De Vlasmarkt, het gouden speenvarken van de Gentse Feesten

De Vlasmarkt, het gouden speenvarken van de Gentse Feesten

De eerste nacht van de Gentse Feesten zit er nog maar op en mijn bioritme is al naar knoppen. Gelukkig is de roep van de nacht sterker dan de dictatuur van mijn inwendige klok. Voor een afgod als de Gentse Feesten brengt een mens graag offers.

Godverdomme, dat begint goed: ik heb mij overslapen. Mijn wekker stond ingesteld om 3.45 uur, maar mijn onderbewustzijn heeft hem uitgeschakeld, zodat ik twee uur te laat wakker word. Het eerste licht is al over de horizon gekropen. ’t Is de schuld van mijn eigen, ik ben tot een stuk in de nacht gaan kanovaren op de Gentse binnenwateren.

Gezellig, hoor, pintjes drinken terwijl je op een boot dobbert. Geen last van de drukte en bij regen schuil je gemakkelijk onder een brugje. In een kano klinkt de exotiek van Polé Polé nog altijd even ellendig, maar met enkele peddelslagen maak je je snel uit de voeten. Per boot de Gentse Feesten bezoeken is kortom een uitstekend idee. Behalve wanneer je hoopt toe te komen met amper twee uur slaap. Dan zegt je bioritme: “Fuck off, klootzak, speel met een ander zijn voeten.”

Er staat iemand schaamteloos te zeiken tegen een afrastering. Vast een bankier, want hij draagt een kostuum

Om kwart na zes stap ik van de tram, twee plassen overgeefsel verwelkomen mij in het centrum. Ik vraag me af hoeveel de politie eigenlijk aanrekent voor wildkotsen. Voor wildplassen factureren ze tegenwoordig 120 euro, lees ik op één van de lichtborden waar continu waarschuwingen en stichtende boodschappen op verschijnen. Ik laat mijn blik zakken en zie dat er zowaar iemand schaamteloos staat te zeiken tegen de afrastering rond het lichtbord. Vast een bankier, want hij draagt een kostuum.

Loensende blik

Terwijl ik de Vlasmarkt nader, poetst Ivago de omliggende straten weer schoon. Enkel op de Vlasmarkt zelf is het feest nog aan de gang, elders is de nieuwe dag al begonnen. Chance dat de nacht dit jaar weer wat langer mag duren op de Vlasmarkt: vorig jaar moesten de dj’s hun draaitafels om 7 uur stilleggen, nu mogen ze tot 8 uur voor geluidsoverlast zorgen. Dat geeft mij net genoeg om tijd om een verzameling personages te verzamelen voor dit verslag.

Het eerste personage dat ik spot, heet Claus. Het is een vriend die te herkennen is aan zijn vuurtorenachtige verschijning, zijn loensende blik en zijn neiging om andermans geld te investeren in Irish coffee. Onze maat Jakob staat ondertussen aan te schuiven aan de toog.

Hoerige wijven

“Wat mag het voor u zijn?”, vraagt het barmeisje.

“Bier!”, zegt Jakob zonder te twijfelen.

“Hoeveel bier?”, polst het meisje.

“Hoeveel?”, herhaalt Jakob verbaasd. “Euh, duust!” Hij denkt even na, beseffend dat duizend bekertjes moeilijk te dragen zijn. “Of neen, doe maar een stuk of zeven.”

Ook het personage Matthias is één van de ontvangers van dat bier. Matthias heeft een haat-liefdeverhouding met zichzelf, met de mensheid en met zijn rol van jaarlijks terugkerend personage in mijn verslagen van de Gentse Feesten. “Schrijf op!”, beveelt hij. “Na tien jaar is iedereen hier nog even schaamtelijk. Het loopt nog altijd vol dikke trutten en hoerige wijven.” Maar wanneer een meisje goeiedag komt zeggen, is hij plots weer poeslief. Zo gaat dat bij complexe persoonlijkheden.

Claus schiet om de een of andere reden in de lach. “De max”, giert hij. “Iedereen is gewoon te zat om recht te staan.”

Het oordeel over wat recht en scheef staat, laat je echter beter niet aan hem over, want hij onthult dat hij lijdt aan het syndroom van Marc Reynebeau. Wat wil dat zeggen, wil iedereen weten. “Dat ik zwaar gehandicapt ben aan mijn ogen”, onthult Claus. “Onlangs was ik bij de oogspecialist omdat mijn bril versleten is en die heeft me doorverwezen naar iemand die nog méér gespecialiseerd is. Blijkt dat ik eigenlijk lenzen zou moeten dragen, maar geen enkele lens past op mijn oogbollen. Voor de meeste mensen voelt een lens als een stofje, bij mij is het een klomp. Toen ik lenzen ging passen, hebben ze mijn ogen moeten verdoven.” Om zijn verhaal te benadrukken tolt hij vervaarlijk met zijn ogen, wij deinzen verschrikt achteruit.

Claus schiet in de lach: ‘De max. Iedereen is gewoon te zat om recht te staan.’

Vanuit de wildernis van de Vlasmarkt komt opeens Michiel opdagen. Michiel is een West-Vlaming die met een Nederlands accent spreekt en dat heeft hij te danken aan zijn werkzaamheden als journalist voor de VPRO. Helemaal vanuit het Lage Noorden is hij weer naar Gent afgezakt. “Normaal gezien zou ik pas donderdag komen, maar ik heb al mijn afspraken afgezegd en ben naar hier gereden. Ik móést hier zijn.”

Copuleren

“Om te feesten?”, vraag ik.

“Neen”, zegt hij. “Ik moest hier gewoon stáán, tussen de mensen.” Hij wijst naar de urinoirs. “Ik moest dáár gaan pissen. Het is voor de hele Vlasmarkt met alles erop en eraan dat ik hier ben, niet gewoon voor het feest. Snap je?”

“Ik denk het min of meer wel”, lieg ik. “Wel stoer dat je toch naar hier bent gereden.”

“De mensen met wie ik vandaag een afspraak had, zullen nu ongeveer mijn mail lezen dat ik hier sta”, zegt hij.

Er komt plots iets in mijn oor hijgen. Ik draai me om en zie – ik moet even schrapen in mijn geheugen naar haar naam – Nathalie. “Ik heb vandaag een schildpad zien copuleren”, zegt ze. “Met een schoen! Een roze Croc!” Ze begint weer met haar kortademige gehijg.

Ideologisch pakje boter

“Stoer, een neukende schildpad! Heb je die gezien langs de Leie?”

“Neen, op YouTube”, geeft Nathalie toe.

Dat valt me dan toch wat tegen van haar, zodat ik zap naar een ander gesprek. Ene Thijs komt een praatje slaan. Hij identificeert zich als een socialist, maar dan een realistische. “Vraag mij eens uit over het socialisme, kom”, daagt hij me uit om een deuk te slaan in het slappe pakje boter dat zijn ideologie is.

“Pff, je uitvragen over het socialisme? Allez, goed: noem mij één land waar het communisme of iets dat erop trekt al ooit gewerkt heeft?”

“Venezuela!”, antwoordt Thijs meteen.

“Venezuela? Een land dat er ondanks zijn olievoorraden niet eens in slaagt om voldoende schijtpapier te voorzien voor de bevolking. Ha!”, lach ik schamper.

“Jamaar, je moet niet alles zo zwart-wit bekijken”, probeert Thijs nog, maar zijn ideologisch pakje boter is op de kasseien van de Vlasmarkt uit elkaar gespat.

Openbaring

Terwijl Thijs afdruipt, komt Nathalie me interpelleren over mijn groene hemd uit de A.S. Adventure. “Waarom draagt ge dat eigenlijk?”, vraagt ze.

“Omdat dat een praktisch hemd is”, zeg ik. “Kijk, ik kan er mijn gsm gemakkelijk in opbergen.”

Nathalie is niet overtuigd en haalt met veel gebaren haar neus op. “Ge zijt precies een blauwhelm op vredesmissie”, oordeelt ze. Wel, daar heeft ze een punt: dat is precies hoe ik mij hier meestal voel op de Vlasmarkt.

Omdat Nathalie erin geslaagd is mijn bier sneller uit te drinken dan ik dat zelf kon doen, ga ik maar weer aanschuiven aan de toog. Michiel komt mee aanschuiven. Ik zie dat hij een openbaring heeft klaarzitten. “God heeft gezegd dat we geen gouden kalf mochten aanbidden”, begint hij. “Maar de Gentse Feesten zijn een speenvarken. En de mensen krijgen er niet genoeg van. Nog een schelleke? Hop, en we leggen nog een speenvarken op het vuur. En zo gaat dat hier maar door.” Speenvarkens, welaan.

Mensenhandel

Heb ik al vermeld dat er een heel vernieuwd toiletkot staat op de Vlasmarkt? In de plaats van drie betalende potten zijn er nu veertien voor niets. Een hele verbetering voor vrouwen die nodig hun patatjes moeten afgieten. Ik vraag aan een experte wat zij ervan denkt. Professioneel is zij bezig met hygiëne thuis en daarbuiten, en die kennis kan ze evengoed toepassen op de nieuwe wc’s van de Vlasmarkt.

“Ze zijn de max”, bevestigt Ann. “Gratis en je moet niet aanschuiven. Toch heb ik vannacht al voor de deur van de Meprosch geplast.”

“Wat is de Meprosch?”, vraag ik.

“Ah, dat is de cel Mensenhandel, Prostitutie en Schijnhuwelijken van de lokale recherche”, legt Ann uit.

“Wow, dat zijn dus de flikken? En gij zijt daar gaan pissen?”

“Het was zeer dringend”, verklaart Ann in eer en geweten. “En een vrouw moet pragmatisch zijn: het was het donkerste hoekje van de straat.”

Barmhartigheid

Op de Vlasmarkt is het ondertussen alweer veel rustiger. Je kunt makkelijk tussen het volk laveren, wat ik zomaar even doe, weet ik veel waarom. Het lot stuwt mij vooruit, zeker? Alsof de voorzienigheid ermee gemoeid is, steekt Nicolas Marichal van het Botramkot mij een boterham met uufflakke in mijn poten. Joepie juij!

Wanneer ik terug aan mijn kant van de Vlasmarkt sta, zo ongeveer ter hoogte van de Kinky Star, krijgt Nathalie mijn ontbijt in de smiezen. Ze probeert mee te eten. Uit barmhartigheid scheur ik haar enkele korsten af, maar dat gebaar kan ze maar matig appreciëren. Toch is ze zo vriendelijk om mijn pint uit mijn handen te nemen, zodat ik rustig kan eten. Dat zij ondertussen mijn pint leegdrinkt, vindt ze helemaal billijk. “Wil je die even vasthouden?”, vraagt ze wanneer ze iets uit haar sacoche wil opdiepen. Allez, ik kan tenminste nog het bodempje van mijn allerlaatste pintje opdrinken.

De muziek is ondertussen gestopt, het volk begint af te druipen. In de marge van de Vlasmarkt moeten de flikken bemiddelen tussen jongeren die een ruzie het liefst met hun vuisten zouden uitklaren. Adrien Cocquyt poogt het conflict op te lossen door geld in te zetten op één van de twistende partijen.

Zijn broer Edmond Jr., de niet-benoemde nachtburgemeester van Gent, blijkt ondertussen geen stem meer te hebben. “Ik ben naar de kloten”, grijnst hij nauwelijks verstaanbaar, maar voldaan. Na die boodschap van algemeen nut verdwijnt hij in de coulissen.

De diehards die nog een laatste pintje verlangen, zakken af naar L’Enfant Terrible, het café bij Sint-Jacobs waar vergaderd wordt voor de afterparty. Het terras van vroeger is niet meer. In de plaats staat er een kooi met een buitenwipper. Honderden mensen persen zich hier opeen, maar ik pas voor deze aanfluiting van feestelijkheid. Dat mensen zich zo gemakkelijk laten opsluiten begrijp ik niet. Maar ach: geef ze brood, spelen en een speenvarken, en ze zijn perfect gelukkig in gevangenschap.

‘Ik ben naar de kloten’, grijnst Edmond Cocquyt Jr. nauwelijks verstaanbaar, maar voldaan

De Graslei van op het water: mooi, alleen jammer van het lawaai van Polé Polé

Hoe blijft Rubens kapsel na een hele nacht feesten zo in vorm? Hij zet geen pinten op zijn kop

Met de waardigheid van een paus neemt de nachtburgemeester afscheid van het volk

Op de Vlasmarkt kom je je beste vrienden tegen, al weet je een dag later niet meer wie ze zijn

De man die de urinoirs komt kuisen, zou graag nog een meter of twee verder staan

Een beerkar op de Vlasmarkt? Dat is vragen om geënterd te worden door dronkaards

Een man met een allochtone migratieachtergrond maakt etnische gebaren terwijl Adrien Cocquyt omhoog probeert te klimmen

Met hun beerkar hebben de piraten van de Vlasmarkt een mooie buit gekaapt

Sfeerbeheerder Franky wuift iedereen vrolijk uit. Dankzij hem keren we morgen tevreden terug

Zolang er bier is, laten zatlappen zich gewillig opsluiten in een kooi

Gesponsorde artikelen