Ontwaken in een anti-heelal

Ontwaken in een anti-heelal

Het is zuiver theoretisch, maar de quantumfysica sluit niet uit dat er paralelle werelden bestaan waarin de geschiedenis net iets anders verloopt. Deze ochtend dacht ik ‘Lap, het is zover’, ik ben in een antiheelal beland. Het Laatste Nieuws, citeert de gezaghebbende bron Professor Luc De Vos: J. Edgar Hoover was in de nieuwe werkelijkheid waarin ik ontwaakte voormalig President van de States! Welcome to a new world. 

Eerst even de geschiedenis uit mijn vorig heelal in herinnering brengen. Jay Edgar was daarin een doortrapte smeerlap, met zoveel macht en bereidheid om ze schaamteloos te misbruiken, dat iedereen wijselijk wachtte tot na zijn dood om kritiek te uiten. Hoover was 48 jaar lang, van 1924 tot 1972 de ongenaakbare Directeur van de FBI  (en de voorloper ervan het Bureau for investigation).Theoretisch waren zijn bazen in het Witte Huis opeenvolgend 1) Calvin Coolidge, 2) Herbert Hoover, 3) F.D. Roosevelt, 4) Harry Truman, 5) Dwight Eisenhower, 6) John Kennedy, 7) Lyndon Johnson en uiteindelijk 8) Richard Nixon. Maar Hoover zorgde er meestal voor dat hij voldoende bezwarend materiaal in zijn geheime dossiers had om de Presidenten naar zijn pijpen te laten dansen.

Voor het brede publiek portretteerde de ijdele Hoover zich graag als onverschrokken misdaadbestrijder. In werkelijkheid was hij een super-bureaucraat, die alles wat er in het land gebeurde op een steekkaart wou schrijven en klasseren voor later misbruik. Hij pikte de media-scoops van zijn medewerkers, en als het hen niet zinde dat de baas met de eer ging strijken, werden ze verbannen en was hun verder carrière-perspectief bij de FBI op staande voet verdwenen. Jay Edgar Hoover maakte van de FBi een elite-korps, inbegrepen verplichte haardracht, kleding en erecode. Maar zelf was hij een corrupt zwijn, een ijdeltuit en hypocriet, zoals er maar weinig het hem hebben voor- of nagedaan.

Hoover hield de mafia de hand boven het hoofd, en liet zich graag door hen soigneren in chique hotels, en op de paardenrennen. Daar verscheen hij vaak piekfijn uitgedost met zijn adjunct directeur, waarmee hij -ondanks zijn publieke heksenjacht op homo’s- een levenslange relatie had. De heren gingen samen op vakantie, dineerden elke dag samen, en brachten al hun vrije tijd samen door. Maar enige seksuele consummatie van de vriendschap is onbewezen.  

Wel bewezen is het stuitend machtsmisbruik, de corruptie en het voortdurend gebruik van chantage voor louter eigenbelang en eigenwaan. Pas in 1975, drie jaar na zijn dood, durfde Time Magazine de waarheid opschrijven: “Als een bestuurder was hij een grillige, onbetwistbare tsaar die in een bevlieging agenten naar Siberische posten verbande, hen terroriseerde met stortvloeden van onwaarschijnlijke regels en vasthield aan conformiteit zowel op het gebied van ideeën als op het gebied van kleding.

Het feit dat zo’n man dat soort macht kon verwerven en behouden, doet verontrustende vragen rijzen, niet alleen over de rol van een nationaal politiekorps in een democratie, maar ook over het politieke systeem dat hem zo lang tolereerde.”

Hoover was een onredelijke potentaat, sinds decennia door geen enkele ondergeschikte tegengesproken. Hij was zonder enige overdrijving een machtswellustige tiran, een onvoorspelbare Romeinse keizer die het machtige apparaat van de FBI als zijn persoonlijke paleiswacht bestuurde. Zonder een zweem van schaamte noemde hij zijn eigen kantoor in de interne FBI-memo’s SOG, wat stond voor Seat Of Government of ‘zetel van de regering’. Hij had voor zichzelf vier gepantserde limousines in de garage staan. Als hij zin had in steak uit Colorado, werd die op staatskosten per vliegtuig voor hem geleverd. Hij liet het FBI-laboratorium zelfs een speciaal voor hem ontworpen en op maat gemaakte, verwarmde wc-bril ontwerpen. Hoover had geen enkele culturele achtergrond of intellectuele interesse. Hij had in zijn hele leven nooit iets ondernomen om zijn horizon te verbreden of zijn kijk op de wereld aan te passen aan de realiteit. Hij was totaal gewetenloos en zijn enige zorg was om zijn eigen macht en duistere geheimen te beschermen. Hij bedankte dan ook feestelijk voor de pogingen om hem in een politiek ambt te katapulteren. Hij wist goed genoeg wat  de enige bedoeling van zijn politieke “vrienden” was. Via het tijdelijk karakter van een politiek mandaat kon dan eindelijk een vervaldatum op zijn macht worden geplaatst. En Hoover wilde tot zijn dood, en mogelijks ook nog nadien zijn macht en duistere geheimen bewaren. 

Dus Jay Edgar Hoover, “voormalig President”… Euh, ik dacht het niet Professor Luc. Bedoeld is natuurlijk “Herbert” Hoover. Jay Edgar zou het zelfs in een anti-heelal nooit tot President schoppen. Presidenten hadden te weinig macht naar de zin van deze Hoover, en te veel controle die over hun schouder meekeek. “Thanks, but no thanks”  zou Jay Edgar hebben geantwoord op het aanbod om zich voor wat dan ook kandidaat, en dus kwetsbaar (op) te stellen.

Gesponsorde artikelen