Ideaal voor een filmbezoek met het hele gezin in de Paasvakantie: ‘Binti’, de debuutfilm van Frederike Migom

Ideaal voor een filmbezoek met het hele gezin in de Paasvakantie: ‘Binti’, de debuutfilm van Frederike Migom

Voor een jeugdfilm is het niet evident om zijn publiek te vinden in de multiplexen van vandaag, ze moeten immers de strijd aangaan met heel wat animatie- en superheldenfilms die veel makkelijker in de schijnwerpers lopen. Wij willen een lans breken voor ‘Binti’, een film met een warm hart vol optimisme die veel meer is dan een “vluchtelingenfilm.”

Frederike Migom: Ik heb geen aanleg om moeilijke en zware films te maken. Ik denk dat ik daar te positief ingesteld voor ben of zo. Wat niet wil zeggen dat Binti een oppervlakkige film is. Ik wil wel films maken over de dingen die me bezig houden in de maatschappij. En dat kan ik in jeugdfilms, maar dat kan ik ook in films voor volwassenen. Alleen is het deze keer een jeugdfilm geworden.

Als ik naar vlogs kijk of over vlogs hoor praten voel ik me al heel oud. Ik ben er 32, maar ik denk dat ik ouderwets ben op dat vlak. Binti is een fervente vlogger.

Migom: Ik begrijp wat je bedoelt, ik kan soms ook niet geloven dat ik al een dertiger ben. En eerlijk: ik kende ook niet veel van vloggen. Maar het is ook gewoon een kwestie van observatie en research gebleken: veel filmpjes kijken en met jongeren gaan praten. Ook bij het schrijven van dialogen, bijvoorbeeld: ik vraag me niet bij elke zin af of die wel hip genoeg is. Ik ben daar niet superbewust mee bezig.

Kim Vlaeminckx

Wat ik zo mooi vind aan Binti is dat de problemen van Binti en haar vader, de migratieproblematiek, lang niet het enige thema is in de film. Hij gaat evenzeer over de jonge en ietwat eenzame Elias die vriendschap sluit. Over Elias die het moeilijk heeft met de scheiding van zijn ouders enz.

Migos: Dankjewel, dat was ook een beetje de bedoeling. Ik zou het erg vinden als ze op festivals of zo Binti een vluchtelingenfilm zouden noemen, ik had geen zin om een vluchtelingenfilm te maken. Natuurlijk is migratie een belangrijk thema, maar voor mij is het bijna eerder de backstory van Binti. Ik wilde het bijna de film in smokkelen. (lacht) Ik wilde ook niet dat Congo uit de film naar voren zou komen als het gevaarlijke land. De papa van Binti zegt het ook: “Congo is het mooiste land”, maar soms moet je daar ook gewoon weg.

Binti kent dat land ook niet. Als Binti in Congo zou gaan wonen zou zij een vreemde zijn in haar eigen land. Ze spreekt de taal ook niet: ze spreekt geen Lingala of Swahili. Dat zijn van die details waarvan ik het wel belangrijk vond om ze in de film te stoppen. Ik wilde het niet te makkelijk maken om een oordeel te vellen.

Geen Disney-schurk

Het meisje dat Binti speelt – Bebel Tshiani Baloji – maakt haar acteerdebuut. Kindacteurs die naturel kunnen spelen zijn eerder zeldzaam. Het lukt bij Bebel en bij Mo, die Binti en Elias spelen.

Migom: Het klopt wel: goeie kindacteurs zijn moeilijk te vinden. Dat is ook wel een gevolg van het kleine landje België. In de VS zou je de keuze hebben uit drieduizend kinderen, in mijn geval waren het er een zestigtal. Uiteindelijk is Bebel – die Binti speelt – in de film terecht gekomen door een samenloop van omstandigheden.

Bebel is de dochter van Baloji en die twee zijn afzonderlijk van elkaar gecast. Ik kende Baloji al wel een beetje en hij had me wel gesproken over zijn dochter, maar dat was nooit echt in de context van de film. Toen ik aan Binti begon was Bebel acht jaar, veel te jong voor het meisje dat ik in gedachten had. Bebel is in de film terecht gekomen door Tatyana Beloy die Bebel had meegemaakt op een kamp dat ze in de zomer organiseert en ze beschreef haar als een heel levendig energiek kind. Toen liet Baloji ook weten dat hij wel interesse had in de rol van de vader in de film, maar ik wist eigenlijk niet dat hij acteerde. En pas toen ze een videootje stuurden van hen samen vielen voor mij de puzzelstukjes samen. Ik weet het: dat heeft even geduurd, ja. (lacht) En wat Mo betreft: daarvan wisten we gewoon al dat hij goed was. Laten we zijn prestatie ook niet minimaliseren.

Ik vind eigenlijk al de personages in de film mooi en menselijk. Zelfs Floris is niet de grote schurk, maar is gewoon gekwetst en maakt dan een verkeerde keuze.

Migom: Ik ben blij dat je dat zegt, want als je zo de grote Disney-klassiekers bekijkt, daar zijn de schurken toch redelijk eendimensionaal. Ze zijn de schurk en dan is het verhaal klaar. Ik wilde van Floris geen racist maken, dat leek me iets te makkelijk. Ik wilde van ‘m eerder een kerel maken die best zijn goede kanten heeft, die ook echt moeite doet voor de mama van Elias en die zegt dat hij geen racist is, die het ook echt niet door heeft, maar toch wel wat racistische kantjes heeft. Die schakeringen tussen wit en zwart: dat is veel interessanter.

Elias is enorm gefascineerd door okapi’s. Het is een dier waar ik bijzonder weinig over wist voor de film. Waarom okapi’s?

Migom: Elias is een beetje gebaseerd op mijn broer die toch ook een beetje een natuurseut was vroeger. (lacht) Hij droeg zo van die oversized t-shirts van WWF en zo. En het idee van het clubje kwam van een oude vriendin van mij die vroeger een soortgelijk clubje had voor walvissen of zo. Wij gingen dan samen popcorn verkopen van deur tot deur en zo.

De okapi’s waren hele dankbare dieren door hun link met Congo. Ik wilde Congo omdat ik daar ook zelf een band mee heb: mijn vader is daar geboren. Weinig mensen weten dat de Zoo in Antwerpen het centrale kweekpunt is voor okapi’s. En door de die dieren te gebruiken konden ze ook dienen als metafoor voor wat België vroeger in Congo gedaan heeft. En zoals je zegt: weinig mensen kennen de dieren goed. De fans van de okapi’s zijn zeldzaam, net omdat het zulke mysterieuze dieren zijn.

Niet bazig

Je bent een schrijver-regisseur: elk van de projecten die je hebt geregisseerd heb je ook zelf geschreven. Is dat voor jou een vereiste of zie je je in de toekomst ook nog wel scenario’s van anderen verfilmen?

Migom: Het is geen absolute vereiste voor mij. Ik denk dat het als debuterend regisseur gewoon het creëren is een kans om met goed materiaal te werken. De goeie scenario’s vliegen je niet om de oren als debuterend regisseur, daarom dat heel wat debutanten zelf ook in de pen kruipen. Als ik een goed scenario onder ogen krijg wil ik dat dus best ook wel verfilmen, alleen wil ik er wel echt achter kunnen staan, een band voelen met het script en ik wil me er ook echt in kunnen inwerken, want dat vind ik het allerleukste.

Schrijven is heel solitair, een regisseur heeft de leiding over een set vol mensen. Kan jij je gezag makkelijk doen gelden op de set?

Migom: Je beschrijft perfect waarom ik de combinatie zo leuk vind. Net wanneer ik gek word van het eenzame karakter van het schrijven kan ik de set op en als ik genoeg heb van alle drukte en alle mensen om me heen kan ik weer beginnen schrijven. (lacht) Ik denk ook niet dat je als regisseur per se bazig moet zijn. Je moet wél goed weten wat je wil en dat moet je kunnen communiceren. Vertrouwen hebben in wat je aan het doen bent: dat is het allerbelangrijkste.

Eigenlijk ben je opgeleid als acteur in New York. En af en toe acteer je ook wel. Ik zie dat je zelfs een tijdje in Familie hebt gespeeld. Dat is nu niet meteen iets dat ik met jou geassocieerd zou hebben.

Migom: Euh…ik ook niet. In het regisseren heb ik al veel meer mooie ervaringen gehad dan in het acteren, misschien is het ook daarom dat ik dat veel liever doe. Ik hou ook van de research die daarbij komt kijken, van het spreken met mensen: het hele proces. Ik heb ook productie gedaan en dat is een job die je 7 dagen op 7 bent. Familie heb ik gedaan in de overgangsperiode van het produceren naar het schrijven: ik vond het te gevaarlijk om ineens helemaal te springen en mijn rol in Familie had een beperkt aantal draaidagen en gaf me daardoor de financiële ruimte en ook wel de tijd om te schrijven aan mijn eigen ding. Het was goed en functioneel in die tijd.

Binti speelt nu in de bioscoop.

Gesponsorde artikelen