Na Parijs moeten we het ons toch afvragen: hoe (on)bekwaam zijn onze inlichtingendiensten?

Na Parijs moeten we het ons toch afvragen: hoe (on)bekwaam zijn onze inlichtingendiensten?

Alweer werden de aanslagen in Parijs gepleegd door mensen van wie we wisten dat we ze verdomd goed in de gaten moesten houden. Het is een constante geworden, dat gepruts van inlichtingendiensten en staatsveiligheden. En weten ze eigenlijk wel iets over IS?

Tot voor kort, toen ik besloot maatregelen te nemen, wisten inlichtingendiensten perfect waar ik naar surfte op het web, met wie ik chatte en wat er in mijn mails stond. Ze konden ook meeluisteren als ik aan het bellen was, en nog wat van die dingen.

Wat diezelfde inlichtingendiensten niet kunnen, is Islamitische Staat in kaart brengen. Ze kunnen ook amper aanslagen verijdelen, en als ze het toch doen blijkt dat doorgaans een gelukstreffer te zijn. Omdat de bom in kwestie aan boord van het vliegtuig niet afging bijvoorbeeld. Of omdat de terrorist een beetje te hard reed op de Autobahn met zijn BMW vol Kalashnikovs.

Breaking Bad en drie redenen

Soms zijn dingen best simpel en schuilt er zelfs in toogpraat waarheid. En toen een vriend opmerkte dat “die terroristen toch ook niet achterlijk zijn, dat zelfs de drugsdealers in Breaking Bad wisten dat ze gsm’s geen twee keer moesten gebruiken” had hij 100 procent gelijk.

De incompetentie van de westerse inlichtingendiensten is groot. Daar zijn drie belangrijke redenen voor. Ten eerste het feit dat ze nog steeds niet snappen dat terrorisme geëvolueerd is en dat het gevaar dat nu bestreden moet worden maar weinig uitstaans meer heeft met de “traditionele terroristische groeperingen” uit het verleden.

Ten tweede: het feit dat er een toenemende (budgettaire) focus ligt op elektronische mass surveillance. En ten derde het feit dat nog steeds niet genoeg onderkend wordt dat die terroristen hun aanslagen kunnen plegen bij gratie van banden met de “gewone” georganiseerde misdaad, die hen heel makkelijk kan voorzien van wapens.

Wapens in het park

Laten we beginnen met dat laatste. Ayoub El-Khazzani, de idioot die afgelopen zomer een aanslag in de Thalys wilde plegen, verklaarde achteraf aan zijn ondervragers dat hij de zware aanvalsgeweren “had gevonden in het park in Brussel”. We moesten daar allemaal eens goed mee lachen, maar de realiteit is dat het echt heel makkelijk is om in ons land aan dat soort wapens te geraken.

Hoe die wapens hier verzeilen schreven we hier al, net zoals het common knowledge is dat ons land op dat vlak een draaischijf is. Niet bommen, maar Kalasjnikovs zijn ondertussen het wapen van keuze om terroristische aanslagen te plegen, en het zijn die geweren die voor de meeste doden zorgen.

Mumbai in 2008: 188 doden door geweerschoten. Nairobi 2013: 67 doden door kogels in een shoppingcenter. Het is een constante. Zelfs Anders Breivik richtte tien keer meer schade aan door aan het schieten te gaan dan door de bomaanslag waarmee hij zijn killer spree in Oslo begon.

Gelul over maagden en bomgordels

“Er is een reden waarom er niet echt veel bomaanslagen op vliegtuigen gebeuren”, vertelde iemand uit het milieu ons onlangs nog. “Waarom zouden terreurorganisaties in de hand werken dat er nog strenger gecontroleerd wordt op luchthavens en in vliegtuigen? Ze hebben daar geen enkel belang bij, integendeel. Uiteindelijk hebben ze het luchtverkeer in toenemende mate nodig om hun mensen heen en weer te smokkelen. Plus: ze financieren zich voor het grootste deel met dingen als drugssmokkel of smokkelen van andere illegale dingen.”

Ook in Parijs vrijdag leverden de bomgordels van de terroristen amper iets op, tenzij wat symbolisch propaganda in de vorm van gegarandeerd martelaarschap en gelul over maagden bij de geloofsgenoten van de jihadistische club. Die bomgordels hadden als springstof acetonperoxide of TATP. Dat spul is echt wel ongeveer het meest amateuristische dat je kan gebruiken: zeer instabiel, maar makkelijk te maken. De grondstoffen, waterstofperoxide, aceton en geconcentreerd zwavelzuur of zoutzuur zijn gewoon verkrijgbaar bij de meeste bouwmarkten of een apotheek. De handleiding voor een bomgordel van TAPT kan je gewoon googelen.

Niet echt de grootste lichten

Het punt is dat je nooit helemaal kan voorkomen dat terroristen aan wapens geraken, maar we zouden het wel een pak moeilijker kunnen maken. “It’s a lot easier to keep guns out than to keep people out”, hoorden we daarover van een veiligheidsexpert, een verwijzing naar de toenemende roep om de buitengrenzen van Europa beter te gaan controleren.

Eén van de redenen waarom dat zo belangrijk is en al snel een grote impact zou hebben: het nieuwe soort terroristen, jonge, beïnvloedbare nitwits die je makkelijk kan omlullen om hun eigen leven op te offeren in naam van een religieus sprookje, zijn … wel, er is niet echt een subtiele manier om dit te zeggen … maar het zijn niet echt de grootste lichten.

Dit zijn geen snode carrièreterroristen genre Carlos De Jakhals. Dat blijkt uiteindelijk ook uit de aanslagen. Hoewel er een hoop spel is gemaakt van “een gecoördineerd plan”, moeten we eerlijk zijn: de eerste de beste groep idioten kan op een paar uur tijd met het idee komen om aanslagen te plegen zoals die in Parijs. Zeker als de exitstrategie er niet toe doet en de daders blijkbaar toch zich verzoend hebben met het feit dat ze er zelf het loodje bij zullen leggen.

“Shockingly simple, nothing sophisticated about it”

Mij moet je niet geloven, maar Ray Kelly, voormalig hoofd van de NYPD misschien wel. Hij noemt de aanslagen in Parijs “shockingly simple, nothing sophisticated about it”. “We kunnen degene die erachter zat nu wel een mastermind noemen, maar om dit klaar te spelen moet je niet echt hoogbegaafd zijn. Het enige wat je nodig hebt om het te doen slagen is een stel idioten die bereid zijn te sterven terwijl ze de aanslag uitvoeren. Voor de rest: ‘Ga naar een concertzaal en schiet zoveel mogelijk mensen dood’, het is niet echt een hoofdbreker.”

Om de terroristische aanslagen van 9/11 te plegen bijvoorbeeld, was wel een hoop diabolische planning en organisatie nodig. Tot het leren vliegen met airliners van de terroristen toe.

De rol van het kalifaat

Wat ons brengt tot een andere, grote misvatting over met wie ze te maken hebben. Zo’n simpel plot heeft helemaal geen specifieke instructies nodig van de top van Islamitische Staat in het kalifaat. Hoewel zowel overheden hier als IS zelf ons nu proberen wijs te maken dat de aanslagen in Parijs in Raqqa werden gepland en passen in een uitgekiende, bewuste strategie, is dat wellicht helemaal niet het geval.

Wat is er dan gebeurd? Aan de oorsprong ligt een probleem waar Islamitische Staat mee af te rekenen heeft sinds begin dit jaar. Terwijl er daarvoor tot 3.000 buitenlanders per dag zich aanmeldden om in en voor het kalifaat te vechten, begon dat aantal flink af te nemen, tot hooguit 50 tegen afgelopen lente. Het noopte de top van Islamitische Staat tot het herdenken van z’n strategie. De nieuwe boodschap, uit armoede eerder dan uit weelde, was: blijf in je thuisland en vecht daar voor onze zaak. Je moet niet meer naar hier komen.

Duizend bloemen

De boodschap paste ook in een ander fenomeen waar ze bij IS mee geconfronteerd werden: steeds meer Syriëstrijders wilden terug naar huis, en met een groeiend aantal viel niet veel meer aan te vangen in het kalifaat zelf. “They put the word out to let a thousand flowers bloom and do what you can”, verwoordt Kelly het.

Propagandabewijs kan je het “het oprichten van sleeper cells in de hele wereld noemen”, maar in realiteit was en is het gewoon nog het beste proberen te maken van een half verloren zaak. Alle aanslagen die sindsdien gebeurd zijn in naam van IS buiten het kalifaat zelf wijzen erop dat dat klopt. Ze gebeurden op initiatief van de daders zelf.

Het hoofd van de slang

Dat is overigens niet meteen een goeie zaak. Het betekent dat de hele theorie van “het hoofd van de slang afsnijden” (door IS het vuur aan de schenen te leggen in het kalifaat zelf) niet echt een fool proof plan is. Bottomline: inlichtingendiensten geloven nog steeds dat ze aan het vechten zijn tegen een piramidale organisatie, goed gestructureerd, traditioneel gefinancierd en centraal gestuurd.

Dat is echter niet het geval, ten minste voor wat betreft terrorisme in naam van IS buiten het kalifaat. Ze maken daarin dezelfde fout als de media overigens, die ook maar met moeite z’n hoofd rond zoiets krijgt. Het idee dat de vijand moeilijk definieerbaar is, onvoorspelbaar en onopgemerkt in ons midden kan leven is daar nog niet aan de orde.

Anonymous

Het is nochtans een byproduct van onze moderne, gedigitaliseerde, door het internet verbonden geglobaliseerde wereld. Een goed voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld hoe we wat we dan het hackerscollectief Anonymous noemen hardnekkig blijven zien als één organisatie. Dat Anonymous bestaat niet. Er is geen structuur, er is geen centrale leiding, er is gewoon een vaag idee en een cool masker waar iedereen die dat wil zich achter kan scharen.

Dat klinkt alsof er niks aan te doen valt: het idee van het jihadisme is gezaaid (de thousand flowers die moeten bloeien) en leeft z’n eigen leven. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn: het impliceert dat je anders te werk moet gaan om het op te sporen. In casu zoek en neutraliseer diegenen die vatbaar zijn om “open te bloeien”.

Mass surveillance

Wat ons bij het volgende brengt: mass surveillance zou je denken is daar dan best wel een adequaat antwoord op. Alleen: dat is het niet. In de praktijk blijkt het immers niet te werken, en integendeel, doordat er zoveel middelen ingestoken worden die anders naar menselijk speurwerk zouden gaan, heeft het zelfs een averechts effect. We gaan daar bijna zeker ooit heel veel spijt van krijgen, maar een meerderheid van de mensen lijkt niet echt een probleem te hebben met het feit dat zijzelf het onderwerp zijn van die inspanningen om zoveel mogelijk informatie over hen te verzamelen.

Overheden weten trouwens heel goed dat die mass surveillance geen zak uithaalt als het aankomt op het verijdelen van aanslagen. De terroristen hebben hen dat zelf verteld. Amedy Coulibaly, één van de aanslagplegers op een joods warenhuis in de nasleep van de Charlie Hebdo-tragedie, zei letterlijk aan zijn ondervragers dat ze geen moeite moesten doen: alles wat afgesproken en gepland moest worden gebeurde offline.

Bin Laden wist dit al in de jaren negentig. Al-Qaida opereerde via een systeem van “trusted couriers”. De enige reden dat hij gepakt werd was omdat iemand binnen de Pakistaanse veiligheidsdiensten hem verraadde en om die good old reason: hij vroeg er geld voor aan de Amerikanen.

James Bond

Al in 2001 wisten we dat terroristen encryptie gebruikten als ze dan toch iets online deden. In 2003 was er een intern rapport van de Britse inlichtingendienst waaruit bleek dat al-Qaida in Irak, dat zou uitmonden in wat nu IS is, een handleiding had van hoe hun mensen veilig een gsm moesten gebruiken.

Desalniettemin wordt een steeds groter deel van de budgetten van veiligheidsdiensten naar de afdeling mass surveillance verschoven. Edward Snowden zei bij zijn coming out al hoe dom dat is: het is degelijk ouderwets spionagewerk en menselijke infiltratie waarmee je terroristen ontmaskert.

De waarheid – en die is alweer niet echt leuk – is dat de realiteit geen James Bond-film is. De westerse inlichtingsdiensten weten bijzonder weinig over Islamitische Staat en ze maken er constant een zootje van. Dat uit zich hier, waar aanslagen, ondanks het feit dat ze gepleegd worden door mensen die wel degelijk aanleiding gaven om hen bijzonder goed in het oog te houden, niet verhinderd kunnen worden.

Keer op keer blijkt achteraf dat die mensen wel degelijk ergens geregistreerd staan. Omdat ze in Syrië zaten, omdat ze in Jemen een opleidingskamp van al-Qaida volgden, omdat – zoals nu weer het geval – inlichtingendiensten van andere landen tot verschillende keren toe waarschuwden voor hen.

Gesponsorde artikelen