Nee Donald, de polls zijn geen opgezet spel of leugens. Ze zaten er zelfs nooit zo dicht op. Dit is waarom

Nee Donald, de polls zijn geen opgezet spel of leugens. Ze zaten er zelfs nooit zo dicht op. Dit is waarom

Er zijn meer – een pak meer – Amerikanen die Trump niet moeten dan dat er zijn die wel een goede indruk van hem hebben. Trump is zelfs de eerste president ooit die met negatieve “favorability ratings” aan zijn termijn begint. Zelf noemt hij dat leugens en doorgestoken kaart, zoals de polls er volgens hem naast zaten tijdens zijn campagne. Alleen: ondertussen blijkt dat die polls eigenlijk helemaal niet zo fout zaten. 

Trump heeft een “favorable” rating van 40%. 54% van de Amerikanen zeggen “unfavorable”. Naar Amerikaanse normen zijn dat desastreuze cijfers. Geen enkele president is sinds met die peilingen begonnen werd in 1937 ooit begonnen aan zijn termijn met negatieve ratings.

Zelfs presidenten die ook bekend staan door hun polariserend effect, zoals Reagan en Nixon, haalden immens betere scores (respectievelijk 58 en 67% favorable). De 40% van Trump is net niet de helft van Obama bij zijn inauguratie (79%). Dat was wel uitzonderlijk hoog, de meeste presidenten scoren tussen 60 en 70% bij hun inauguratie.

Maar, ze scoren ook een pak lager op “unfavorable”, rond 20% doorgaans, omdat er toch altijd ook tussen 15 à 20% Amerikanen zijn die de boot afhouden en de optie “ik weet het niet” aantikken. Bij Reagan was dat bijvoorbeeld zelfs 22%, meer dan de 18% die hem niet zagen zitten.

Niet zo met Trump: slechts 6% twijfelt over hem.

Trump heeft er zelf zo zijn idee over:

Waarom de polls niet fout zaten

De polls zijn dus opgezet spel volgens hem, ze zitten verkeerd. En, dan heeft hij een punt, want de peilingen zaten er toch enorm naast in de aanloop naar verkiezingsdag, nietwaar? Wel, niet echt, blijkt ondertussen.

De peilingen klopten behoorlijk goed, alleen met de interpretatie ervan door journalisten en data-analisten zat wel wat fout. Neem de site RealClearPolitics, die een gemiddelde bijhoudt van de belangrijke polls. Dat gemiddelde kwam op de dag voor de verkiezingen uit op een voorsprong van Clinton van 3,3 procentpunt in de popular vote, het totaal aantal stemmen.

We weten nu alles geteld is, dat Clinton won met bijna 2,9 miljoen stemmen meer dan Trump, wat neerkomt op 2,1%. De polls zaten er dus 1,2% naast. Dat valt ruimschoots binnen de foutenmarge.

Bovendien was dat het meest accurate pollresultaat ooit voor de Amerikaanse presidentverkiezingen. Bij de herverkiezing van Obama, zaten ze er gemiddeld 3,2% naast. Vier jaar geleden toonden de polls een voorsprong van 0,7% voor Obama. Hij won uiteindelijk met een verschil van 3,9.

De peilingen klopten behoorlijk goed, alleen met de interpretatie ervan door journalisten en data-analisten zat wel wat fout.

Kiesmannen: ook daar zaten de polls goed

Toen won de winnaar van de popular vote ook de verkiezingen. Nu niet. De Amerikaanse verkiezingen zijn immers een verhaal van kiesmannen, en gingen die polls dan daar niet in de mist? Niet echt. In alle staten waarvan de meeste polls aangaven dat de winnaar voor 99% zeker was, heeft die kandidaat ook daadwerkelijk gewonnen, zonder één enkele uitzondering. In veertien staten waren de kandidaten volgens de polls meer aan elkaar gewaagd.

Doorgaans lagen de betrouwbaarheidsmarges van die “regionale” polls voor de battle states rond de 3%. Dus als Clinton op 45% stond, moet je dat vertalen in een uiteindelijk resultaat tussen de 42 en de 48%. Wanneer Trump daar bijvoorbeeld op 44% stond, ging dat resulteren in een score tussen 41 en 47%.

De realiteit is dat in alle veertien strijdstaten de uiteindelijke uitslag binnen de foutmarges lag. Wie nu zegt dat die foutmarges misschien te ruim worden genomen, heeft een punt, maar, laten we anderzijds ook niet vergeten hoe minimaal de uiteindelijke verschillen waren. Als in Wisconsin (5,7 miljoen inwoners), Michigan (9,8 miljoen inwoners) en Pennsylvania (12,5 miljoen inwoners) in totaal 39.000 kiezers op de andere kandidaat hadden gestemd, dan vierden we vrijdag de inauguratie van Clinton.

Als er dus een les moet getrokken worden, dan is dat zeker niet dat we moet stoppen met polls, maar dat we ze voorzichtiger en juister moeten leren interpreteren.

Een andere is deze, ervan uitgaande dat ook de populariteitspoll juist zit: er hebben sowieso een pak mensen op Trump gestemd die daar ondertussen spijt van hebben of die dat in de eerste plaats deden op een kandidaat waar ze niet in geloven.

Er hebben sowieso een pak mensen op Trump gestemd die daar ondertussen spijt van hebben of die dat in de eerste plaats deden op een kandidaat waar ze niet in geloven.

Gesponsorde artikelen