Herinneringen aan Jean-Luc

Herinneringen aan Jean-Luc

Contributor Flip de Mey haalt herinneringen op aan ex-premier Jean-Luc Dehaene, die vandaag overleed bij een val in Frankrijk.

1. Studiebeurs

Mijn korte persoonlijke contacten met Jean-Luc kaderden in mijn vaders betrokkenheid bij de Vilvoordse politiek. Het is lang geleden. De Vilvoordse politiek was een krabbenmand in de jaren zeventig. Krabben geraken niet uit de lage krabbenmand. Telkens er een de wand opklimt en zou kunnen ontsnappen, trekken de anderen hem aan zijn poten naar beneden. Dat was de Vilvoordse politiek ten voeten uit in die tijd. En toen werd er een totaal vreemde krab aan de mand toegevoegd, de uit Brugge afkomstige ACV’er Jean-Luc Dehaene. Het gekibbel was snel voorbij, omdat Jean Luc lijnen trok. Als hij iets beloofde was je meteen zeker dat het geen loze belofte was. Maar die politieke bestaanszekerheid had ook een prijskaartje. Naast de partijpot pissen werd genadeloos gesanctioneerd.

Ik studeerde rechten in die jaren en buitenlandse studiebeurzen waren schaars. Maar na de dooi tussen Nixon en Mao was er plots een opening voor buitenlandse studenten. Onder meer vijf Belgen konden voor twee jaar naar Peking gaan studeren. Het toeval wou dat er toen ik informeerde, twee weken voor het afsluiten van de aanvragen, nog maar vier inschrijvingen waren. Ik was dus vrij zeker dat mijn aanvraag, de vijfde kandidatuur zou worden aanvaard. En met mijn grote mond vertelde ik dat opgewonden aan iedereen die het horen wilde. Eén van mijn toehoorders diende snel zijn eigen aanvraag in, en hij kaapte de vijfde Chinabeurs voor mijn neus weg, en ik met mijn grote mond, kreeg niets. In zak en as vertel ik thuis mijn wedervaren. Ga eens met Jean-Luc praten, zei mijn vader.

Dehaene was toen kabinetchef en  politiek al op en top een powerdealer. Het was het laatste wat ik wilde, maar ook de enige kans die overbleef. Dus deed ik dat maar. Ik leg Jean Luc de situatie uit met de vijf studiebeurzen. Bon, zegt hij, dat is dan in orde. We zeggen gewoon dat er twee Walen, twee Vlamingen en één Brusselaar moeten zijn bij de selectie, en jij bent de enige kandidaat van Brussel, exit de West-Vlaamse late concurrent. Wanneer moet dat beslist worden? vraagt hij vervolgens. Eh, het is al beslist zeg ik, en haal bedremmeld de afwijzingsbrief boven. Onnozelaar! Zegt Jean-Luc bars, als het al beslist ik kan ik natuurlijk niets doen, je had voor de beslissing moeten komen. Het hele onderhoud had twee minuten geduurd.   

2. Trouwfeest

Een paar jaar later, Jean-Luc was inmiddels minister van Volksgezondheid. Ik huwde een studente geneeskunde. Ze zat toen in het vijfde van de zeven zware jaren, en Dehaenes kabinet overwoog net op dat moment om de geneeskundestudie tot negen jaar te verlengen. Op de trouw-receptie komt hij parmantig binnen, feliciteert kort de fiere ouders, en schudt de hand van de bruid. Zegt mijn nieuwbakken (inmiddels lang ex-) echtgenote: Zeg Jean-Luc, ge gaat mijn studies toch niet met twee jaar verlengen zeker? Een logische vraag voor een geneeskundestudent zou je denken. Ieder andere politicus had er zich met een kwinkslag van af gemaakt. Maar Jean-Luc niet. Als eregast van de receptie blafte hij tegen de bruid: Als ge hier over polletiek begint te zeveren ben ik weg. Niemand twijfelde er aan dat hij het meende, en er viel een gênante stilte. 

3. Europees voorzitter

Als verwoed lezer las ik een in België nauwelijks gelezen boek van Christopher Meyer, Blairs ambassadeur in de States ten tijde van de Irak-oorlog. Daarin werd een hoofdstuk gewijd aan Dehaene, met de veelzeggende titel “Sorry Jean Luc”. Het verklaarde hoe Jean-Luc echt naast het Europese voorzitterschap had gegrepen. Meyer vertelde dat hij het was geweest die uiteindelijk voorkomen had dat Dehaene de noodzakelijke ‘nod’ vanwege John Major kreeg. Ik kopieerde de pagina’s en stuurde ze met een vriendelijk briefje naar Jean-Luc. Ik dacht dat dit hem wel zou interesseren. Blijkbaar heeft hij de informatie verticaal geklasseerd, want hij zei er nooit een woord over, en ook in zijn memoires komt de versie van Meyer niet ter sprake. Jean-Luc maakte aan zoiets geen woorden vuil.

4. Memoires

En dan dus inderdaad die memoires. De laatste keer dat ik hem persoonlijk ontmoette was ongeveer een jaar geleden. Bij de presentatie van de memoires zat ik ter gelegenheid van een ontbijtcauserie bij hem aan tafel.  De Vilvoordse connectie van zo lang geleden was weer het aanknopingspunt. Ik merkte hem op dat mijn vader zaliger niet gelukkig zou geweest zijn, zijn naam was fout gespeld in het boek. Ik kreeg de voorspelbare knor als antwoord. Jean Luc was niet iemand die ‘sorry’ zou zeggen voor zo’n bagatel. Toch voelde je meer sympathie dan wrevel bij die typisch norse confrontaties.

Hij was zoals hij was. Voor één politicus per generatie, maar dan alleen voor een natuurtalent is er zo’n wildcard. Brompot Churchill mocht zijn humeurige zelf zijn zonder aan populariteit in te boeten, zo ook kon Jean Luc het zich permitteren. Hij had er voldoende kaliber voor. Je voelde dat het niet persoonlijk was, iedereen kreeg dezelfde behandeling als je hem met iets anders lastig viel dan waarmee hij zelf op dat moment bezig was. De efficiëntie die dat opleverde heeft hij goed besteed. Het is spijtig dat hij deze persoonlijke herinneringen niet meer met een grom als irrelevant kan bestempelen. Hij was uniek en is onvervangbaar. Mijn gevoelens van medeleven gaan uit naar de familie, en dank, dank dat ze zoveel van hun gezamenlijke levenstijd met hun vader, echtgenoot, grootvader met het hele land deelden.

Gesponsorde artikelen