Inbrekers die spionage bij FBI onthulden treden uit de schaduw

Inbrekers die spionage bij FBI onthulden treden uit de schaduw

Ook de jaren 70 hadden hun Edward Snowden. Een hele groep zelfs en deze week besloten ze na 43 jaar uit de schaduw te treden en zichzelf bekend te maken. Ze kunnen immers niet meer vervolgd worden voor een inbraak in een FBI-bureau, waarbij ze met belangrijke informatie over spionagepraktijken aan de haal gingen.

Met acht waren ze, nadat eentje besloten had af te haken. Het was 1971, Richard Nixon was president van de Verenigde Staten en de FBI was onder J. Edgar Hoover een ontzettend sterke organisatie geworden. Het idee om bij de FBI in te breken kwam van William C. Davidson, een professor natuurkunde aan Haverford College. Hij verzamelde een groep jonge activisten die zich niet konden verzoenen met de oorlogen waarin hun land verwikkeld was. President Nixon had in de zomer van 1970 de Amerikaanse invasie in Cambodja aangekondigd.

Enkele leden van het team inbrekers maakten zich nu officieel bekend in de media, onder hen Keith Forsyth (destijds gespecialiseerd in het kraken van sloten), en John en Bonnie Raines. Bonnie schreef een column over de diefstal in The Guardian. Ze lopen 43 jaar na de feiten geen risico meer om vervolgd te worden. Rond deze tijd zal ook een boek verschijnen over de inbraak, geschreven door Betty Medsger, een voormalige journaliste van The Washington Post, die destijds de gestolen documenten onderzocht en onder druk van de Amerikaanse overheid het nieuws bekend maakte.

Old school Snowden

Het verhaal is natuurlijk heel opmerkelijk na de heisa rond de onthullingen van Edward Snowden over de spionagepraktijken van NSA. Er zijn wel een paar grote verschillen tussen Snowden en zijn voorgangers. Zij hadden immers niet de mogelijkheid om honderdduizenden bestanden op harde schijven te downloaden en moesten het nog op de ouderwetse manier doen: als inbrekers. Hun hele plan moest tot in de puntjes worden voorbereid. Ze hadden het FBI-bureau in Philadelphia in het vizier, maar beseften dat het te riskant was om daar in te breken. Dus gokten ze op een satellietbureau van de FBI in een flatgebouw. Ze wisten op voorhand niet of ze daar bezwarende documenten over spionage zouden vinden. Het was zelfs niet zeker of de deuren uitgerust waren met een alarmsysteem.

Getty Images

Maandenlang hielden ze het gebouw in de gaten. Op ieder moment van de nacht waren ze er eens langs gereden en ze kenden de stappen van elke bewoner. “We wisten wanneer ze thuis kwamen van hun werk, wanneer ze de lichten doofden, wanneer ze gingen slapen en wanneer ze wakker werden”, zegt John Raines. “We waren vrij zeker van alle nachtelijke activiteiten in en rond het gebouw.” Maar pas toen ze binnen waren en er geen alarmsignaal klonk, konden ze opgelucht ademhalen. Alles liep van een leien dakje, alleen moesten ze een andere ingang nemen dan gepland, toen bleek dat de FBI een slot had geïnstalleerd dat Forsyth niet kon kraken. Voor de andere deur gebruikte hij een koevoet. Ze hadden hun moment overigens goed uitgekozen, want op die avond vochten Mohammed Ali en Joe Frazier een beklijvende bokskamp uit. “We hoopten dat veel mensen naar hun radio zouden luisteren en de politie iets minder waakzaam zou zijn”, zegt Bonnie Raines.

Ze gingen met alle documenten in het gebouw aan de haal en gebruikten vluchtauto’s om zo snel mogelijk van de plaats van het misdrijf te verdwijnen. In een boerderij die ze als verzamelplaats hadden uitgekozen, werd pas echt duidelijk hoe groot hun buit was. Ze beschikten over informatie die onthulde hoe geobsedeerd Hoover was met het bespioneren van mensen die een rebelse mening hadden. Agenten moesten hun ondervragingen van oorlogsactivisten en opstandige studentengroepen bekend maken. Ook zwarte studenten werden nauwlettend gevolgd.

Spionage

Het meest intrigerende document droeg de naam Cointelpro. Niemand wist wat de term betekende en pas jaren later kon een reporter van CBS met de hulp van andere FBI-documenten ontdekken dat het om een goed georganiseerde vorm van spionage ging. De FBI volgde mensen die zich bezighielden met burgerrechten en politiek, alsook personen die ervan verdacht werden communist te zijn. Er zat zelfs een brief tussen die anoniem verzonden was naar Dr. Martin Luther King Jr, waarin gedreigd werd dat ze zijn buitenhuwelijkse activiteiten aan de grote klok zouden hangen als hij geen zelfmoord zou plegen.

Getty Images

De gestolen documenten werden naar redacties gestuurd. Nixon probeerde de publicatie nog te vermijden, maar toen de Post met een artikel naar buiten kwam, volgden andere kranten. “Toen we tegen mensen buiten onze beweging vertelden over wat de FBI aan doen was, wilde niemand ons geloven”, zegt Forsyth. “We konden de bevolking alleen maar overtuigen wanneer we zwart op wit bewijzen hadden.” Nadien besloot iedereen naar de achtergrond te verdwijnen, zodat er geen klopjacht ontstond zoals bij Snowden. “We wilden helemaal geen aandacht opeisen voor ons werk. We hadden gedaan wat we wilden doen. De jaren 60 waren voorbij”, zegt John Raines.

“Vind die vrouw!”

John en Bonnie Raines hadden veel te verliezen. Het koppel had drie kinderen en ze hadden op voorhand regelingen met familieleden getroffen om de voogdij over de kinderen op zich te nemen als de inbraak verkeerd zou aflopen. “We vertelden hen natuurlijk niet de details van onze plannen, maar we wisten dat ze ons heel lang konden opsluiten”, zegt Bonnie. Zij had voor de inbraak de taak om het laatste onderzoek te doen naar mogelijke beveiligingssystemen. Ze moest haar hippieharen verbergen en deed zich voor als een studente die geïnteresseerd was in de kansen voor vrouwen bij de FBI. Nadien was Bonnie de enige leidraad die Hoover had, toen hij 200 agenten op de zaak zette. “Vind me die vrouw!”, zou hij geschreeuwd hebben.

Getty Images

“Vijf jaar lang leefden we met de angst te worden gearresteerd. Er circuleerde een tekening van mezelf als vermomde student, hoewel ik me daar toen niet van bewust was. De FBI is John zelfs komen ondervragen, maar gelukkig was ik toen niet thuis.” Na vijf jaar moest de zaak gesloten worden, aangezien er niet genoeg bewijzen waren. “We hebben het toen aan de kinderen verteld en het verhaal werd familiaal erfgoed. Als je wil dat je kinderen zich in hun leven gedragen dan moet je hen over je eigen daden vertellen.”

Intussen zijn ze hun activistische ziel een beetje kwijt geraakt, maar Forsyth (nu 63 jaar) en de Raines’ (John is intussen al 80 jaar), geven toe sympathie te hebben voor Snowden. Ze beseffen ook dat veel mensen niet zullen begrijpen waarom ze zo’n risico hebben genomen, terwijl hun kinderen hun ouders hadden kunnen verliezen. “Het lijkt een roekeloze beslissing, maar er was niemand in Washington die Hoover zou veroordelen, zelfs de president niet”, zegt John Raines. “Het werd ons duidelijk dat niemand anders iets zou doen.” Toen de ware impact van de informatie bekend raakte, was Hoover al overleden.

BRONNEN: The New York Times, The Guardian – BOEK: The Burglary (Betty Medsger)

Getty Images

Gesponsorde artikelen