Vandaag zijn we allemaal Charlie

Vandaag zijn we allemaal Charlie

Wat vooraf ging…

Op een zonnige septemberdag in 2001 verspreidde plots de ontploffende kerosine van twee passagiersvliegtuigen zwarte onweerswolken die weldra het klimaat in de hele wereld zouden veranderen. Ik hield ik mijn hart vast. Negen maanden eerder had een  lichtzinnige dyslectische President via een frauduleuze verkiezing zich zelfvoldaan in het Witte Huis genesteld. Zijn souffleur was de cynische doemdenker Cheney. En de intellectuele bagage van de nieuwe heersers werd in onderaanneming uitbesteed aan sinistere figuren als Wolfowitz en Richard Perle. Mensen die iemands gelijk afmeten aan de hoogte van zijn banksaldo. De visionaire doctrine van de neocons werd niet belemmerd door fijngevoeligheid of nuance. Het was een agenda die de dommekloten die hen 49% van de stemmen gaven zou doen huiveren. Dat wisten deze rechtse scherpslijpers natuurlijk ook. De ware bedoelingen werden dus wijselijk onder tafel gehouden. Het PNAC (Project for a New American Century) had een verlanglijstje opgesteld voor een succesvolle neoconservatieve regering. Bovenaan stond natuurlijk het binnenvallen van Irak, maar er stond nog meer fraais op het wenslijstje. Israël voor de joden, verhoging van de militaire budgetten, verlaging van de belastingen voor de miljardairs, inperking van burgerlijke vrijheden, en meer van dat fraais. Maar verzuchtte het PNAC, al dat moois lag niet binnen handbereik, tenzij… tenzij natuurlijk er zich een nieuw Pearl Harbour zou voordoen. Dan was het hek van de dam en kon alles.En dan 9/11. De aanslag was van Saoedische signatuur, maar Bush rookte nog dezelfde dag een havanna op het balkon van de Oval Office met huisvriend Bandar Bin Sultan, de Saoedische Ambassadeur. In de wandelgangen werd hij Bandar Bush genoemd wegens de jarenlange vriendschap met de familie. Vader Bush zat uitgerekend op 11 september aan een rijkgevulde tafel met een Bin Laden, en de vele over de Verenigde Staten verspreidde welgestelde familieleden van neefje Osama hadden behoefte aan geruststelling. Maar ook de Sjeik mocht in zijn gouden paleis op zijn twee oren slapen. De Saoedi’s waren nog even dikke vrienden als voor de aanslag. Saddam Hoessein zou de kop van jut worden, en Afghanistan Daar lonkten mooie perspectieven  voor een oliepijplijn van 1.600 kilometer naar de Arabische zee. Een projectje waar zo’n 2,5 miljard dollar te verdelen viel onder de vrienden. 

De Amerikanen werden verplicht de stars and stripes te hijsen, en in de lagere scholen legden kinderen met de hand op het hart, iedere morgen een eed aan het vaderland af. Kritiek op Bush werd gesmoord in een nieuw gevoel van nationale eendracht, en de Neocons dronken champagne op de onverhoopte kans die ze kregen om hun agenda door te drukken. Uiteraard was elke dialoog, tenzij dan tijdens het waterboarden, met de moslim-extremisten uit den boze. Cheney verkondigde de 1% doctrine: ook als er maar 1% kans is dat iemand een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, mogen we het risico niet nemen de man los te laten lopen. Weldra kregen de Europese bondgenoten marsorders, die zonder discussie op te volgen waren, op straffe van economische en andere onaangename sancties. Het kleine België zei nog stilletjes… Ja maar mister Bush…

We kregen het deksel op de neus, luisteren en zwijgen of de Nato verhuist. De lichtzinnige Fransen die dachten de Atlantische politiek mee te mogen bepalen, werden belachelijk gemaakt. Nou ja, de parmantige Villepin leende er zich ook dankbaar toe. Maar French Fries moesten Freedom Fries heten voortaan, en zelfs Franse wijn was voortaan not done in de betere kringen in de States. De naïeve Tony Blair was bereid de “coalition of the willing” toch enig prestige te geven, en hoopte in ruil zijn rol van wereldverbeteraar in Palestina te mogen spelen. De militaire en politieke steun van de Britten werd in dank aanvaard op het Witte Huis, en met veel bombarie in de oorlogspropoganda verwerkt. Maar die grotere openheid voor een oplossing van het Israëlisch vraagstuk, dat was toch iets van het goede te veel. Daar stak de oppermachtige Israël-lobby snel een stokje voor. En Blair werd voortaan Tony B.Liar genoemd door de progressieve opiniemakers.  

En nog iets, zegden de Bushies, voortaan stapt niemand nog op een vliegtuig richting USA zonder secutiry check, irisscan en vingerafdrukken. De bankgegevens van heel Europa worden door Banksys ter inzage door de Amerikanen vrijgegeven, en af en toe een telefoontap bij Merkel of Verhofstadt dat is absoluut noodzakelijk voor de National Security van het machtigste land ter wereld. 

Men oogst wat men zaait

Extremisten maken elkaar belangrijk. Oorlogsretoriek wordt aan de overzijde van de grens altijd als een provocatie beschouwd, en leidt onvermijdelijk tot een verharding van de standpunten. In hun paranoia of mercantiel verlangen naar een permanente oorlog (Orwell is nooit veraf) waren de Yankee’s ook nog zo slim geweest om deze oorlog uit te roepen tegen een strategie ipv. tegen een natie: The War on Terror! Waar iedereen die nog schuchter durfde nadenken voor waarschuwde gebeurde: zowel Irak als Aghanistan werden een regelrechte catastrofe. Saddam was een gevaarlijke klant, en geen zachtzinnig heerschap, maar één ding was wel zeker: zijn land was geen speeltuin voor moslim-extremisten. Daar hebben Rumsfeld en Cheney dan maar voor gezorgd. Ze stelden een Viceroy (echt waar een “onderkoning”) aan, Paul Bremer die niets over de plaatselijke cultuur en geplogenheden wilde horen, en prompt iedereen in het leger als een Baath-partijlid beschouwde en dus een Hoessein-collaborateur. Dus allemaal buiten. Een detail werd over het hoofd gezien, die militairen nu zonder inkomen en gezag namen wel hun wapens mee, en de sleutels van de wapendepots van wijlen Saddam. In plaats van het beloofde paradijselijk democratisch eiland in het Midden Oosten kregen we een burgeroorlog tussen soennieten en shiieten. Israël, blij dat in het nieuwe klimaat alles toegelaten was voor de vriendjes van Amerika, maakte schandelijk misbruik van de situatie om de deplorabele situatie van de Palestijnen nog een beetje uitzichtlozer te maken. En ook dat wakkerde natuurlijk het extremisme bij de Arabische broedervolkeren verder aan. 

Inmiddels was ook Syrië gedestabiliseerd, en de open wonde die de Amerikanen in het Midden Oosten hadden geslagen ging lelijk etteren. 

Verboden te lachen

Door de openlijke vijandigheid tegenover moslims groeide in West-Europa een nieuwe generatie allochtonen op die maar één kans zag op een beetje fierheid: een identificatie met hun oorspronkelijke cultuur. Als ze dan toch geen volwaardige westerlingen kunnen worden, dan maar liever terug naar een eigen identiteit. Uiteraard doen de gelovige moslims niemand kwaad. Ze drinken geen alcohol, en houden er strenge geloofsregels op na die hen in feite -vergeleken bij de niet gelovige moslims of modale belgen- tot modelburgers maakt. Telkens ik iemand in een soepjurk zie, denk ik dat is een mens die het goed meent. Maar de immams prediken, en Jihad, heilige oorlog, is een rekbaar begrip. Waar ze al helemaal een hekel aan hadden, de gebaarde predikanten, was vrije meningsuiting. Een eerste uithaal kwam van de Ayatollah’s in Iran. Ook weer een haard van religieus extremisme die door Amerikaanse kortzichtigheid was tot stand gebracht. De Savak van de Sjah had in het belang van de contante oliestroom voor het westen, en de constante dollarstroom en wapenleveringen in retour, het land onder de knoet gehouden. Tot er geen houden meer aan was, en het deksel van de pan vloog. De Sjah zat nog niet op zijn privé jet volgeladen met goudstaven of er werd door de Immam’s al opgeroepen tot steniging van vrouwen en ophanging van infidèls. En Salman Rushdie, die niet eens zo onvriendelijk had geschreven over de profeet kreeg een fatwa aan zijn broek. Het werd het begin van veel ellende.

Lachen met de profeet is een halsdaad. Dat was natuurlijk allemaal koren op de molen voor een recalcitrant nihilistisch blad als Charlie Hebdo. Sarkozy en de Paus en zelfs George Bush lieten de satire schouderophalend over zich heen gaan. Maar het is leuker iemand uit te lachen die er woest van wordt. Dat is net de bedoeling van uitlach-journalistiek. Maar zin voor humor is niet besteed aan de teergevoelige zielen die in de strenge leer van de Profeet zijn gebrainwashed.

Hulde aan Charlie

Bush liet de kans voorbij gaan om na 9/11 in dialoog te treden met de niet-fanatieke moslimgemeenschap. Hij zag direct hoe hij maximaal politiek voordeel kon halen uit de situatie: oorlog. Charlie Hebdo treedt ook niet in dialoog, en lokt ook extreme reacties uit. Maar dat is iets heel anders. Ze lachen met alles, met iedereen en ook met zichzelf. De humor is niet altijd even smaakvol, en overdrijving is eigen aan het genre. Het is hen vergeven, immers Voltaire heeft het ons voorgezegd: “Monsieur, Je déteste vos idées mais je suis prêt à mourir pour votre droit de les exprimer ». Niets werkt zo louterend als een nar die openlijk verkondigt wat iedereen stilletjes denkt. Dat heeft een hygiënisch effect op het debat. Het is een verworvenheid van onze beschaving. Charlie Hebdo is een uniek aspect van waar we voor staan, voor de lessen die we met zijn allen moeizaam geleerd hebben in Europa in de voorbije eeuwen. 

Wat er gisteren in Parijs gebeurde wordt nu al het 9/11 van de vrije meningsuiting genoemd. Het gevaar dat we met zijn allen aan zelfcensuur gaan doen is niet denkbeeldig, en dan heeft het wapengeweld gewonnen. Dat kan de fanatici enkel aanzetten tot het opdrijven van hun acties. 

De prijs die we betalen voor vrijheid is zwaar. Maar vergeleken met de prijs in mensenlevens die we bereid zijn te betalen om sneller door het verkeer te razen is die prijs erg laag. Het is dus verstandig om terughoudend te reageren op de provocatie. Het opdrijven van allerlei onzinnige anti-terreur-maatregelen heeft geen zin. Elke gek kan met een “presspot” en een pak spijkers de aankomst van een marathon opblazen. En we kunnen niet achter iedereen met een zwarte baard twee mannen in een blauw pak zetten. We kunnen niet massaal telefoons aftappen en briefwisseling ‘data-minen’ op verdachte zinsneden. We kunnen niet angstig loeren naar de vriendelijke moslim die naast ons in de metro komt zitten. Zitten er wel echt groenten in die tas, of zit er een splinterbom onder?… Er is sinds 9/11 al veel te veel privacy opgeofferd aan een vals gevoel van grotere veiligheid dat paradoxaal tot een nog groter gevoel van onveiligheid leidt.

Het enige wat we kunnen doen is verder blijven geloven in onze eigen met vallen en opstaan verworven vrijheid van denken. En op dat vlak zal de frisse recalcitrante stem van Charlie erg worden gemist. Laten we het niet nog erger maken door toe te geven aan de chantage van extremisten. Aujourd’hui nous sommes tous Charlie. Laten we het ook morgen blijven, als hulde aan Charlie.

Gesponsorde artikelen