El Club: Stoofschotel van priesters

El Club: Stoofschotel van priesters

‘En God zag dat het licht goed was’ opent regisseur Pablo Larraìn zijn ‘El Club’. Enkele van Zijn volgelingen ontsnappen echter aan dat licht en leiden een clandestien leven in de schaduw.

Vier priesters op leeftijd wonen samen met een non in een druilerig stadje aan de Chileense kust. Een bestaan dat zich tussen een gevangenis en een retraite aan zee lijkt te bevinden. Stuk voor stuk zijn ze verbannen uit hun eigen parochie, na het plegen van criminele feiten. Hun afzondering is een poging van de Katholieke Kerk om misdrijven, gepleegd door geestelijken, met de mantel der liefde te bedekken. E n belangrijker nog, in de doofpot te stoppen.

Koning van verdringing

De vier lijken bij momenten een clubje van stoute jongens op internaat. Waarbij de non ’s avonds het nachtlampje komt uitdoen en bepaalt of ze buiten mogen gaan spelen. De devotie ligt als een bedrieglijk vlies over het scherm. Larraìn gebruikt amper natuurlijk licht, wat voor een heilige, maar ook verhullende sfeer zorgt.

De acteurs zetten deze misdadigers zó levensecht neer, dat je durft te twijfelen of hun intenties goed of slecht zijn. Wanneer ze vanop een afstand naar het hondenrennen kijken, wat hen letterlijk buiten de maatschappij plaatst, zou je haast niet schrikken moest je grootvader er opeens tussen staan.

Larrain noemt de vier priesters, bij monde van één van zijn hoofdpersonages, de “koning(en) van de verdringing”. En verdringing zorgt vroeg of laat voor een uitbarsting. Wanneer er een vijfde priester arriveert, van wie de wandaden openlijk benoemd worden door Sandokan, een plaatselijke visser, komt hun ware aard stilaan boven.

De dreunende toon waarop Sandokan hun misdaden declameert, vormt een klaagzang waar ze maar al te graag vanaf willen en waar je als kijker ongemakkelijk van wordt. Valse vroomheid maakt plaats voor rauw realisme. Dit is het verhaal van een bende gangsters, wier expliciete dialogen een stomp in je maag zijn.

Stoofschotel van priesters

‘El Club’ is niet enkel duisternis. De zwarte humor van Larraìn zorgt voor relativering die weer wat licht binnenlaat, zoals wanneer Sandokan een “stoofschotel van priesters” zegt te willen maken. Ook de muziek zorgt voor licht op de bevuilde glasramen, wanneer er religieuze liederen worden gezongen en de priesters het overnemen van de soundtrack.

Dat in de filmbeschrijving wordt vermeld dat de priesters niet per s e zedelijke feiten op hun kerfstok hebben, doorbreekt het verwachtingspatroon dat het pedofiele priesters zullen zijn die opdraven. Toch zijn het vooral die seksuele misdrijven die uitgebreid belicht worden en gaat Larraìn de confrontatie met schandalen uit de kerkgeschiedenis niet uit de weg.

‘El Club’ is een film die nog even in je achterhoofd blijft bonken. Pablo Larraìn kreeg voor deze prent de Zilveren Be er van de jury op de meest recente editie van de Berlinale en een Oscarnominatie in de categorie ‘Beste niet-Engelstalige film’.

Na ‘El Club’ maakte Larraìn samen met acteur Robert Farias (Sandokan) de theatervoorstelling – ‘Acces o’. In deze monoloog doet Sandokan verslag van de gruweldaden die hij meemaakte en hoe di e zijn leven vormden.

Gelukkig schiep God een rustdag om even te bekomen.

© 2015 – C.H.I.P.S. StampMedia – Ilse Cox

Gesponsorde artikelen