Een ode Steven Bochco, de man die televisie maken tot een kunst verhief

Een ode Steven Bochco, de man die televisie maken tot een kunst verhief

Steven Bochco stuurde met ‘Hill Street Blues’ een schokgolf door de televisiewereld en veranderde die wereld van binnenuit. Hij verhief een medium waar lang op werd neergekeken tot kunst en effende zo het pad voor een gouden tijdperk in televisie. Een ode aan Steven Bochco.

Steven Bochco overleed op 1 april van dit jaar op 74-jarige leeftijd, maar zijn dood was geen groot nieuws, al zeker niet in onze contreien. Hij zal dan ook niet passeren in de jaarlijkse ‘deze mensen zijn dit jaar overleden’-lijstjes die we naar onze kop geslingerd krijgen. Maar dat zou wel moeten, want hij lag mee aan de basis van de derde Golden Age of Television en zorgde er zo mee voor dat we klassiekers als The Sopranos, The Wire, Mad Men en Breaking Bad te zien kregen.

David Chase, David Milch en David Simon (door ons wel eens de heilige David-Drievuldigheid genoemd), maar ook Matthew Weiner of Vince Gilligan. Alle grote showrunners van de afgelopen decennia hebben hun job te danken aan Steven Bochco. Hij revolutioneerde de televisiewereld en deed dat eigenlijk allemaal met één serie: Hill Street Blues.

NBC ten einde raad

Bochco werd niet altijd gezien als de vernieuwer die we nu kennen. Hij was al 34 wanneer hij door toenmalig MTM-oprichter en -baas Grant Tinker werd binnengehaald om een nieuw politiedrama te gaan maken. Bochco had zichzelf dan, noodgedwongen, tot een machine gemaakt; een machine die scripts voor cop shows uitspuwde wanneer dat nodig was. Maar ‘noodgedwongen’, want een eigen hitserie lanceren, was hem nog niet gelukt.

Hoewel hij dus nog niet echt grote successen had gekend, kende hij z’n eigen waarde maar al te goed. Hij wist ook wat hij wou, en vooral wat hij niet wou. En nog maar eens een politiedrama, dat stond op de ‘njet‘-lijst. Dat gevoel verergerde alleen maar toen Grant ‘m toch zo ver kreeg en Bochco Paris maakte. De detectivereeks, met een jonge James Earl Jones in de hoofdrol, werd al na één seizoen geschrapt door CBS.

Maar klant was koning, en NBC wou een politiedrama. Maar de omstandigheden zorgden ervoor dat Bochco, samen met Michael Kozoll, deze keer wel ‘ja’ zei. “We waren al heel laat in de televisiecyclus en dus waren ze wanhopig”, verklaarde Bochco achteraf. “Dus we hadden wel een sterke positie in de onderhandelingen.” Bochco en Kozoll stemden dus wel in, maar op één voorwaarde: ze wilden volledige autonomie. NBC, ten einde raad, ging akkoord.

Een Trojaans paard

Wat Bochco en Kozoll tien dagen later voorschotelden aan NBC wordt nog het beste omschreven door televisiecriticus Brett Martin in z’n passend getitelde boek Difficult Men: een Trojaans paard, “een show die door het droogjes vervullen van de commerciële vragen van het netwerk (en de kijkers) de bedenkers de vrijheid gaf om iets veel rijker te maken”. NBC kreeg wat ze hadden gevraagd: een politiedrama. Maar ze kregen zo veel meer.

De pilootaflevering van wat toen nog Hill Street Station noemde, was baanbrekend op zowat alle vlakken. “Het stelde de werkplaats voor als een soort surrogaatfamilie. Het bracht komedie en drama samen. De vele, personage-gedreven verhaallijnen behandelden sociale en politieke kwesties”, legt Martin uit. “En tegelijkertijd toonde de visuele stijl van de show – hyperrealistisch met een bewegende camera en een overlappende soundtrack – veel gelijkenissen met het decennium van de nieuwe Amerikaanse film dat net gepasseerd was.”

Kritiek

NBC was echter niet blij. De pilootaflevering werd door een testpubliek met de grond gelijk gemaakt. De kritieken op de show lijken nu echter, gek genoeg, een blauwdruk van zowat elke gevierde dramareeks.

De show zou “te deprimerend”, “te gewelddadig” en zelfs “verwarrend” zijn, zo oordeelde men. Er was “te veel in het verhaal gepropt”, “de hoofdpersonages hebben ook slechte kanten” en werden als “onbekwaam” beschouwd: “Ze slagen er niet in hun job naar behoren uit te oefenen en ook hun privéleven is een puinhoop”. Het zou zomaar over Breaking Bad, Mad Men of Game of Thrones kunnen gaan, maar het gaat wel degelijk over Hill Street Blues, een serie uit het begin van de jaren 80.

Maar ondanks de zware kritiek kwam de serie er toch, onder andere omwille van steun van grote baas Tinker en de toen penibele situatie van NBC. En de televisiewereld zou nooit meer hetzelfde zijn.

“Wij zijn kunstenaars”

We kunnen nog uren doorgaan over de schokgolf die Bochco door het televisielandschap stuurde (het door elkaar weven van meerdere verhalen over verschillende afleveringen, de meer menselijke en dus gebrekkige personages, …) maar als hij voor één ding bekend mag staan, laat het dan dit zijn: hij verhief het televisie maken tot een kunst. En dat is minder zweverig dan het klinkt.

“We waren gewoon een groep dertigers en plotseling, door de macht die Grant ons gaf, waren we de business aan het veranderen. We wérden de business“, legde Bochco het later uit. “Het was enorm opwindend om plots dat gevoel te hebben dat je trots kon zijn op wat je aan het doen was, dat je het woord ‘kunst’ kon beginnen gebruiken. We begonnen, heel voorzichtig, te zeggen: ‘Wij zijn kunstenaars’. En dat in een verguisd medium.”

Als de serie dus televisie voor de buitenwereld niet veranderde, dan zeker wel voor wie er zelf in omging. “Hill Street Blues kwam uit en het zei: ‘Dit is mogelijk’. Ik herinner me nog dat ik op m’n werk aankwam nadat die pilootaflevering was uitgezonden en dat iedereen enorm enthousiast was: ‘We kunnen nu dit soort dingen doen!'”, liet Andrew Schneider, die z’n naam onder topseries als The Sopranos en Boardwalk Empire heeft staan, daarover optekenen.

Emmy’s, Emmy’s en nog eens Emmy’s

Bochco knalde nog lang door, maar zijn bijdrage aan de televisiewereld was al in 1981 geleverd. De records die Hill Street Blues neerzette, zeggen niet alleen genoeg, ze zijn om van te duizelen. Een normale serie en een normale showrunner kan je enkel in de bloemen zetten door hun prijzen op te noemen. Voor Hill Street Blues zou dat te lang duren. Je kan beter de records opnoemen die ze met hun prijzen hebben gehaald:

Vier opeenvolgende Emmy Awards voor ‘Outstanding Drama Series’ (enkel geëvenaard door The West Wing, L.A. Law en Mad Men). Acht Emmy Awards voor een eerste seizoen, een prestatie waar alleen The West Wing nog een schepje bovenop kon doen. In 1982 waren ze zelfs al zeker van het beeldje voor ‘Outstanding Supporting Actor in a Drama Series’, want alle genomineerden kwamen uit Hill Street Blues. Ze kregen in totaal 98 Emmynominaties, dat zijn er gemiddeld veertien per seizoen! En dat is maar een greep uit de haast oneindige lijst met prestaties die de serie neerzette.

“Let’s be careful out there”

Niet alles wat Bochco aanraakte, was een voltreffer. Maar als hij raak trof, was het verdomme goed raak. Toen hij de lifetime achievement award kreeg van de Producers Guild of America stelden ze dat zijn track record “de standaard is waar alle televisieproducers naar streven”. Eigenlijk is dat gelogen. Want wat Bochco heeft gedaan, daar durft zelfs de gekste producer niet eens van dromen.

Hey, let’s be careful out there“, een van de bekendste quotes uit Hill Street Blues. Wel, careful was Bochco allerminst. Het heeft hem wel een van de meest invloedrijke televisiemakers aller tijden gemaakt. Maar laat Bochco nu, na z’n dood, vooral bekend staan voor een andere quote: “Het was altijd in de mode om op feestjes te zeggen: ‘Ik kijk nooit naar tv’. Dat is onzin. Iedereen kijkt tv.”

Bochco verhief een medium waar lang op werd neergekeken tot kunst. Er zal hem dan ook niets blijer hebben gemaakt dan gezien te hebben dat televisie hét medium voor echte auteurs is geworden. Voor Bochco betekende 2018 het einde, maar dat zijn nalatenschap zal blijven doorleven, is een understatement.

Gesponsorde artikelen