De regels voor de toekomstige PVDA-parlementsleden zijn er … en ze zijn wel zéér streng

De regels voor de toekomstige PVDA-parlementsleden zijn er … en ze zijn wel zéér streng

Het ziet ernaar uit dat de extreemlinkse PVDA/PTB in 2019 een groter aantal zetels zal veroveren. De regels om die parlementsleden aan de doctrine van de partij te houden, zijn er al … en ze hangen met de ijzeren ketting vast aan het communistische gedachtegoed. 

Volgens de recente peiling van De Standaard, de VRT, de RTBF en La Libre halen de communisten van PVDA/PTB bij de verkiezingen van 2019 14,9 procent in Wallonië, 5,1 procent in Vlaanderen en 9,7 procent in Brussel. Moesten het nu verkiezingen zijn, zouden de PVDA’ers dus heel wat meer zetels krijgen in het parlement. Momenteel heeft de partij twee parlementsleden in het Waals Parlement, twee in de Kamer en vier in het Brussels Parlement. Maar die vertegenwoordigers moeten zich strikt aan het dogma van de partij houden. Zo krijgen militanten, als ze tot de partij toetreden, meteen de congresteksten van 2015 voorgeschoteld. Dat schrijft De Standaard. Daarin staat vermeld dat “volksvertegenwoordigers in dienst van het volk leven en werken”.

Het is al langer bekend dat parlementsleden van de communistische partij tussen de 1.500 en 1.700 euro netto verdienen. De rest van hun loon (bruto zo’n 8.000 euro) moeten ze aan de partij afgeven. En ze zijn niet alleen: in 2016 was slechts 24 procent van het PTB-budget afkomstig van partijfinanciering via de overheid. Waar komen hun overige inkomsten vandaan? Afdrachten van de leden.

getty

Nationale Raad heeft touwtjes in handen

Nu blijkt ook dat de parlementsleden verre van autonoom handelen, zelf kopstuk Raoul Hedebouw niet. Ze moeten zich rechtstreeks verantwoorden aan de Nationale Raad en het partijbureau. Met het beperkte aantal communistische volksvertegenwoordigers is het momenteel nog gemakkelijk om de touwtjes in handen te houden. Maar als de gepeilde groei in 2019 uitkomt, zal dat een pak lastiger worden, zelfs als de parlementsleden van goede wil zijn. Zo kunnen ze voor eender welke kwestie op elk moment een microfoon onder de neus geduwd krijgen. Ook voor thema’s waarover binnen de partij nog geen duidelijk standpunt is.

“Mijn persoonlijke mening? Dat moet u aan Filip Dewinter vragen”, antwoordde voormalig Vlaams Belang-parlementslid Marleen Govaerts ooit op een vraag in de Kamer. Binnenkort een bisnummer vanuit extreemlinkse hoek?

Partij bepaalt koers

In de congresteksten staat ook te lezen dat de PVDA/PTB erg inzit met “het gevaar dat de macht in een arbeiderspartij verschuift naar de parlementsleden van de partij, ten koste van de democratisch verkozen structuren van de partij zelf”. “De parlementsleden beginnen dan de politieke oriëntatie uit te stippelen en het zeggenschap van de partij komt bijgevolg steeds meer bij hen te liggen”, klinkt het.

“We willen ermee voorkomen dat mensen helemaal opgenomen worden in de bubbel van het parlement”, legt PVDA-voorzitter Peter Mertens verder uit in De Standaard. “Een belangrijk criterium om boven aan de lijst te staan, is een goede inplanting in een wijk of op de werkvloer. Alleen zo kunnen ze voelen wat er leeft en in het parlement een andere stem laten horen. Straat-raad-straat, daar gaat het om, terugkoppelen. Onze parlementsleden zijn een tussenschakel in de strijd, niet het eindpunt.” Mertens vindt naar eigen zeggen dat discipline belangrijk is. “Anders zijn we niet meer dan los zand, de hype van 2019.”

In het congresboek klinkt eenzelfde geluid: “Onze verkozenen gaan uit van wat leeft in de wijk, op de werkvloer, in de verenigingen. Hun interventies staan ten dienst van de sociale strijd, niet omgekeerd.”

twitter @peter mertens

Gesponsorde artikelen