Ook de uitvinder van USB voelt onze pijn: “Het is niet zo makkelijk als het zou moeten zijn”

USB aansluiten op je computer zorgt altijd voor frustratie
Photo by rawpixel.com from Pexels

De USB-poort is zowel een zegen als een vloek. Alles kunnen aansluiten met één en dezelfde poort is supermakkelijk, maar hoe komt het toch dat je USB-apparaten maar op twee manieren kan aansluiten maar er toch telkens drie pogingen voor nodig hebt? Ajay Bhatt, de man die aan het hoofd stond van het Intel-team dat USB uitvond, voelt onze pijn.

Even een serietje bekijken vanop je harde schijf, je externe muis inpluggen of je gsm opladen, het verloopt allemaal via de USB-poort. Het is dan ook een godsgeschenk dat ons leven een pak aangenamer maakt. Maar toch is het ook de basis van een van de grootste frustraties als het op computers aankomt. Je zou denken dat er maar twee manieren zijn om zo’n USB-apparaat op je computer aan te sluiten. Maar iedereen die het ooit al eens heeft geprobeerd, weet dat dat niet waar is.

De USB-paradox

We betwijfelen of er mensen zijn die het niet al gewoon hebben opgegeven. Die eerste keer dat je probeert om iets via de USB-poort aan te sluiten, lukt het nooit. Never. Vol moed draai je je kabeltje om, in goede hoop dat de tweede keer de goede keer zal zijn … Niet dus. Nog een derde keer proberen dan maar. En plots werkt het wel. Hekserij! Het fenomeen kreeg zo zelfs al een eigen naam: de USB-paradox, of het schijnbaar onmogelijke proces van een 50/50-gok twee keer fout te hebben.

Geloof ons, je bent niet de enige met die frustraties. Zelfs de grote man achter de USB-poort voelt onze pijn. “De grootste frustratie is de omkeerbaarheid”, stelt Ajay Bhatt, de man die het Intel-team leidde dat de USB uitvond, in een interview met NPR.

Te duur

Kabels zo ontwerpen dat ze op beide manieren in een poort kunnen (waardoor je ze dus nooit verkeerd zou kunnen inpluggen), lijkt niet meteen zo moeilijk. Bij Intel hebben ze er zelfs aan gedacht, zo stelt Bhatt, maar er was een goede reden waarom dat niet is doorgegaan.

USB-aansluitingen zouden daardoor dubbele kabels en circuits moeten hebben, wat de kost van de technologie ook zou verdubbelen. Om hun nieuwe, baanbrekende technologie een grotere kans op slagen te geven, opteerden ze dan ook voor de goedkopere oplossing.

“Als je op voorhand al veel kosten moet maken voor een technologie die z’n waarde nog niet heeft bewezen, kan het zijn dat het daardoor niet aanslaat”, gaf Bhatt al eerder toe in een interview met Cnet. “Dat was onze grootste angst.”

Nog een mogelijke piste was het idee van een rond design. Maar dat zou het enkel nog moeilijker maken om apparaten in te pluggen. We kunnen ons alleen maar inbeelden welke horror we dan zouden gehad hebben. Je ziet het: het kon dus nog erger.

“Niet zo makkelijk als het had moeten zijn”

In die tijd was de USB zo’n verbetering dat er maar weinig belang aan werd gehecht, maar ze hadden het, zo geeft Bhatt nu toe, toch iets beter kunnen aanpakken: “Achteraf gezien, op basis van alle ervaringen die we nu hebben gehad, was het natuurlijk niet zo makkelijk als het had moeten zijn.”

Wie te gefrustreerd raakt, kan natuurlijk ook altijd overschakelen op USB-C. Dat behoort dan wel nog niet tot de universele standaard, maar het maakt de kabels wel omkeerbaar en het inpluggen dus een pak makkelijker.

En hé, als je er toch in slaagt van de eerste keer, dan weet je meteen dat niets je die dag nog kan tegenhouden:

Gesponsorde artikelen