Stephanie Van Houtven (sp.a): “Mensen van vandaag tonen minder begrip voor een ‘we-vangen-elkanders-vliegen’-politiek”

Stephanie Van Houtven (sp.a): “Mensen van vandaag tonen minder begrip voor een ‘we-vangen-elkanders-vliegen’-politiek”

“Ik vind een voortdurende dialoog met het middenveld en de snel opkomende nieuwe burgerbewegingen essentieel”, vindt sp.a-ondervoorzitster Stephanie Van Houtven. “De nieuwe generatie moet meer over de partijgrenzen heen samenwerken, zich realiseren dat niemand de absolute wijsheid in pacht heeft en dat je met een breed gedragen project het verste komt.”

Wat drijft jou als jong politicus?

“Ik ben bijna vanzelf de politiek ingerold. Ik was in mijn buurt bezig met de organisatie van straatfeesten, het ijveren voor een buurtparkje, … en merkte dat ik mensen kan samenbrengen rond zo’n lokale thema’s. Maar tegelijk stelde ik vast dat de hefbomen om echt iets aan de situatie te veranderen op het politieke niveau zaten. Toen ik in 2012 de kans kreeg om aan de lokale verkiezingen deel te nemen heb ik dan ook niet geaarzeld: door aan de zijlijn te blijven staan, kan je je ideeën wel verkondigen en er mensen rond verzamelen, maar je kunt ze niet uitvoeren. Als districtsschepen lukt dat al veel beter.”

Doet de jongste generatie politici op een andere manier aan politiek? Of op welke manier denken zij anders over politiek?

“Onze samenleving is in de afgelopen twintig jaar fundamenteel veranderd. We communiceren anders, leren anders, werken anders, verzamelen en verplaatsen ons anders. Weinig is hetzelfde gebleven. De traditionele politiek lijkt dat nog niet helemaal verwerkt te hebben en blijft te veel vasthouden aan 20ste-eeuwse recepten om de uitdagingen van vandaag en van de toekomst op te lossen. Denk bijvoorbeeld aan het pensioen- en arbeidsbeleid dat nog steeds uitgaat van een klassieke loopbaangedachte, een gedachte waarin mijn generatie zich al lang niet meer herkent. Politici blijven ook te vaak hangen in de waan van de dag en slagen er te weinig in om de bevolking te begeesteren met een betekenisvol toekomstproject, met een droom. Een langetermijnvisie ontwikkelen die uitgaat van het menselijk vermogen om een goede toekomst te creëren, gebeurt momenteel helaas te weinig.”

Wat wordt volgens jou hét politieke issue van jouw generatie?

“Het duurzaam leren omgaan met mensen en middelen. Er zijn politici die er prat op gaan dat iedereen zijn dromen kan waarmaken, als ze maar hard genoeg hun best doen. In de praktijk merk ik dat kansen helemaal niet zo gelijk verdeeld zijn als sommigen graag laten uitschijnen. De drempels in het onderwijs of op de arbeidsmarkt liggen voor de één een heel pak hoger dan voor de ander. Dat geldt bijvoorbeeld voor wie het niet thuis breed heeft, voor mensen met een migratie achtergrond, en helaas ook nog voor vrouwen. Op die manier verliezen we ontzettend veel waardevol talent, gewoon omdat ‘de norm’ die de politiek uitdenkt op verschillende mensen niet van toepassing is.”

“Maar ook voor wie een job heeft is het leven niet altijd rozengeur en maneschijn. Al te vaak zit de verhouding tussen werk en privé scheef, en dat moet dringend worden rechtgetrokken. Rondom mij zie ik jonge gezinnen zichzelf voorbij hollen om maar alles gebolwerkt te krijgen. Ze dragen erg graag hun steentje bij tot de samenleving, maar vragen in ruil wel een arbeidsmodel dat tijd en ruimte biedt voor de zaken die het meest bijdragen tot het geluk van mensen: familie, vrienden en verenigingsleven.”

“Een ander issue dat voor mijn generatie op een heel vanzelfsprekende manier als essentieel ervaren wordt, is ecologie. De klimaatverandering raakt ons allemaal, en in eerste plaats de meest kwetsbare groepen en de generatie van onze kinderen en kleinkinderen. Ik voel mij solidair met al deze groepen, en ben er rotsvast van overtuigd dat we in onze behoeften kunnen voorzien zonder die van de volgende generaties daarvoor in gevaar te brengen. We moeten het alleen doen.”

Wat worden de grootste uitdagingen van de volgende generatie die het beleid zal uitstippelen?

“Ik hoop dat de volgende generatie zich minder door cynisme en meer door empathie laat leiden. We leven in een tijdperk dat meer dan ooit groeit door te delen en samen te werken: delen van informatie, muziek, films, auto’s, fietsen, huizen en appartementen enz. Mensen van vandaag tonen dan ook steeds minder begrip voor een ‘we-vangen-elkanders-vliegen’-politiek. En gelukkig maar. De nieuwe generatie moet meer over de partijgrenzen heen samenwerken, zich realiseren dat niemand de absolute wijsheid in pacht heeft en dat je met een breed gedragen project het verste komt. Een voortdurende dialoog met het middenveld en de snel opkomende nieuwe burgerbewegingen vind ik dan ook essentieel.”

Komen jonge stemmen genoeg aan het woord binnen je partij? Kunnen zij gewicht leggen op de beslissingen binnen de partij?

“Het feit dat John Crombez een 32-jarige vroeg om samen met hem te kandideren voor de leiding van de partij, is een mooi bewijs dat er bij sp.a zeker mensen zijn die een nieuwe generatie op de voorgrond wilt. Dankzij hen krijgen jonge mensen kansen. Zo levert de partij op dit moment met de West-Vlaamse Tine Soens één van de jongste Vlaams parlementsleden en tellen we ook een aantal jonge schepenen in onze rangen. Maar ik vind ook dat we op dat vlak nog een tandje moeten bijsteken. Het is voor een vooruitstrevende partij onmisbaar om jongeren sleutelfuncties te bieden, zowel binnen de partij zelf als in lokale besturen en ook in de verschillende parlementen. We hebben het geluk dat er binnen onze partij nog heel wat jong en uiterst gemotiveerd talent rondloopt: het zou doodzonde zijn om dat in de wachtkamer te laten zitten.”

Gesponsorde artikelen