Films van de week: de Vlaamse duikbootfilm ‘Torpedo’ en Matthias Schoenaerts in ‘The Mustang’

Belgen boven deze week, want naast de allereerste Vlaamse duikbootfilm is er deze week ook The Mustang, een film waarin Matthias Schoenaerts de hoofdrol speelt, naast onder andere Bruce Dern.

Torpedo: pluspunten voor het lef, jammer dat dat niet werd volgehouden tot het einde

Geen idee waar het aan ligt, maar de duikboot is weer populair. Vorig jaar ging Matthias Schoenaerts al onder water in Kursk. Er kwam een sequel op de duikbootklassieker Das Boot in de vorm van een (erg matige) televisieserie en nu is er ook Torpedo, de eerste Vlaamse duikbootfilm.

Dat debuterend regisseur Sven Huybrechts zo lang met zijn script heeft mogen zeulen – een jaar of tien – is makkelijk verklaarbaar: het is niet zo eenvoudig en dus ook belachelijk duur om een duikbootfilm te maken met de budgetten die in Vlaanderen doorgaans voor een film ter beschikking staan. Dat hebben ze hier niet opgelost met speciale effecten – want die zijn peperduur als je ze er goed uit wil laten zien – maar wel door het werken met miniaturen tijdens de onderwaterscènes. En geen mens die er iets van zal merken.

In Torpedo maken we kennis met een Vlaams soort Inglourious Basterds, de Bad Eggs genaamd, wiens doel het is om zoveel mogelijk Nazi’s om zeep te helpen. Het is die groep onverlaten die zonder enige ervaring, maar mét een ervaren Nazi-kapitein de zee wordt opgestuurd met een stevige lading uranium die verscheept moet worden van Belgisch Congo naar de Verenigde Staten. Ze zijn er daar immers aan een bom aan het bouwen die het einde van de Tweede Wereldoorlog zou kunnen betekenen.

Het voordeel van een debuterend regisseur met een dosis lef is dat we hier dingen te zien krijgen die we in een Belgische film nog niet eerder zagen. De openingsminuten zijn heerlijk: de Nazi-officier die zijn lucifer aanstrijkt aan de schoen van iemand die aan de galg hangt, Sven De Ridder die een Nazi die om genade smeekt zonder aarzelen in het hoofd schiet na de gevleugelde woorden “Teute Gerard” te hebben uitgesproken en niet veel later helpt Koen De Bouw – die leider Stan speelt – een Nazi om zeep met behulp van een granaat en een bad.

Dit zou wel eens heel goed kunnen worden, denken we dan. Dat was het ook, met momenten. De scène waarin de Duitsers van een concurrerende duikboot met alle geweld aan boord willen komen om herstellingen uit te voeren heeft een Tarantino-achtige spanningsboog en het feit dat sommige belangrijke personages zonder verpinken om zeep worden geholpen is bewonderenswaardig. Maar desondanks is het Koen De Bouw die hét moment van de film levert door een Messerschmitt onder vuur te nemen terwijl de duikboot al aan het dalen is. Kijk meneer, dat zijn oorlogshelden!

Op andere momenten is Torpedo helaas Vlaams en ongedurfd. Zwarten beschrijven als “chocolade-aap” en “bananenman” zijn grapjes die zo beschimmeld zijn als een stuk kaas dat we sinds 1945 in onze frigo zouden hebben laten liggen, Nadine (Ella-June Henrard) moet het doen met een flets personage en komt over als excuustruus en Koen De Bouw die op het einde toch nog iemand tot leven kan brengen, ook al zeggen alle anderen dat hij het op moet geven, kon recht uit Spoed komen en noemen we dus vanaf nu het Dr. Gijsbrecht-moment.

Maar echt ergerlijk werd Torpedo toen we zagen hoe een soldaat door een torpedo verpletterd werd waarna diens been ter plekke moest worden geamputeerd. Waar hadden we dat nog eens gezien? In Das Boot, inderdaad. Torpedo verdient dus punten voor lef, maar verliest die later weer omdat het scenario die sterkte niet helemaal tot het einde heeft weten door te trekken.

Torpedo is alleszins de beste Vlaamse duikbootfilm en zal dat nog wel even blijven, maar buiten zijn niche komt hij eerder als middelmatig uit de bus.

Score: 6/10

The Mustang: niet zo mooi als The Rider, wél goed voor Matthias Schoenaerts

Vorig jaar kwamen er op korte tijd twee hele mooie paardenfilms uit, Lean On Pete en The Rider. Dat is een kleine tegenslag voor Matthias Schoenaerts, want daardoor gingen we zijn The Mustang daarmee vergelijken. En die vergelijking kan de film niet doorstaan.

Matthias Schoenaerts speelt in deze film Roman Coleman, een gevangene die al twaalf jaar in de bajes doorbrengt en nu net overgeplaatst is naar een gevangenis in de Nevada-woestijn. Wanneer een psychologe daar hem vraagt na te denken over hoe hij zijn rehabilitatie wil aanpakken heeft hij geen ander antwoord dan “Ik ben niet goed met mensen.”

Dus plaatst ze hem bij het buitenwerk. Onderhoud. Waardoor hij in aanraking komt met de groep gevangenen die wilde mustangs temmen en trainen ter voorbereiding van een openbare verkoop. Coleman krijgt ook een kans van de baas (Bruce Dern) en vindt langzaam maar zeker een talent.

Matthias Schoenaerts speelt in The Mustang zeker geen supergetalenteerde paardenfluisteraar. Het duurt namelijk heel lang voor Roman ook maar een beetje voeling met zijn paard begint te krijgen. Zijn zenuwachtigheid, onzekerheid, ongeduld en woede projecteert Roman in eerste instantie helemaal op zijn paard. Het is dan ook vooral fijn om te zien hoe deze zwijgzame man – waarvan we nooit te weten komen waarvoor hij veroordeeld is – een nieuw doel in zijn leven te zien vinden. Iets waar hij trots op kan zijn.

Schoenaerts speelt hier opnieuw een stoer en zwijgzaam type met een klein hartje. Eén keer zien we Roman Coleman ontspannen. Voorzichtig glimlachen. Op een moment dat we hier niet gaan prijsgeven. En toch is het vooral Bruce Dern die hier ons hart heeft weten te stelen. Als in eerste instantie norse baas maakt hij geen goede indruk, maar uiteindelijk zien we een man die bereid is om eerste én tweede kansen te geven aan mannen die er nergens anders nog krijgen.

Zo mooi als The Rider of Lean On Pete wordt The Mustang nergens, maar de film is wél weer een mooie toevoeging aan dat behoorlijk onberispelijke cv van Matthias Schoenaerts.

Score: 7/10

Gesponsorde artikelen