Studenten met een beperking vinden sneller de weg naar hoger onderwijs

Studenten met een beperking vinden sneller de weg naar hoger onderwijs

Steeds meer studenten in het hoger onderwijs leggen een examen op maat af. Een goede evolutie richting gelijke kansen, maar er is nog ruimte voor verbetering. Wij spraken met een student en twee studiebegeleiders.

Als studenten een aanvraag doen om examens op maat af te leggen, gaat het vooral om stoornissen als dyslexie, autismespectrumstoornissen of aandachtsstoornissen zoals ADD. Vaak is er ook sprake van comorbidideit, waarbij twee of meer stoornissen tegelijk voorkomen. Ook fysieke aandoeningen kunnen een reden zijn tot aanvraag van examenfaciliteiten.

De studiebegeleiders zien een duidelijke stijging in het aantal studenten dat examenfaciliteiten aanvraagt. Aan de KU Leuven campus Antwerpen ligt dat iets lager. De school biedt vooral talenopleidingen aan, een opleiding waar studenten met bijvoorbeeld dyslexie minder snel de weg naar vinden, volgens Wim Schramme, studiebegeleider en zorgcoördinator aan de KU Leuven campus Antwerpen.

“Maar er zijn ook mensen met een medisch dossier, bijvoorbeeld iemand met een ernistige hartkwaal of chronische ziekte. Voor de examens beginnen, informeer ik of er voldoende spreiding is, zodat de student niet te vermoeid geraakt. Een schriftelijk examen verschuiven naar de schriftelijke inhaaldag is vaak al voldoende”, vertelt Schramme.

Examenfaciliteiten

Voldoende spreiding van de examens is maar één van de vele mogelijkheden die er zijn om de examens beter aan te passen aan de noden van een student met een functiebeperking. Als de student bij de studiebegeleider langskomt, wordt er samen gekeken welke faciliteiten mogelijk zijn.

Aan de KU Leuven campus Antwerpen kan dat bijvoorbeeld ook gaan om meer tijd of het examen kunnen afleggen in een apart lokaal. Axel De Bouw (19) studeert aan een hogeschool in Vlaanderen, heeft ADD, krijgt bij examens twintig procent meer tijd dan zijn medestudenten en legt zijn examens af in een ander lokaal. Op zich leidt dit volgens hem tot betere resultaten, maar tegelijk heeft het systeem ook nadelen. Hij is niet altijd op de hoogte van aanpassingen en kan niet steeds vragen stellen.

Op een andere hogeschool komen studenten vaak langs met hun GON-begeleider van de middelbare school en worden dan twee jaar begeleid, deelt een medewerker* van die hogeschool mee. Die benadrukt bovendien dat andere studenten zich niet benadeeld mogen voelen door de maatregelen voor studenten met een functiebeperking. Op deze hogeschool wordt ook gebruikt gemaakt van voorleessoftware tijdens een examen, laptops of aangepaste lettertypes bij het examen.

Verstrenging

Schramme geeft aan dat de voorwaarden om een aangepast examen te mogen doen aan de KU Leuven campus Antwerpen verstrengd zijn. De instellingen voor hoger onderwijs krijgen meer middelen van de overheid voor een student met een functiebeperking, dus moet de student zeker kunnen aantonen dat hij of zij deze beperking effectief heeft.

De stijging van het aantal studenten die een aanvraag doen is volgens hem op verschillende manieren te verklaren. CLB’s zijn er meer op gericht om stoornissen te ontdekken en ook leerkrachten verwijzen leerlingen sneller door. “Bovendien staat men begripvoller tegenover leerstoornissen”, voegt Marije Wolters, ook studiebegeleider bij KU Leuven campus Antwerpen daaraan toe.

Ook Artikel 24 uit het VN-verdrag dat in België sinds 2009 van kracht is, speelt daarin een rol, geven de studiebegeleiders aan. Daardoor krijgen mensen met een functiebeperking meer gelijke kansen in het reguliere onderwijs. Daarnaast weten meer studenten af van de mogelijkheden en zijn die mogelijkheden ruimer dan vroeger.

Nog niet perfect

Studenten met een functiebeperking kunnen in een opleiding niet worden geweigerd op basis van die beperking, geeft de medewerker aan de hogeschool aan. “De student is goed beschermd en kan meestal alle richtingen volgen, maar bij gevaarlijke lessen wordt toch een aparte en nuttige les voorzien.” Iemand met een rolstoel, bijvoorbeeld, voldoet niet aan de veiligheidsvoorschriften in een chemisch lab. “Als er met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt en er valt iets, kan die persoon moeilijk wegspringen. Zeker als het iemand is zonder gevoel in de onderste ledematen, kan het zelfs zijn dat er zuren lekken, zonder dat die persoon het door heeft.”

Soms komen de begeleiders en de student er pas later in de studie achter of die student de richting tot een goed einde kan brengen. “De stage in het laatste jaar, brengt dat vaak aan het licht. We zouden de student een praktische test kunnen laten afleggen voor hij of zij aan de studie begint. Dat geeft hem of haar al een idee wat de mogelijkheden zijn van die studie. Op dit moment wisselen we ervaringen uit met andere hogescholen”, weet de medewerker.

De medewerker gaat er bovendien van uit dat het aantal studenten in de toekomst alleen maar zal stijgen. “Ik hoop dat er een goed gesprek komt tussen het Ministerie van Onderwijs en de hogescholen. Er is nood aan een systeem van begeleiding dat zich meer concentreert op het hoger onderwijs. Daar zullen zowel de hogescholen als studenten baat bij hebben.”

* De medewerker aan een Vlaamse hogeschool wilde niet met naam vermeld worden, maar is gekend bij de redactie.

© 2016 – C.H.I.P.S. StampMedia – Charlotte Teunis en Pieter-Jan Clement

Gesponsorde artikelen