Lies Corneillie (Groen): “Ik wil de stad aangrijpen als een kans, in plaats van ze te benoemen als een vat vol problemen”

Lies Corneillie (Groen): “Ik wil de stad aangrijpen als een kans, in plaats van ze te benoemen als een vat vol problemen”

Van Groen een partij maken die nog meer bruist van engagement dan vandaag, dat is de opzet van Lies Corneillie. Ze is nog geen 30, maar heeft al een mooi parcours afgelegd bij de partij: voormalig ondervoorzitter van Jong Groen én lid van het partijbestuur. “Ik geloof niet in een tweestrijd tussen generaties en ben blij dat ik deel ben van een partij die gelooft in de kracht van jongeren.”

Is er binnen je partij een verschil in ideeën tussen de jongste generatie en de oudere generaties? Op welke domeinen? Dus: waar deel je de analyse van je oudere partijgenoten, waar wijkt ze er van af?

“Binnen onze partij zijn er heel veel verschillende mensen met heel veel verschillende ideeën, en gelukkig maar. Soms verschil ik van mening met een oudere of een jongere, met iemand van de stad of het platteland, met een man, een vrouw, een gelovige of een atheïst. Om maar te zeggen dat ik niet geloof dat je geboortedatum je manier van denken bepaalt. De realiteit waarin jongeren vandaag opgroeien is natuurlijk anders dan die van 20 of 40 jaar geleden. Maar er zijn zoveel meer factoren die je kijk op de dingen mee bepalen.”

“Wat ecologisten zeker verbindt, is het denken aan de toekomst en toekomstige generaties. Ik geloof niet in een tweestrijd tussen generaties en ben blij dat ik deel ben van een partij die gelooft in de kracht van jongeren. Het is een hele eer om met een grote groep ambitieuze en getalenteerde jonge mensen aan politiek te kunnen en mogen doen, om te leren van elkaar en van ervaren mensen, en om kansen te krijgen. Ik zou van geen enkele andere partij lid kunnen zijn.”

Wat worden de grootste uitdagingen van de volgende generatie die het beleid zal uitstippelen?

“Wereldwijd gaan steden groeien. Tegen 2050 zijn we met één miljoen Belgen meer dan vandaag, en die zullen vooral in de stad wonen. Leg dat feit naast een hele waslijst aan uitdagingen: klimaatverandering, sociale ongelijkheid, samenleven in diversiteit, en ga zo maar door. In steden manifesteren die zich het meest. Maar nergens is ook de lijst met kansen zo uitgebreid: autoloze wijken, cohousing, voedselteams, stadstuinieren, sociale kruideniers, culturele initiatieven, buurtbars, wijkbudgetten, … De stad is de motor voor verandering.”

“Ik wil de stad aangrijpen als een kans, in plaats van ze te benoemen als een vat vol problemen. De oplossing voor bovengenoemde problemen ligt in kwalitatieve verdichting: beschikbare ruimte creatief en efficiënt invullen. Gebruik alle hefbomen die voor handen zijn om steden te versterken. Het is een opdracht van beleidsmakers om het voortouw te nemen waar nodig, en tegelijk ruimte te creëren voor initiatief van onderuit. Onze steden bruisen van ondernemingszin!”

“Daarnaast zie ik ook heel wat uitdagingen in hoe we kijken naar tijd, werk, loopbaan en inkomen. Zelf werk ik veel en graag, mijn job is een deel van wie ik ben. Niet alle jobs geven evenveel voldoening. Hoe is het om zo’n job alsmaar langer vol te houden? Hoe maken we werk werkbaar voor iedereen? Het gaat ook verder dan een debat over de pensioenleeftijd. Hoe zal het concept ‘werk’ evolueren in de toekomst? Hoe evolueert technologie? Is er nog evenveel werk om iedereen aan de slag te krijgen? Kunnen we wel een heel sociaal zekerheidstelsel bouwen op arbeid en economie? Hoeveel kan onze economie nog groeien, flirten we vandaag al niet te veel met de grenzen van mens en planeet?”

“De manier waarop we aan politiek doen en hoe we beleid zullen uitstippelen lijkt me de derde grote uitdaging. Ik ben ervan overtuigd dat goed beleid niet ontstaat in hoofden van politici of aan de bureaus van ambtenaren, maar in interactie met mensen. Democratie is meer dan een keer om de x-aantal jaar een bolletje gaan inkleuren. Je stem als burger telt liefst elke dag. Weten hoe burgers de dingen beleven, dat is cruciaal als je goed beleid wil voeren.”

“Onze samenleving is een constante interactie tussen overheid, media, burgers, bedrijven en verenigingen. Een van onze rijkdommen is een groot en sterk middenveld. Enerzijds de klassieke, verankerde organisaties met tientallen jaren ervaring en anderzijds tal van nieuwe organisaties. Hoe gaan we als beleidsmaker om met dat klassieke middenveld, met die nieuwe organisaties en netwerken én met de niet-georganiseerde burger die ook meer en meer zijn stem wil laten klinken?”

“En tot slot: zijn we als politici nog relevant? Hoe dan? Ik geloof dat het antwoord niet macht is, maar ideologie. Voor mij is politiek samen een droom hebben voor de toekomst en geloven dat die toekomst mogelijk. Politiek gaat meer dan ooit over inspireren.”

Wat is je ambitie?

“Het is alvast een concrete ambitie om die uitdagingen op korte termijn aan te pakken in Leuven. Onze stad heeft alle potentieel om een duurzame en rechtvaardige stad van de toekomst te zijn. Het huidige stadsbestuur slaagt er maar niet in om dat waar te maken, herkauwt recepten uit het verleden en hypothekeert de toekomst. Onze ideeën voor bijvoorbeeld betaalbaar wonen en participatie zijn dan ook broodnodig.”

“De Leuvenaar verdient een progressief beleid en bestuur dat hen betrekt in plaats van negeert. Leuven bruist van het talent en de ideeën: van op de schoolbanken tot aan de universiteit, op elke hoek van de straat, van jong tot oud, geboren en getogen in Leuven of hier nog maar pas aanbeland. Het is mijn vurige ambitie om met hen allemaal samen te werken aan een rechtvaardige en duurzame stad.”

Wanneer zal je teleurgesteld zijn? Ben je daartegen gewapend?

“De vraag lijkt ervan uit te gaan dat ik vandaag nog nooit teleurgesteld was. Natuurlijk wel, en dat vind ik ook maar normaal. Ik ben geen supermens of machine zonder emoties. Politici mogen dat ook niet zijn, politiek is mensenwerk. Wanneer ik rondom mij kijk, zie ik heel wat mislopen en dingen die beter kunnen. Zet ik die negatieve bril op, dan zou ik niet eens de goesting hebben om aan politiek te doen. Maar zo ben ik niet. Wat mij drijft, is de onuitputtelijke overtuiging dat het beter moet én dat het kan. Wat mij gelukkig maakt, is dat er zovele mensen dagelijks werken aan die andere wereld, op heel verschillende manieren. Het beste wapen tegen teleurstelling, dat is de inspiratie en de passie van die mensen.”

Gesponsorde artikelen