Pakistanen tonen drone-operatoren dat slachtoffers een gezicht hebben

Pakistanen tonen drone-operatoren dat slachtoffers een gezicht hebben

Drones worden vaak geportretteerd als een manier om minder slachtoffers te maken bij oorlogsvoering. Maar de raketinslagen brengen vaak ook vele burgerslachtoffers met zich mee. Een Pakistaans kunstproject probeert de slachtoffers nu een gezicht te geven.

Amerikaanse troepen zijn officieel niet actief in Pakistan, en dus zien ze verplicht om hun aanvallen vanuit de Afghaanse grensregio uit te voeren met drones.  Die dronestrikes vinden veelvuldig plaats, en hebben hun efficiëntie in het uitschakelen van terroristen al bewezen. Spijtig genoeg is er steeds ook collateral damage, nevenschade, in de vorm van burgerslachtoffers. Volgens het Bureau of Investigative Journalism zijn er sinds de eerste aanval op 18 juni 2004 al tussen de 2.080 en 3.646 doden gevallen in Pakistan, waaronder ongeveer 200 kinderen.

Het is dan ook minder moeilijk voor drone-operatoren om een raket af te vuren op een huis met onbekenden. Zeker aangezien personen op de grond er met een drone-camera uitzien als een bende insecten. In het militaire jargon heeft de term ‘bug splat‘ dan ook al zijn intrede gedaan voor een succesvolle aanval.

Om de drone-operatoren nu bewust te maken van de nevenslachtoffers, zijn enkele Pakistaanse artiesten een project begonnen in Khyber Pukhtoonkhwa, een regio die vaak getroffen wordt door drone-aanvallen. Ze plaatsten een gigantische afbeelding van een jongen op de grond, die door de drone-operatoren duidelijk kan worden opgemerkt. De jongen blijft anoniem, maar volgens Reprieve/Foundation for Fundamental Rights heeft hij zijn ouders en twee broers of zussen in een drone-aanval verloren.

Enkele kinderen poseren voor de gigantische afbeelding.

Gesponsorde artikelen