‘In Gesprek Met’… de Sp.a over de broodnodige investeringen en de daaraan gekoppelde operationele inzet van Defensie.

‘In Gesprek Met’… de Sp.a over de broodnodige investeringen en de daaraan gekoppelde operationele inzet van Defensie.

‘In Gesprek Met’ is een topic van de facebookpagina “Belgian Military Interests”. De admins van deze pagina gaan in gesprek met verschillende personen over militair gerelateerde onderwerpen. Deze keer hebben wij gekozen voor een gesprek met de Sp.a vertegenwoordigt door voorzitter John Crombez, parlementair medewerkster Melissa Depraetere en adviseur internationale politiek Erwin Van de Putte. Dit is deel 1.

Vrijdag 15 Juni 2018 – GentDe locatie van onze afspraak, de Vooruit in Gent, deed het beste vermoeden. Al meer dan 100 jaar is deze kunstentempel een baken van de Socialistische zuil in de Arteveldestad. De hoop koesterend dat SP.a ook een weg vooruit ziet voor Defensie, ging BMI het gesprek aan met voorzitter John Crombez, parlementair medewerkster Melissa Depraetere en adviseur internationale politiek Erwin Van de Putte.Het werd een boeiende uitwisseling van ideeën over het verder uitbouwen van een operationeel inzetbare Defensie, waarbij alle componenten over de nodige uitrusting moeten beschikken om in het volledige geweldsspectrum een betekenisvolle rol te kunnen spelen. John Crombez (JC) vat het gesprek aan bij het moment waarop het volgens hem bergaf is beginnen te gaan met Defensie.

Belgian Military Interests

We zijn beginnen besparen in dit land in 1993, wanneer er in het kader van de toetreding tot de Euro een aantal politieke beslissingen over besparingsprogramma’s moesten genomen worden. Wat sneuvelt er dan als eerste?

Rekening houdend met het eind van de Koude Oorlog kort daarvoor, was er uiteraard ook een impact op Defensie.

Ja, natuurlijk! Na de val van de Berlijnse Muur zien we een terugval van ongeveer 2/3 van de publieke investeringen en Defensie was daarvan één van de grote verliezers. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het een goede zaak vind dat er vandaag de dag eindelijk een wet voor “militaire programmering” bestaat die de investeringen (voor ongeveer € 10 miljard)vastlegt tot 2030. Wij zijn niet tegen die investering , maar mijn grote kritiek op wat men nu gedaan heeft, is dat er geen evenwicht zit in die begroting.

Die 10 miljard is voorzien voor de landmacht, de zeemacht, de luchtmacht en de medische component. Als je weet dat Minister Vandeput al heeft toegegeven dat de uitgaven voor de luchtmacht en de marine de budgettaire ramingen overschrijden, dan betekent dit dat je voor het innovatieve luik van cyber (waar ik zelf nogal voorstander van ben), maar vooral ook voor de landmacht de investeringen moet terugdringen tot na 2030. Ik zeg het nogmaals heel eerlijk, ik ben blij met die investering, maar ik verwacht niet dat er veel zal bijkomen. Het idee dat het budget wel zal verhoogd worden wanneer er tekorten zijn, dat zit er in de komende 10 jaar niet meer in.

Hoe gaat men dat dan verder blijven uitleggen?

Je hoeft het zelfs niet uit te leggen op korte termijn. De ordonnancering (vereffening van de vastgelegde investeringen met betalingsmiddelen, n.v.d.r.) van het investeringplan zal al een piek bereiken vóór 2030 en er zal een nieuw strategisch plan komen. Ik denk niet dat dit zo problematisch is. Een nieuw strategisch plan zal opnieuw een aantal investeringen vastleggen. Maar voor de komende 10 jaar zit je voor Defensie, en vooral voor de landmacht, vast. Ik heb er een broertje de dood aan dat er veel bespaard wordt op Defensie en zijn militairen zelf, en er is deze legislatuur serieus bespaard op Defensie.

Voor de komende 10 jaar zit je voor Defensie, en vooral voor de landmacht, vast.

Akkoord, maar dat is wel een trend die is verdergezet van de vorige regeringen. Wij zijn er ons van bewust dat deze trend op dit moment nog steeds niet is gekeerd, maar past dit niet in de uitvoering van de plannen zoals voorzien in de Strategische Visie voor Defensie van Minister Vandeput?

Het is absoluut een verderzetting van die trend, maar dat is niet het cruciale van mijn punt. We moeten ons nu afvragen waar we heen willen met Defensie. Ik heb hier ooit in de Vooruit een toespraak gegeven waarin ik heb duidelijk gemaakt dat wij voorstanders zijn van een homeland security die start bij een hometown security. We stellen vast dat we evolueren naar een Europees veiligheidsbeleid waarbij de beveiliging van de steden door militairen gebeurt en net daarin is het belang van de landmacht echt wel toegenomen.

We gaan toch geen homeland security blijven doen met militairen? Dat is toch geen kerntaak van Defensie?

Toch wel, en ik meen dat echt. Wij gaan daar in de toekomst niet vrij van zijn, en ik vind dat we ons ook moeten inschrijven in een bescherming en beveiliging ook van mensen in het buitenland . Ik vind het echter ellendig om, zoals nu gebeurt, militairen aan de stations te zetten, onderbetaald en opzichte van politiemensen omdat er besparingen lopen. We moeten daarom de landmacht serieus nemen, maar waarom moet deze tegenwoordig altijd als laatste komen bij het verdelen van de middelen en kan je op die manier bijna geen visie meer ontwikkelen over wat de landmacht effectief kan zijn?

Ik vind het echter ellendig om, zoals nu gebeurt, militairen aan de stations te zetten, onderbetaald en opzichte van politiemensen omdat er besparingen lopen.

Denkt u dat het politiek verkoopbaar is om Belgische militairen in buitenlandse opdrachten in steden in te zetten? Het is natuurlijk afhankelijk van de intensiteit van het conflict, maar betekent dat niet dat er zonder twijfel bodybags zullen terugkeren?

Ofwel ga je op lange termijn een Defensie creëren met een functie en een nut en dan geloof ik erin. We hebben een leger nodig dat meedenkt op langere termijn om te bepalen waarin je een expertise kan opbouwen, zoals we dat ooit hebben gedaan voor de tactische luchtbevoorrading en de mijnenjagers. Als je het pad beschouwt dat afgelegd werd vooraleer we ergens wereldtop in werden, stel je vast dat het een aantal militairen waren die, ondanks alle tegenstand die ze ondervonden, hun visie hebben durven doordrukken. Waarom pleit ik nu voor een inzet in de steden? We moeten onze participatie in buitenlandse missies opnieuw serieus nemen, en niet zoals nu gebeurt: de luchtmacht gaat ergens naartoe met alle toeters en bellen, terwijl de landmacht aan de zijkant blijft staan.

We moeten onze participatie in buitenlandse missies opnieuw serieus nemen, en niet zoals nu gebeurt: de luchtmacht gaat ergens naartoe met alle toeters en bellen, terwijl de landmacht aan de zijkant blijft staan.

Dat heeft toch alles te maken met de politieke bereidheid om Defensie in te zetten waar nodig? Het is gemakkelijk om te stellen dat je een operationeel leger wil, maar de realiteit leert ons dat de meeste gespecialiseerde krijgsmachtdelen vrijwel nooit op basis van hun specifieke capaciteit worden ontplooid, maar meestal in statische bewakingsopdrachten.

In Europa, het Midden-Oosten, Noord-Afrika of waar in de toekomst de brandhaarden zullen zijn, zullen wij in de toekomst meer en meer het leger inzetten om mee te werken aan het herinstalleren van de beveiliging. We merken hierbij ook een evolutie naar meer stadsguerrilla, waarbij het duidelijk is dat een luchtmacht zonder landmacht waardeloos zal zijn. Als je dus in de toekomst operaties wil gaan doen, moet je ook de waarheid onder ogen durven zien en stellen dat de landmacht verder ontwikkeld moet worden. Ik verwacht anderzijds ook niet dat in de Europese steden de militairen snel uit het straatbeeld zullen verdwijnen.

Binnen Defensie ziet men dit toch liefst zo snel mogelijk afgebouwd worden.

Dat snap ik wel, maar voor mij is dat hetzelfde als de buitenlandse missies. Maar wat er nu gebeurt, is noch mosselen noch vis. Dit is de worst case.

De capaciteiten waarvoor militairen zijn opgeleid, maakt hen verschillend van politiemensen. Er wordt gewerkt met andere wapens, die vaak niet zijn aangepast aan de specifieke situaties binnen onze steden. De meeste van de initieel soms vreemd aandoende situaties, zowel op het vlak van methodes als van materiaal, werden intussen aangepast, maar de manier waarop deze militairen momenteel worden ingezet, is niet waarvoor ze bij Defensie kwamen. In dit opzicht vinden we het een goed initiatief om een geïntegreerd bewakings- en beschermingskorps te creëren, terwijl dat anderzijds ook een positieve impact kan hebben op de personeelsproblematiek binnen Defensie.

Het klopt dat er momenteel moet gerekruteerd worden in dezelfde sector als de militairen, maar op termijn zou het toch de bedoeling moeten zijn dat militairen na een actieve, operationele loopbaan zouden kunnen doorstromen naar dit nieuwe bewakingskorps?

Laat ons even terugkeren naar de ambitie van een operationeel inzetbare Defensie.

We hebben heel lang bespaard op de binnenlandse werking om toch operaties te kunnen doen. Ik vind het getuigen van een zwakke visie op de toekomst van het leger om af en toe punctueel ergens te gaan deelnemen aan internationale operaties met alleen de luchtmacht op volle kracht, en that’s it. Ik ben echter voorstander van investeringen die een antwoord bieden op de fenomenen waarmee we in de toekomst zullen worden geconfronteerd. Zo ben ik voor een sterk gecoördineerde inlichtingendienst, die de diensten van de gerechtelijke politie, de militaire inlichtingendienst en de staatsveiligheid omvat. Vandaag investeren we daar totaal niet in. Als je dat wil doen, moet je eenheid van commando hebben . De discussie die er onlangs was over de boots on the ground in Syrië, onder de radar en zonder democratische toestemming, gaat daarover, maar illustreert dat we momenteel in het parlement geen enkel debat ten gronde meer kunnen voeren.

Wij vinden het positief dat we hier zo open over deze onderwerpen kunnen discussiëren, maar begrijpt u het dat bepaalde militairen het vertrouwen in de politiek verliezen als je bekijkt wat het niveau van de debatten in de parlementaire commissie landsverdediging is, om nog niet te spreken van de weergave in de media?

Dat is ook de reden waarom ik toegezegd heb met dit gesprek. Het debat moet gaan over welk leger we willen. Ik ben van mening dat we een combinatie van de verschillende componenten moeten uitwerken, met een bepaald objectief. Voor mij moet het leger in de toekomst meer ten dienste staan van de bevolking.

Voor mij moet het leger in de toekomst meer ten dienste staan van de bevolking.

Wat verwacht u dan wel aan te treffen in de Belgische straten binnen 15 jaar?

Ik heb het hier niet alleen over onze Belgische straten. Het idee dat we hier en daar aanvallen gaan doen met een internationale troepenmacht, nu eens tegen Kadhafi, dan eens in Irak of Afghanistan, dat is bullshit. Als je een internationale inzetbare macht nodig hebt, gaat het ook over ordehandhaving, herstelling van de veiligheidssituatie en het tegenwerken van stadsguerrilla.

Moeten we ons dan bijvoorbeeld richten op de manier waarop Frankrijk momenteel actief is in de Sahel-regio, met operatie Barkhane? De recente geschiedenis leert ons dat de wederopbouw na de conflicten een werk van lange adem is.

Dat is duidelijk. Mijn punt is dat je een leger moet durven maken voor de bevolking en niet per se om altijd aanvallen te gaan uitvoeren.

Ziet u dan een mogelijkheid om specifieke capaciteiten binnen de landmacht, zoals artillerie, paracommando’s en verkenningstroepen in de toekomst in te zetten in hun mogelijkheden? Ordehandhaving in de steden is voor mij geen taak waarvoor die specifieke mogelijkheden nodig zijn.

De hamvraag die je eigenlijk stelt is of we bereid zijn om in de eerste linie te gaan, waar er echt een oorlogssituatie is met een dreiging. Om politieke redenen is dat een zeer gevoelige discussie geworden. Dit wil echter niet zeggen dat we enkel operaties zonder risico’s op slachtoffers moeten doen, maar ook herstelling en handhaving van de veiligheid in gevaarlijke gebieden of ontmijningsoperaties zoals we in het verleden in Libanon gedaan hebben.

Het probleem dat wij daarin zien, is dat we het gevoel hebben dat u de landmacht wil uitrusten “voor de bevolking”, als kerntaak, maar dat deze door die uitrusting niet meer inzetbaar zal zijn voor andere taken.

Maak eens concreet wat je bedoelt.

De voorbije decennia zijn er een aantal materiaalkeuzes gemaakt die neerkomen op een overgang naar wielvoertuigen met lichtere bewapening en meer toegespitst op de stadsomgeving. Het resultaat van deze keuzes is dat er geen voertuigen meer beschikbaar zijn met een hogere beschermingsgraad voor operaties op een hoger geweldsniveau. De volgende overgang, waarbij o.a. gekeken wordt naar het Franse Scorpion-programma, gaat nog een stap verder in deze evolutie. Als je opnieuw een goed uitgeruste landmacht wil, een “Zwitsers zakmes” waarmee je in alle situaties kan optreden, dan moet je opnieuw een denkoefening maken waarbij je durft kijken naar het volledige pakket aan capaciteiten. Anderzijds zijn er uiteraard ook uitdagingen op het vlak van de beschikbaarheid van het geschikte personeel om al deze capaciteiten te realiseren, maar volgens ons kan de aantrekkelijkheid van een modern uitgerust leger een boost geven aan de rekrutering.

Mijn redenering is: je kan zeer veel nadenken over de komende 20 jaar, maar je kan niets meer veranderen aan de voorbije 20 jaar. Als je kijkt naar het huidige investeringsplan en vaststelt dat de zeemacht meer dan voorzien en de luchtmacht veel meer dan voorzien zullen inpikken, betekent het dat de discussie over een deftige ontwikkeling van uw andere componenten onmogelijk is.

Die ontwikkeling is ook voor een groot deel afhankelijk van de rekrutering van voldoende en geschikt personeel. Bent u bereid om de lokale politieke belangen aan de kant te zetten en objectieve beslissingen te nemen over de geografische spreiding van de kazernes?

Het antwoord is ja. Waarom trek je niemand meer aan? Kazernes sluiten, dat is de besparingspost bij uitstek. Er is geen militair meer die nog weet waar hij eigenlijk kan gaan wonen omdat hij niet weet of zijn kazerne ook gaat sluiten. Ik vind dat we eindelijk eens eerlijk moeten kunnen zeggen welke kazernes we gaan openhouden. De mensen die zich willen engageren als militair moeten een deftige uitrusting en opleiding krijgen en worden ingezet met een duidelijk doel. Wat men nu aan het doen is, is eigenlijk een ontrading om nog militair te worden.

Ik ben bereid om de lokale politieke belangen aan de kant te zetten en objectieve beslissingen te nemen over de geografische spreiding van de kazernes.

Wij besluiten:
  • Sp.a vindt dat er een kerntakendebat moet komen om de toekomstige inzet van Defensie te bepalen en pleit voor een Defensie die ten dienste van de bevolking staat. Er wordt niet onmiddellijk gestreefd naar een eind van de inzet van militairen voor binnenlandse bewakingsopdrachten.

  • Sp.a streeft naar een grotere focus op de landcomponent. De expertise die de landcomponent heeft opgebouwd, onder andere door binnenlandse bewakingsopdrachten, moet gebruikt worden bij het uitvoeren van buitenlandse missies. Hierbij ligt de focus op het herstellen en bewaren van de veiligheidssituatie in een stadsomgeving, maar dit ook in situaties met een hoger risico. Het is ons niet duidelijk of er daarnaast nog gestreefd wordt naar een uitrusting en inzet van de verschillende onderdelen van de landcomponent in hun specifieke capaciteiten.

  • Een geschikte uitrusting en training van het personeel zijn nodig voor deze opdrachten. Om over voldoende en geschikt personeel te blijven beschikken, moet er duidelijkheid komen over o.a. het spreidingsplan van de kazernes en het toekomstbeeld op Defensie.

Dit was deel 1 van het gesprek, het volgende deel gaat over de luchtgevechtscapaciteit.

(c) Belgian Military Interests

lees ook:

  1. In Gesprek Met’ … Rudi Vranckx: “We zijn in oorlog”
  2. ‘In Gesprek Met’ … Sammy Mahdi, deel één: “Zet militairen op een nuttige manier in.”
  3. ‘In Gesprek Met’ … Sammy Mahdi, deel twee: “Het onbestaand integratiebeleid“
  4. ‘In Gesprek Met’ … Sammy Mahdi, deel drie: “Het politieke antwoord op het terrorisme.”
  5. ‘In Gesprek Met’ … Generaal Marc Thys: “Dicht bij huis kunnen werken is een belangrijke factor voor de mensen.”
  6. ‘In Gesprek Met’… Prof. Dr. Alexander Mattelaer: “Onze krijgsmacht is volledig geënt op een logica van vredestijd.”
  7. ‘In Gesprek Met’… historicus en arabist Pieter Van Ostaeyen: “De meerderheid van onze Syriëstrijders maakt(e) deel uit van IS”
  8. ‘In Gesprek Met’… historicus en arabist Pieter Van Ostaeyen over de rol van president Assad bij de opkomst van IS.
  9. ‘In Gesprek Met’… historicus en arabist Pieter Van Ostaeyen: “De Russen hebben de groei van IS laten gebeuren.”
  10. ‘In Gesprek Met’…historicus en arabist Pieter Van Ostaeyen over de onderschatting van het “Syriëstrijderprobleem”.

Gesponsorde artikelen