Van vuur tot stressbal: het pal-effect der uitvindingen

Van vuur tot stressbal: het pal-effect der uitvindingen

De beste manier om te weten of een levende vis meer weegt dan een dode vis? De vis eerst levend wegen, dood maken, en dan opnieuw wegen. Lijkt zeer evident. Maar deze experimentele wetenschap zag pas het daglicht (niet gloeilamplicht) in de 16e eeuw, in het tijdperk van Galileo Galilei.

Voordien draaide de aarde niet om de zon, maar om de waarheden van Aristoteles, een Grieks wijsgeer uit de 4e eeuw voor Christus. Copernicus sloot zijn ogen op 24 mei 1543. Hij had begrepen dat de zon niet om de aarde draait zoals eeuwenlang door wetenschappers beweerd. Recent werden concepten als “Stress” en “Stressbal” uitgevonden. Maar wat ging daaraan vooraf? En is het eerlijk om stress te wijten aan de voorgaande uitvindingen. Ja en nee, zoals zal blijken.

Vuur

Wellicht kon de Homo Erectus al met vuur omgaan. Niemand weet precies wanneer de mens vuur is gaan gebruiken. Maar oorspronkelijk bestond er zelfs geen zuurstof in de aardse atmosfeer. De mens zelf was er nooit geweest zonder zuurstof op aarde. Ook vuur zou dan niet mogelijk geweest zijn.

Plots moet iemand bij het slaan van twee stenen op elkaar, begrepen hebben dat vuur maken mogelijk is. Of bij het wrijven van stukjes droog hout over elkaar. Veel mensen zouden daar niet verder bij stilgestaan hebben. Gelukkig was het een opmerkelijke geest die de vuurvonk zag. De mens kon zichzelf voortaan beschermen. Eten koken. Zich verwarmen. Tot iemand merkte dat je ook de duisternis kon verdrijven door vuur.

Landbouw

Het is als zo vaak in het leven. De uitvinding komt er maar omdat de hele atmosfeer er rond toelaat dat het gebeurt. De rode loper voor de uitvinding moet eigenlijk al uitgerold zijn, voor de uitvinding zelf er triomfantelijk over heen stapt. Zo is het ook met landbouw gegaan.

Er was al vuur, mensen konden al eten koken. Op het einde van de laatste ijstijd kon men ook voedsel gaan conserveren. Dat op zich nodigde uit tot langere tijd op dezelfde plaats blijven. Om de voedseloverschotten te consumeren. En dan het verhaal met het achtergelaten graantje. En weer die opmerkelijke geest die bedenkt dat je zo kunt zaaien voor het komende jaar. De landbouw was geboren.

Toen al werd de mens voor de eerste keer geconfronteerd met de contradictie van de vooruitgang. Net door die landbouw steeg de bevolking fel. Met de kleinere bevolking moest de jager-verzamelaar veel minder uur werken per dag, dan het geval in de landbouwgemeenschap bij groeiende bevolking. Het pal-effect of de onomkeerbaarheid van de vooruitgang is niet in de 20e eeuw uitgevonden. Maar toen al. De mens kon niet meer terug. Jagen-verzamelen kan maar in beperkte groep. En al die mensen waren daar nu …

Wiel

De escalatie van uitvindingen gaat door. Omdat de mens nu zo talrijk is, vindt de eerste specialisatie plaats. Er zijn voedselvoorraden. Maar niet overal dezelfde. Er moet transport plaatsvinden. Eigenlijk is de poot of de voet in het geval van de mens veel flexibeler. In de comfortabele voedselrijkdom van de jager-verzamelaar was de voet top. Je kon er overal mee tussendoor kruipen of sluipen.

Het wiel is maar nuttig om een weinig creatieve vooraf effen gemaakte weg, telkens opnieuw en snel af te leggen. En dit met ballast aan boord. Het wiel is per definitie niet spannend, want je zult er nooit voor het eerst een nieuw oneffen pad mee betreden. Maar het is zeer effectief en snel.

De klok

De mens die vuur kan uitvinden en landbouw is ook wel zo slim om het repetitieve patroon van ochtend, middag, avond en nacht op te merken. En om vast te stellen dat de dag niet altijd even lang duurt, afhankelijk van het jaargetijde. Opnieuw het pal-effect. Omwille van alle voorgaande gebeurtenissen drong een preciezere tijdsbepaling zich op. Als je een transport van voedsel doet via een kar met wielen wens je niet uren te wachten om te weten wanneer die persoon van plan is aan te komen.

De tijd wordt belangrijker en belangrijker. Je krijgt steeds minder tijd. Zonnewijzers volstaan niet meer. Je moet de tijd immers steeds preciezer gaan meten. Dat waren wellicht niet de gedachten van de 19 jarige Galileo Galilei toen hij in 1583 naar de slingerbeweging keek van de lamp aan het plafond van de Dom van Pisa. Daar kreeg hij de ingeving dat de tijd voor één slingerbeweging steeds even lang is. Onafhankelijk van de lengte van de zwaai. Wel afhankelijk van de lengte van de slinger zelf.

Dit leidde uiteindelijk tot een patent voor Christiaan Huygens en zijn slingeruurwerk. We schrijven 1657. Het exacte tijdstip waarop de vrije tijd aan banden werd gelegd.

Ik wil vliegen

Pythagoras zag met eigen ogen, net als wij, dat de andere hemellichamen rond zijn. Waardoor het vermoeden sterk was dat het bij de aarde niet anders is. Ook Plato en Aristoteles waren de mening genegen. Een van de argumenten van Aristoteles was de ronde vorm van de aarde tijdens een maansverduistering.

Maar het strafste nummer komt van Eratostenes. Alexandrië en Syene zijn 2 steden in Egype, op zelfde lengtegraad. Syene ligt nagenoeg op de Kreeftskeerkring. De zon staat er op 21 juni loodrecht boven een waterput. 794 kilometer meer naar het noorden en op zelfde lengtegraad werpt de zon wel een schaduw op een obelisk.

Maar de zonnestralen zelf zijn evenwijdig. Want ze komen van een heel ver voorwerp: de zon. Als ze niet evenwijdig zouden zijn, zou een van de 2 stralen nooit op de aarde vallen! Zo kon hij met driehoeksmeetkunde de omtrek van de aarde bijna perfect berekenen. En opnieuw het pal-effect.

Als je op een plat vlak naar de horizon tuurt, heb je een oneindig gevoel. Er is telkens iets anders achter de horizon. De aarde voelt aan als eindeloos. Er is altijd een verrassing achter de horizon. Als je bewijst dat de aarde een bol is, heb je ook de magie weggenomen van oneindigheid en fascinatie. Het onbekende wordt bekend en nieuwe kicks moeten zich opdringen om het spannend te blijven houden.

Leonardo Da Vinci droomde over vliegen. Als vogels het kunnen, wij toch ook? Onze massa van de mensenromp is echter zo groot dat fladderende vleugels niet volstaan. De luchtballon kwam er in 1783. Gassen lichter dan lucht die je doen opstijgen. In 1903 slaagden de gebroeders Wright er in een eerste vliegtuigvlucht te maken.

Voor het commerciële vliegtuig dat we nu kennen was ook de krachtige motor nodig. Eens je voldoende snelheid hebt zorgt de vorm van een vliegtuigprofiel ervoor dat je door luchtstroming rond dat profiel een voldoende opwaartse kracht hebt om de zwaartekracht te overwinnen. De mens kan vliegen. Grote afstanden worden klein. Zalig, maar een stukje fascinatie verdwijnt. Nieuwe gewaarwordingen dringen zich op!

Stress

Alle uitvindingen opsommen is natuurlijk onmogelijk. Zonder de boekdrukkunst bijvoorbeeld had kennis nooit overgedragen kunnen worden van generatie op generatie, op dezelfde manier. En dan zou de mens niet kunnen terugvallen op voorkennis. We spraken over vuur, maar vergaten de gloeilamp. Of de elektriciteit… En wat te denken van telefoon en vaccin. Of de ongekende mogelijkheden van de moderne supercomputers.

Maar wat is wel zeker? Zonder de voorgaande uitvindingen zou Hans Seleye in 1936 nooit over het concept stress hebben gesproken. Ook het woord “stress” zelf is een uitvinding. Het bestond niet in het tijdperk van de jager-verzamelaar en het concept zou er toen ook nooit ingang gevonden hebben. Zonder het concept stress zou ook nooit iemand op het idee gekomen zijn een stressbal uit te vinden.

Wil ik daarmee zeggen dat uitvindingen slecht zijn? Dat we allemaal beter jager-verzamelaars gebleven waren? Nee! Anders zou de mens geen mens zijn. De mens is een nieuwsgierig wezen, dat zijn grenzen steeds wil verleggen.

Maar er is iets verslavend aan uitvindingen. De uitvindingen op zich creëren nieuwe behoeften en het fascinerende ervan wordt snel gewoon. We kunnen niet meer terug na zekere tijd. Denk maar aan de landbouw en zijn grotere bevolking. Het pal-effect dus.

En je hoort me ook niet zeggen dat het de schuld is van de vorige uitvindingen. Het proces van uitvinden mag je natuurlijk nooit aan banden leggen. Ik zeg wel dat de moderne mens nu nieuwe uitvindingen of vondsten moet doen, om de gevolgen ervan in goede banen te leiden. Laten we het niet op de genieën van vroeger steken! En zelf opnieuw creatief zijn, om de uitvinding stress die er nu objectief is, de baas te kunnen. Maar bekijk wel even de groei van de bevolking door de eeuwen heen. En vooral de laatste eeuwen.

Gesponsorde artikelen