Grootse klimaatplannen of confederalisme objectief laten berekenen voor verkiezingen? Vergeet het: becijfering via Planbureau dreigt flop te worden

Grootse klimaatplannen of confederalisme objectief laten berekenen voor verkiezingen? Vergeet het: becijfering via Planbureau dreigt flop te worden

Het was op zich een nobel plan: laat alle partijprogramma’s voor de verkiezingen, met alle plannen, beloftes en ambities, helemaal in detail berekenen door een neutrale instelling. Maar in de praktijk blijkt dat het Planbureau meer dan waarschijnlijk straks een muis baart. Want de partijen moeten niet héél hun programma indienen, en kunnen zo de resultaten stevig sturen.

Kan je in tijden van verkiezingen, waarbij allerlei dure beloftes worden gedaan en plannen voorgelegd, wat rust brengen in de chaos? Kan een kiesprogramma van een partij op een objectieve manier berekend worden? Neem je dan alle effecten in rekening of niet: want wat met de positieve ‘terugverdieneffecten’ van tal van maatregelen?

In 2014 woedde de discussie over de cijfers volop, waarna de politiek besliste dat het anders moest: één objectieve organisatie moest de programma’s narekenen. De keuze viel op het Planbureau, dat meest geschikt is om complexe economische toekomstmodellen uiteen te zetten, en dat ook afhangt van de overheid.

Tegen vrijdag moeten alle plannen van de partijen definitief ingediend worden. Razend interessant zou je dan denken. Want nogal wat discussie gaan over de betaalbaarheid van wilde plannen. Klimaat staat centraal vandaag in het maatschappelijke debat. De vraag wat radicale plannen op dat vlak gaan kosten, komt steeds terug. Dat is volgens de tegenstanders net de ‘zwakke plek’ van de groenen: een omslag naar een CO2-neutrale economie en consumptie gaat bijzonder duur zijn. Zo eisen de andere partijen dat Groen klaarheid schenkt, en concrete klimaatplannen presenteert.

Hele systeem eens testen? Niet nodig!

Maar België zou België niet zijn als in het parlement die discussie over objectivering van de politieke discussie, met heldere berekeningen, niet vakkundig ondermijnd werd. Want vanuit alle kanten werden er bepaalde voorwaarden opgelegd aan hoe partijen hun plannen mogen presenteren aan het Planbureau.

Zo hoeven ze niet het hele programma voor te leggen, maar mogen ze zich beperken tot de meest essentiële punten uit hun verlanglijstjes. En krijgen ze na een eerste berekening van het Planbureau ook mogelijkheid tot feedback en aanpassingen. Dat wil dus zeggen dat ze makkelijk dan nog “kunnen bijsturen” om uiteindelijk toch een zo aanvaardbaar mogelijk beeld aan de kiezer te kunnen presteren. “Op die manier maak je natuurlijk dat je plannen perfect aanvaardbaar zijn. Maar heel de oefening is dus bijzonder relatief”, zo is op een partijhoofdkwartier te horen.

Zo drong onder meer Open Vld erop aan om een test te doen, een zogenaamde ‘dry run’ van de berekeningen, om het Planbureau al eens te laten oefenen als een generale repetitie. Dan zou niemand voor verrassingen te komen staan, en zou het hele systeem op punt kunnen gesteld worden. Maar de anderen wilden daar niet van weten.

En uiteraard: veel te weinig personeel om het deftig te kunnen doen

Bovendien klaagt het Planbureau ook steen en been over de opdracht, ook typisch voor een Belgische overheidsinstelling: ze hebben niet genoeg personeel om de berekeningen allemaal grondig uit te voeren. Volgens Het Laatste Nieuws kan het Planbureau wel de impact van voorstellen berekenen op onder meer de koopkracht, de werkgelegenheid, de mobiliteit en elektriciteitsvraag, maar niet op de gezondheidskosten. En dat heeft een grote impact op onder meer de plannen van Groen rond klimaat, die daar 950 miljoen euro terugverdieneffecten voorzien.

Het wordt dus hoe dan ook een onvolledige berekening, wat de discussie over de kost van klimaatplannen niet zal doen verstommen. En omdat de partijen zelf kunnen kiezen wat ze indienen, worden sommige plannen gewoon niet berekend. Zo is het niet zeker of de N-VA het confederalisme wel laat becijferen. Dat betekent meteen dat ook daarover geen ‘objectieve’ financiële discussie kan gehouden worden. Of om maar te zeggen: sommige discussies in de Belgische politiek verdwijnen niet meteen, zeker niet diegene over wie nu de juiste cijfers heeft.

Gesponsorde artikelen