Vergeet de BRIC’s, hier komen de MINT’s

Vergeet de BRIC’s, hier komen de MINT’s

Brazilië, Rusland, India en China zijn niet langer de it-girls van de wereldeconomie. Econoom Jim O’Neill, die ooit de term BRIC’s lanceerde, werkt hard om een nieuw groepje landen te promoten als de MINT: Mexico, Indonesië, Nigeria en Turkije.

 Twaalf jaar geleden creëerde Jim O’Neill, econoom bij zakenbank Goldman Sachs, de term BRIC’s, waarbij hij de steile opgang van deze landen voorspelde. Na tien jaar als hoofdeconoom bij de bank vertrok O’Neill, en de BBC wist hem te strikken om een radioreeks te maken over een nieuwe groep landen: de MINT’s. O’Neill reisde al deze landen af en kwam tot fascinerende vaststellingen.

“Allemaal hebben ze ontzettend gunstige demografische vooruitzichten. Mexico, Indonesië, Nigeria en Turkije worden de komende twintig jaar de nieuwe klimmers”, schreef O’Neill in een column voor Bloomberg dit najaar.

Maar demografie alleen maakt het verschil niet, volgens O’Neill. Onderwijs is de sleutel, zegt hij. In Mexico was hij stevig onder de indruk van een organisatie die de ‘Enseña por Mexico’ heet. “Een heel succesvol programma dat het juiste talent opspoort en in de klaslokalen brengt.

Bij Goldman Sachs ontwikkelde O’Neill de ‘growth environment score’, een score om productiviteit en duurzame groei te meten. Toegepast op 180 landen kwamen Singapore en Zuid-Korea er als eerste uit, niet toevallig twee landen die enorm hebben geïnvesteerd in onderwijs.

In Indonesië volgde O’Neill de discussies rond de presidentsverkiezingen die er dit jaar aankomen. “De gesprekken die je daar hoort, zijn interessant. Mensen stellen zich de vraag of het land moet mikken op een groei van 7 procent per jaar, of het verstandiger en beter is om het te beperken tot 5 procent.”

Toch is O’Neill niet enkel vol lof over de MINT’s. In Nigeria bijvoorbeeld is de onveiligheid een groot probleem. Kidnapping is er schering en inslag, en O’Neill brengt verschillende slachtoffers van dat geweld voor zijn microfoon. 

De BBC-reeks van O’Neill is hier te volgen.  

Gesponsorde artikelen