Lore in Patagonië: Gletsjers, guanaco’s en de eerste grensovergang

Lore in Patagonië: Gletsjers, guanaco’s en de eerste grensovergang

Lore (22, pas afgestudeerd) lost haar ‘quarter life crisis’ (ja, dat bestaat) op door rond te reizen door Zuid-Amerika. Via haar artikels laat ze ons een klein beetje meereizen. Gezellig! Vorige keer schreef ze over watervallen, woestijnlandschappen, skigebieden met chalets en de lange busritten daartussenin. Dit keer gaat de reis van Bariloche met zijn Alpiene architectuur verder zuidwaarts, naar het einde van de wereld, Patagonië. 

De reis van Bariloche naar El Chaltén, in Patagonië, verliep bijna volledig over de Ruta 40, een weg, af en toe geasfalteerd, die van het noorden van Argentinië langs de Andes helemaal tot het uiterste zuiden loopt. De Argentijnse ‘Route 66’ zeg maar.

Wat er te zien was tijdens die 24 uur on the road? A whole lot of nothing. Het eindeloze droge landschap  werd alleen af en toe onderbroken door een stel grazende guanaco’s en om de 500 kilometer een dorp dat uit niet veel meer dan een tankstation en een krantenwinkel leek te bestaan.

Dat eindeloze niets is op zich eigenlijk ook wel indrukwekkend, maar wie van plan is om de bus naar het einde van de wereld te nemen brengt toch best ook een boek mee. Vierentwintig uur mijmeren over de leegheid van het landschap (of voor filosofischere zielen: het bestaan?) is immers nogal lang.

Op een halfuurtje van onze eindbestemming, El Chaltén, maakte de droge zandgrond met hier en daar een zielige struik opeens plaats voor meren met gletsjers en doken de indrukwekkende met sneeuw bedekte pieken van de Andes op in de achtergrond. Welkom in Patagonië.

Na een korte wandeling in El Chaltén werd ons al snel duidelijk dat het stadje enkel bestaat omwille van het toerisme. De hostels en hotels werden alleen af en toe afgewisseld door een zeer dure supermarkt (voedsel tot aan het einde van de wereld krijgen kost blijkbaar veel geld) of een restaurant. 

Net als in Lonely Planet

El Chaltén profileert zich als de ‘trekkinghoofdstad van Argentinië’ en ook wij brachten het grootste deel van onze dagen al wandelend door. De natuur waardoor we omringd werden was volgens mij het mooiste dat ik ooit al gezien heb.

Toen ik na de eerste dagtocht de Lonely Planet van een medereiziger opensloeg zag ik op de eerste pagina een foto van het landschap dat we diezelfde dag nog gezien hadden. De beste vriend van de gemiddeld backpacker is het dus blijkbaar met me eens: El Chaltén en omstreken is de moeite.

Onze tweede wandeling ging richting Laguna de los Tres, een meer met gletsjer aan de voet van de Fitz Roy, de hoogste piek in de omgeving. ’s Morgens was er geen wolkje aan de lucht, dus we vertrokken vol goede moed in korte broek. Onderweg nam de Patagonische wind, een intens en onvoorspelbaar fenomeen zo blijkt, langzaam maar zeker toe en leek onze vestimentaire keuze steeds minder een goed idee.

Het laatste uur naar de top ging steil omhoog (het bord met ‘enkel voor wandelaars in goede conditie’ voorspelde al weinig goeds) en toen we aankwamen op de top werden we bijna weggeblazen. Die wind met bijhorende sneeuw in combinatie met onze ietwat optimistische kledingkeuze zorgde ervoor dat we al snel aan de terugtocht naar huis begonnen…

Na El Chaltén vertrokken we richting El Calafate, een al even toeristisch stadje dat vooral als uitvalsbasis dient voor excursies naar de beroemde gletsjer Perito Moreno. We besloten om voor een georganiseerde tour met wandeling óp de Perito Moreno te kiezen en iets meer geld uit te geven (800 peso’s, ongeveer 80 euro), want zeg nu zelf, hoe vaak krijg je de kans om op een gletsjer rond te wandelen? 

Volgende halte: Chili

De volgende dag lieten we El Calafate en zijn attractie achter ons en sprongen we terug op de bus. Het was tijd om enkele formulieren in te vullen en om de volgende stempel in onze paspoorten te verzamelen. Onze bestemming: Puerto Natales, Chili. In deze havenstad troffen we de voorbereidingen om enkele dagen rond te gaan trekken in Torres del Paine, een nationaal park in Chileens Patagonië.

Drie dagen kamperen in de wilderenis, al is dat relatief want de kampeerplaatsen waren best goed georganiseerd, was voor ons kampeermaagden (tenzij je festivalcampings meetelt) een heel avontuur. Slapen, of dat toch proberen, met het geluid van afkalvend gletjserijs op de achtergrond was in ieder geval een unieke ervaring (al moet je het geluid van de muizen die rond je tent op zoek zijn naar eten erbij nemen).

Drie kwartier lang een berg opklauteren bij niet meer dan het licht van een zaklamp om de zonsopgang op de Torres, waarnaar het park vernoemd is, te bekijken was dat bijvoorbeeld ook. Toen we na drie dagen uitgeput, maar voldaan terug op de bus richting Puerto Natales stapten konden we alleen maar ongelofelijk onder de indruk zijn van de mensen die de volledige tour van het park, 7 tot 10 dagen, overleven. Respect. 

Gesponsorde artikelen