Oeps, we komen dan toch nog zonder olie te zitten

Oeps, we komen dan toch nog zonder olie te zitten

Door hallelujahberichten over nieuwe technieken voor het exploiteren van schalie-olie en schaliegas werd peak oil van de agenda gevaagd de jongste jaren. Peak oil is het omslagmoment wanneer we meer olie gaan willen verbruiken dan we kunnen oppompen, en het impliceert dat we in de nabije toekomst zonder fossiele brandstoffen gaan vallen. Dat optimisme was voorbarig blijkt tenminste uit een rapport van het International Energy Agency (IEA), het in Parijs gevestigd bureau dat in opdracht van de geïndustrialiseerde landen een oogje in het zeil houdt in verband met de manier waarop we omgaan met energie. Of hoe we in een jaar tijd van “a new era of energy abundance” ineens terug in het Plioceen belandden. 

Dertien maanden geleden liet het IEA nog opmerkelijk nieuws los toen het zijn jaarlijkse World Energy Outlook publiceerde: de VS zou Saudi-Arabië aflossen aan de kop van het peloton van olieproducerende landen. Dat zou al in 2020 gebeuren, dankzij het op volle toeren draaien van de ontginning uit brongesteente. Schalie-olie en -gas zit gevangen in die gesteenten door middel van adsorptie aan kerogeen, het organisch materiaal waaruit olie en gas ontstaat.

Maar ook dankzij het op punt stellen van het extraheren van een immense hoeveelheid olie die uit de Canadese teerzanden zit en daar nu ook al wordt uitgehaald trouwens. Allemaal heuglijk genoeg om het IAE te doen voorspellen dat vanaf 2030 de VS zelfs olie zou gaan exporteren. En dat een gebrek aan olie iets was voor de verre, verre toekomst.

With horizontal drilling and hydraulic fracturing (het fameuze tracking) to extract oil and natural gas from once inaccessible rock, especially shale and the accelerating exploitation of Canada’s bitumen (de teerzanden), another resource previously considered too forbidding to be economical to develop, the long awaited peak of world oil production could be pushed far into the future”, stond er in het rapport.

Saudi America

Dat deze boodschap euforisch werd onthaald, is een understatement. “Saudi America” titelde de Wall Street Journal in een artikel dat “a new era of American energy abundance” aankondigde. Het was zowaar de hergeboorte van de American Dream volgens de krant, die het had over “a US energy boom driven by technological innovation and risk-taking funded by private capital. This is a real energy revolution.”

Zo’n tamtam viel de recente editie van de World Energy Outlook niet te beurt. De uitputting van de bestaande olievelden bleek onderschat. Net als de kosten van de fameuze energy revolution. Mits een combinatie van ideale omstandigheden zou het nog kunnen, stipten de schrijvers deze keer aan: heel veel en heel zwaar investeren, aanhoudende technologische doorbraken, aangepast verbruik (lees: minder) en hogere olieprijzen. En dan nog staat er nog “there is no guarantee…”

Easy oil & tough oil

Eén van de grootste problemen is dat er almaar meer aanwijzingen zijn dat die nieuwe technieken en initiatieven alleen gedragen worden door de IOC’s, de oliebedrijven die in privéhanden zijn, en niet door de NOC’s. Dat zijn de Saudi Aramco, de National Iranian Oil Company en de Kuwait National Petroleum Company’s van deze wereld. Die laatsten controleren zowat 80 procent van de nu bekende reserves in de wereld, en da’s dan ook nog de olie die het makkelijkst uit de grond te halen is, de zogenaamde easy oil. Zij hebben geen enkel belang om te investeren in de nieuwe technieken, dat zou alleen maar hun concurrenten helpen.

De IOC’s zitten met de tough oil, die zich voornamelijk bevindt in Noord-Amerika, het Noordpoolgebied en de aangrenzende zeeën. Het zijn de IOC’s die het felst lobbyen om het nieuwe idee dat de wereld een “relatief oneindige voorraad olie en gas” heeft in ons collectief bewustzijn te krijgen.

Oneindig. Tenminste “zo lang de energiesector de toelating krijgt om de technologische stappen te zetten die nodig zijn om meer olie en gas te vinden en te exploiteren.” Er is volgens de IOC’s geen probleem “want er zijn de jongste jaren voortdurend nieuwe olie- en gasvoorraden ontdekt”. Er is iets heel erg mis met die conclusie, maar laat ons eerst even kijken welke de technologieën zijn die de oliejongens zo enthousiast maken.

“Saudi America” titelde de Wall Street Journal in een artikel dat “a new era of American energy abundance” aankondigde. Het was zowaar de hergeboorte van de American Dream volgens de krant.

Het zijn de IOC’s die het felst lobbyen om het nieuwe idee dat de wereld een “relatief oneindige voorraad olie en gas” heeft in ons collectief bewustzijn te krijgen.

Verschillende duizenden miljarden vaten olie

Er zijn vandaag de dag zes alternatieven voor conventionele oliewinning (het soort waarbij de olie bij wijze van spreken uit de grond spuit). Samen kunnen deze zes alternatieven volgens de IOC’s “several trillion” vaten olie toevoegen aan de voorraad.

Er is NGL, de aardgaswinning zoals die bijvoorbeeld door de Nederlanders gebeurt. Er is de winning uit teerzanden, waar de Canadezen mee bezig zijn. Er is kerogeenexploitatie.

Kerogeen is de gezuiverde vorm van ozokeriet. Ozokeriet wordt van bijkomende gesteenten gescheiden door het met warm water te smelten. Als kerogeen wordt blootgesteld aan temperaturen tussen de 80 en de 120 °C, vallen de grote moleculen in kleinere uiteen en vormt zich aardolie. Bij temperaturen ruwweg boven de 120 °C wordt het grotendeels omgezet in methaan (aardgas). Dit wordt natuurlijk kraken genoemd (Engels: primary cracking).

Verder heb je nog CTL (Vloeibaar maken van steenkool) en GTL (Van gas synthetische olie maken), allebei technieken die al bijna honderd jaar bestaan op industriële schaal. Ook de andere vier zijn niet echt nieuw. Maar er zijn wel technolgische vorderingen gemaakt die ze beter doen renderen. Dat, plus het feit dat, o ironie, net door het spook van peak oil, er steeds vaker een oogje dicht wordt geknepen om ze toe te passen.

Want los van het feit dat we dan even makkelijk voorbijgaan aan het gegeven dat het gebruiken van die “several trillion” vaten zo’n klimaatswijziging zou veroorzaken dat onze planeet er overal gaat uitzien als de Serengetiwoestijn, zijn er nog wel een aantal losse eindjes. 

De losse eindjes

Zo gaan de new oil believers ervan uit dat de vraag naar olie zal blijven toenemen en zo de investeringen zal financieren voor de nodige nieuwe technologie. Maar om te beginnen is de oliebusiness op dat vlak anders dan de meeste. Zo nemen de productiekosten er niet noodzakelijk af naarmate meer geproduceerd wordt. Integendeel: het wordt steeds duurder en moeilijker. IOC’s gaan ook altijd eerst de makkelijkst bereikbare (en dus goedkoopste) olie bovenhalen wanneer ze een nieuw tough oil-veld exploiteren. De teerzanden in Canada zijn een mooi voorbeeld. Daar werden eerst de voorraden aan de oppervlakte afgegraven. Omdat die nu uitgeput raken, moet er dieper en dieper gegaan worden, wat veel meer kost. Met schalie-olie hetzelfde verhaal. 

Momenteel wordt een vat ruwe olie verhandeld aan ongeveer 91 dollar. Hoeveel het kost om dat vat op te boren, hangt af van de plaats en hoe de olie werd bovengehaald, maar ruwweg: 33 dollar in de VS (50 dollar als hij offshore wordt geboord), 25 dollar in Canada, 45 dollar in Afrika, 17 dollar in het Midden-Oosten en 27 dollar voor Midden-en Zuid-Europa.

Het IEA schat nu dat binnen afzienbare tijd 90 dollar gaat kosten om een vat olie uit teerzand te halen, en 100 dollar, zelfs 110 voor de andere methodes. Dus ofwel gaan we aan de pomp een pak meer betalen, ofwel zal er geen geld zijn om de investeringen te doen om de olie nog te ontginnen.

 De teerzanden in Canada zijn een mooi voorbeeld. Daar werden eerst de voorraden aan de oppervlakte afgegraven. Omdat die nu uitgeput raken, moet er dieper en dieper gegaan worden, wat veel meer kost. Met schalie-olie hetzelfde verhaal. 

Met de vlam uit waterkraan

Komt bij dat tough oil vaak gewonnen wordt in probleemgebieden. De IOC’s claimen dat tot 15 procent van de nog te ontdekken olie en 30 procent van het aardgas op onze planeet in het Noordpoolgebied ligt bijvoorbeeld. Er zijn niet alleen ecologische bezwaren daar, de oliewinning in Alaska toont voortdurend dat de omstandigheden moeilijker (en duurder) blijken dan ingeschat door de oil companies. En dan is niet eens uitgemaakt van wie dat gebied is. Canada, Noorwegen, Rusland, de VS claimen het. En schaliewinning gebeurt nu al vaak in gebieden waar mensen wonen. Met akelige gevolgen.

Bekijk de Oscargenomineerde documentaire Gasland maar eens. In de film spreekt regisseur Josh Fox met mensen die in de buurt van schaliegasontginningen wonen. Ze klagen over giftige dampen, ziektes, verlies van reuk- en smaakvermogen, chronische pijn, genetische afwijkingen bij baby’s en massale sterfte bij vogels, vissen en andere dieren. je kan er in zien hoe Amerikanen die niet ver van zo’n fracking device wonen een aansteker bij een stromende kraan houden met een een steekvlam als gevolg. Wilma Subra, winnares van de Mc Arthur Genius Award, vertelt in de film dat de winningsgebieden verontreinigd zijn met arseen, cadmium, chroom, lood en barium. Er is toenemend bewijs dat fracking zelfs aardbevingen veroorzaakt. Toch geen slechte zaak dat minister Lieten gisteren nog in het parlement bevestigde dat fracken naar schaliegas in Limburg een no go is. 

Nog een issue: misschien willen we gewoon die olie of dat gas niet. Het bewustzijn van de impact van de fossiele brandstoffen op ons klimaat groeit, en niet alleen bij de eindconsument stelt het IEA vast. Zelfs in de VS wordt schoorvoetend door politici richting propere energie gewerkt. Denk maar aan de regels die Obama opgelegd heeft aan autoconstructeurs om wagens minder te doen verbruiken. Er is ook een psychologisch effect, waardoor het steeds moeilijker blijkt om geld te vinden voor investeringen waarvan de ecologische gevolgen te vaag zijn, laat staan bewezen.

Highway to hell

Het IEA heeft in zijn rapport ook drie mogelijke scenario’s voor hoe het nu verder kan. Het eerste behelst gewoon doorgaan zoals we bezig zijn de volgende 25 jaar. We zullen dan tegen 2035 op een verbruik van 110 miljoen vaten olie per dag zitten (17.488.602.442 liter om je een idee te geven) zitten. Het staat garant voor een opwarming van meer dan 6 graden van onze planeet, en een quasi de facto einde van de beschaving zoals we die kennen, alsook van zowat alles dat kruipt, wandelt, klimt en zwemt. It’s the suicide option, de highway to hell.

Het tweede scenario zal op hetzelfde uitdraaien, alleen zal het ietsje langer duren – hooguit een generatie: proberen om in 2035 “maar” 101 miljoen vaten per dag te gebruiken. Da’s nog altijd 20 procent meer dan wat we nu verbruiken, en zal sowieso leiden tot een catastrofale opwarming. De optie uitstel zonder afstel maar zachter voor het geweten dus, Route 666 all the same – we mijden alleen de péage. 

Het derde scenario van de IEA is het interessantste. Het impliceert het ontstaan van een momentum voor een globale poging om de uitstoot van broeikasgassen in te perken zodat we niet boven de 450 ppm gaan. In dat geval piekt ons verbruik van olie en gas in 2020 aan ongeveer 91 miljoen vaten per dag, om in 2035 op 78 miljoen vaten te landen. Het is dan misschien de scenic route, ze eindigt wellicht in de hel, of toch zeker in het vagevuur.

450 ppm heeft de mensheid nooit meegemaakt. Dat gebeurde een laatste keer tijdens het Plioceen. Het is geen kattenpis en het feit dat we dat nu zien als het hoogst haalbare is veelzeggend. Het zou dan twee à drie graden gemiddeld warmer worden. Aan de noordpool 10 graden. De zeespiegel zou langzaamaan tien meter hoger komen te liggen. Superstormen genre Sandy zullen meerdere keren per jaar toeslaan, ook bij ons. Op 10 mei van dit jaar gingen we trouwens over de 400 ppm. 

Gesponsorde artikelen