Lore in Argentinië: watervallen, woestijn en de Andes

Lore in Argentinië: watervallen, woestijn en de Andes

Lore (22, pas afgestudeerd) lost haar ‘quarter life crisis’ (ja, dat bestaat) op door rond te reizen door Zuid-Amerika. Via haar artikels laat ze ons een klein beetje meereizen. Gezellig! Vorige keer vertelde ze ons over haar avonturen op de Argentijnse ‘alternatieve’ geldwisselmarkt, dit keer over watervallen, woestijnlanschap, chalets en de lange busritten tussenin.

Na iets minder dan een week kwam onze tijd in Buenos Aires ten einde. Er moest namenlijk een vliegtuig naar Puerto Iguazu gehaald worden. Aangekomen op onze bestemming merkte mijn lief dat de zijzakken van zijn rugzak waren leeggeroofd door iemand in het bagageverwerkproces onderweg. Waarom die kerels nu juist een EHBO-kit en waterzuiveringstabletten nodig hadden is me nog steeds een raadsel, maar soit, er zijn ergere dingen.

Waarom we naar het piepkleine toeristenstadje Puerto Iguazu gingen? Om de Iguazu Falls eens van dichtbij te gaan bekijken. Ik kan er niet veel meer over zeggen dan: héél véél water. Een foto zal waarschijnlijk meer zeggen (dan 1.000 woorden weetjewel). 

Argentijnse afstanden

Na de Iguazu Falls ging het allemaal heel snel. We zijn in ongeveer anderhalve week van de jungle over woestijnachtig landschap naar een omgeving die sterk aan de  Alpen doet denken getrokken. Wat we daaruit geleerd hebben? Argentinië is groot, héél groot. Iedereen die al eens een wereldkaart bekeken heeft weet dat natuurlijk al, maar ik denk dat je pas écht een idee krijgt van de afstanden als je ook de nodige uren in de bus hebt doorgebracht.

Na een busrit van 15 uur van Buenos Aires naar Mendoza (aan 600 peso’s, ongeveer 60 euro) dachten we een gigantisch deel van het land te hebben doorkruist, maar een tweede blik op de kaart leerde ons dat de weg naar het zuiden nog veel langer zou zijn. Dat deed me ook beseffen dat wij Belgen toch een heel andere perceptie van afstand hebben. Ik herinner mij nog dat toen ik vanuit Diest naar Gent trok om er te gaan studeren dat ik verschillende ‘amai is dat niet kei ver’-commentaren heb gekregen. Anderhalf uur onderweg, daar lachen ze hier mee.

Die langeafstandsbussen vallen wat comfort betreft trouwens gigantisch mee. Van die beenruimte kunnen vliegtuigmaatschappijen nog iets leren (I’m looking at you, Ryanair). Je kan kiezen uit ‘cama’, letterlijk vertaald bed en in realiteit een comfortabele zetel die je volledig plat kan leggen, en ‘semicama’, waar wij tot nu toe altijd in gereisd hebben, wat een iets minder brede stoel is die je niet volledig plat kan leggen, maar toch comfortabel genoeg is voor semikwalitatieve nachtrust. De ‘collectivo’, of bus die gesponsord is door de staat, is dan weer perfect voor kortere afstanden. Airconditioning en comfort zijn een pak minder, maar de prijs is dat ook. Een ritje in Buenos Aires kostte bijvoorbeeld 2 peso’s (20 cent) en in andere steden gemiddeld 5 peso’s (50 cent).

Wijn en een ‘nieuwe vriend’

Mendoza, de eerste stop op ons busavontuur, is vooral bekend om de omliggende wijngaarden met de Andes in de achtergrond. Zelf een fiets huren om een aantal wijngaarden te bezoeken, met de bijhorende proeverijen, bleek een pak goedkoper dan meegaan met een georganiseerde tour (130 peso’s versus 440). We lieten Mendoza al snel achter ons om na een kort busritje (als in: eentje van 6 uur) in Malargue, aka the middle of nowhere, terecht te komen.

Malargue is in de winter een dorp waar skifanaten budgetvriendelijk logement komen zoeken voor het skigebied Las Leñas, maar toen wij er waren (net het einde van de zomer) was er niet veel activiteit te bespeuren. Net als de twaalf andere toeristen die er op dat moment leken te zijn, gingen we dan maar op zoek naar een excursie naar een van de bezienswaardigheden in het omliggende woestijnachtig landschap. Het werd uiteindelijk een uitstap naar een stel grotten (Las Cabernas de las Brujas) die ook geschikt is voor mensen die, zoals ik, lijden aan een milde vorm van claustrofobie. Onze ontmoeting met een tarantula toen we op ons eentje even de woestijn waren ingetrokken was trouwens ook redelijk memorabel. 

Chalets?

Na een busreis van 24 uur (wat volgens mij zelfs naar Argentijnse normen lang is) kwamen we aan in Bariloche. Bariloche lijkt wel de Argentijnse versie van een dorp in de Alpen te zijn. Bergen, meren, chocolade en zelfs chalets, ze hebben het hier allemaal. Bariloche is een goede uitvalsbasis voor allerlei fiets- en wandeltochten met bijhorende ‘schoon uitzichten’. Ik voel ze nu nog in mijn benen. 

De volgende etappe gaat verder zuidwaarts, naar Patagonië. Twee volle dagen op de bus zuidwaarts om precies te zijn. De tickets terug naar het noorden, naar Santiago, zijn al geboekt. Vliegtuigtickets deze keer (niet echt hardcore, maar dat mag ook wel eens).

Gesponsorde artikelen