat staat een beredeneerd pedagogisch handelen in de weg”, klinkt het in de handleiding van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

“Vertrouwen in leerkrachten is nodig. Iedereen heeft een eigen manier maar angst zaaien gebeurt allerminst”, zegt Gert-Jan Ter Vrugt, een jonge leerkracht in het Freinet-onderwijs. “De Freinet-ideologie steunt op de inbreng van leerlingen. Na zo’n gebeurtenis is dat niet anders. Als leerkracht luisteren we dan vooral naar wat uit de groep komt, eerder dan zelf dingen aan te brengen.”

Moslim-zijn

Volgens het Katholiek Onderwijs Vlaanderen is het belangrijk dat islamitische scholen en moslimleerlingen niet expliciet om hun mening wordt gevraagd op basis van hun moslim-zijn. Leerkrachten moeten benadrukken dat de islam niet de oorzaak is van de moorden.

Als leerkracht is het daarom geen slecht idee om samen met de leerlingen te focussen op de talrijke positieve boodschappen die de islam te bieden heeft. Geen moeilijke zoektocht: leerkrachten kunnen vertellen over de zakat, de verplichte gift aan armen om te streven naar een meer rechtvaardige verdeling van goederen.

Normaal-radicaal

Het Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie (BCH) organiseert vormingen voor leerkrachten om hen inhoudelijk te ondersteunen bij moeilijke thema’s. Onlangs organiseerde het comité online seminaries rond het thema ‘normaal-radicaal’.

“Tijdens zo’n seminaries durven we kritische vragen stellen: ‘Is radicalisering eigenlijk wel zo’n recent fenomeen?’, ‘Zijn radicale ideeën soms nodig?’ en ‘Worden we zelf niet radicaler door ons blind te staren op hoe ‘de ander’ radicaliseert?’”, aldus Simon Schepers van het BCH. “Na aanslagen zoals in Brussel is het belangrijk dat de leerkracht geen rondje ‘waarheid verkondigen’ houdt. Leerkrachten moeten vooral luisteren en vertrouwen scheppen.”

Interlevensbeschouwelijk

Een goede opvolging is broodnodig. Vooral levensbeschouwelijke vakken bieden ruimte om te praten over zulke onderwerpen. Maar ook over die vakken heerst veel discussie. Blijven de aparte levensbeschouwelijke lessen bestaan of wordt het een gemeenschappelijk vak?

Het GO! Onderwijs ging alvast aan de slag met een interlevensbeschouwelijk vak. In een proefproject brachten vier scholen zes uur per jaar de levensbeschouwelijke vakken samen. ”De leerkrachten kiezen hoe en in welke periode ze de zes uren gebruiken en of ze een link leggen naar andere vakken”, legt Sarina Simenon van het GO! Onderwijs uit.

In januari 2016 stelde het GO! Onderwijs zijn vernieuwd pedagogisch project voor dat vertrekt vanuit de baseline ‘Samen leren samenleven’ en meer dan ooit inzet op verbinding.

LEF

Misschien brengt dat in de toekomst wel het idee van filosoof Patrick Loobuyck voort. De professor levensbeschouwing pleit voor een verplicht vak dat alle leerlingen uit alle onderwijsnetten twaalf jaar lang gedoceerd krijgen: een zogenaamd LEF-vak (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie).

Dat vak gaat breder dan alleen levensbeschouwing en zet ook in op morele vorming, filosofie, kritisch denken en burgerschapseducatie. Daarnaast zou ruimte zijn voor aparte godsdienstlessen, aldus Loobuyck. “Het vak geeft denkkaders mee zonder meer. Wil een jongere later aan actief burgerschap doen? Goed. Wil hij zich terugtrekken en in zijn kamer bloemetjes schilderen? Even goed.”

Onderwijs is een gemeenschapsbevoegdheid wat zich uit op vlak van levensbeschouwelijke vakken. ”In Wallonië besliste men om in de toekomst de helft minder tijd aan levensbeschouwelijke vakken te besteden. In plaats van twee uur, wordt er nu nog maar een uur levensbeschouwing gegeven. Het resterende uur gebruikt men voor een vak over filosofie en burgerschap. Aan de andere kant van de taalgrens loopt men dus voor op dat vlak”, geeft Loobuyck mee.

Burgerschap  aanleren

De vraag naar meer burgerschap klinkt niet alleen bij Patrick Loobuyck. Ook Caroline Gennez (sp.a) pleitte in een opiniestuk in Knack voor een vak burgerschap. Vandaag valt dat onder de vakoverschrijdende eindtermen (VOET) en die zijn nogal vaag. Of het thema burgerschap aandacht krijgt in de les, hangt bijgevolg sterk af van leerkracht tot leerkracht.

Volgens Gennez worden in levensbeschouwelijke vakken wel gepraat over waarden en identiteit. “De paradox wil nu dat men precies voor deze lessen op basis van geloof of levensbeschouwing niet samen zit. Van gedeeld burgerschap is er dan weinig sprake”, liet ze optekenen. ”Een school is dé maatschappelijke dienstverlener bij uitstek. Daarom mogen we best wel hoge eisen stellen en zeker voor burgerschapseducatie. Het aanleren van burgerschap is geen wondermiddel, wel is het een goeie basis om in dialoog te gaan.”

De Vlaamse regering wil jongeren zien ontwikkelen tot actieve, betrokken burgers. “Burgerschap gaat heel breed en begint vroeg. Kleuters leren sorteren valt daar bijvoorbeeld ook onder”, vindt ook Sarina Simenon van het GO! Onderwijs.

Maar wat is burgerschap juist? ”Onder ‘burgerschap aanleren’ wordt soms het aanleren van een soort staatspedagogiek verstaan, maar dat is niet de bedoeling. Het gaat over de principes waarop onze samenleving is gebouwd: vrijheid van meningsuiting, scheiding der machten, gelijkheid enzovoort. We gaan er te veel van uit dat iedereen warm loopt voor democratie maar de praktijk toont aan dat dit niet zo is. Ik vind dat we moeten blijven herhalen wat onze liberale democratie is en wat de voordelen zijn. De nieuwkomersverklaring is het levende bewijs dat we er in België alles aan willen doen om nieuwkomers te laten beloven dat ze zich zullen aanpassen. Maar we vergeten de grootste groep nieuwkomers: onze kinderen. Een democratische ingesteldheid moet je leren, je wordt er niet mee geboren”, aldus Patrick Loobuyck.

“Product van strijd”

“Net zoals bijvoorbeeld onze sociale zekerheid, is democratie een product van strijd. We moeten bewust blijven van de voordelen van democratie tegen over andere beleidsvormen. Een boodschap die we duidelijk moeten overbrengen aan kinderen”, zegt Caroline Gennez.

De Vlaamse Jeugdraad is al lang bezig met dit thema. Jongeren geven immers zelf al jaren aan dat er nood is aan meer maatschappelijke en politieke vorming op school. In 2013 stuurde de Vlaamse Jeugdraad een advies naar de Vlaamse Regering.

“Wij willen deze twee eigenschappen ingebed zien in de structuur. Vandaag komen ze toevallig meer of minder aan bod omdat het verkiezingen zijn of omdat de leerkracht toevallig belangstelling heeft voor politiek”, meent Nozizwe Dube van de Vlaamse Jeugdraad.

Concreet zou dat kunnen door meer te debatteren op school, sociale stages aan te bieden en leerlingen sterk te betrekken in het schoolbeleid. “Sociale stages werden ook al voorgesteld in het kader van de onderwijshervormingen”, vertelt Gennez. ”Burgerschap leer je niet op een schoolbank maar in de praktijk.”

© 2016 – C.H.I.P.S. StampMedia – Flore De Pauw

Gesponsorde artikelen