Vlaams besturen wordt voor de N-VA interessanter dan ooit, federaal de boel uitroken evenzeer

Vlaams besturen wordt voor de N-VA interessanter dan ooit, federaal de boel uitroken evenzeer

De regering(en) van Charles Michel (MR) waren behoorlijk historisch. Nooit waagde een Vlaams-nationalistische partij zich zo ver aan de knoppen van de ‘Belgische’ macht. Maar het hele experiment eindigt met een ferme kater, bij N-VA en zeker bij de MR. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor toekomstige federale regeringen. 

Vare, Vare, redde legiones!” Met die kreet zou keizer Augustus nog jaren na de slag in het Germaanse Teutoburgerwoud, badend in het zweet, wakker geschoten zijn. Een sterk staaltje politieke propaganda en zwartepieten, in de tijd van de Romeinen, dat was het op z’n minst, die vermeende kreet van Augustus: “Varus Varus, geef me mijn legioenen terug.”

De Romeinse keizer was gedurende een aantal jaren bezig met pogingen om na Gallië ook Germanië onder de voet te lopen, maar in de beruchte slag vaagden de Germanen drie volle legioenen uit van de Romeinen en hun generaal Varus. Die kreeg door Augustus listig de zondebok. Maar de slag bleek ook het einde van elke Romeinse poging om het huidige Duitsland verder onder Romeinse knoet te brengen: een keerpunt in de geschiedenis.

Een beetje een hyperbool om de huidige crisis in de Wetstraat te vergelijken met dergelijk historisch feit, maar er zijn parallellen met de huidige ‘keizer van Vlaanderen’, zoals N-VA-voorzitter Bart De Wever wel vaker genoemd wordt. Als liefhebber van de Romeinen kan hij de gelijkenissen vast smaken.

Want de cruciale vraag na het debacle van de regering Michel (zowel versie I als het trieste afkooksel II) is immers nu of de N-VA niet haar strategische terugtrekking uit het federale beleidsniveau aan het organiseren is. Of ze niet net als Augustus wijselijk beslist weg te blijven waar niets meer te rapen valt: het federale niveau.

epa

Met het sociaal-economische bilan viel geen verkiezing te winnen

Het kwam nooit meer helemaal goed tussen N-VA en MR, ondanks verzoeningsetentjes. De gemeenteraadsverkiezingen legden zowel bij MR als N-VA de electorale kwetsbaarheid bloot, van vier jaar samen federaal beleid maken. Bij de premier resulteerde dat in een ‘fermere aanpak’ naar de N-VA toe (“gedaan met marionet te zijn”), en de hoop op een economisch stevige eindspurt richting mei 2019. Het verklaart de veel robuustere houding van de premier over heel het dossier van het VN-Migratiepact, althans voor de schermen.

Bij de N-VA was de analyse na 14 oktober 2018 veel scherper. Sociaal-economisch oogde het palmares van Michel I gewoon veel te mager om naar de Vlaamse kiezer te kunnen trekken met borstklopperij, laat staan de Franstaligen echt te kunnen uitroken met een centrumrechtse koerswijziging. Het migratiethema was bovendien al die jaren ‘hun’ topic geweest, met boegbeeld Francken op kop. Dat nu plots laten verdampen en aan Vlaams Belang doorgeven, mede omdat de premier plots z’n assertiviteit naar N-VA had gevonden? Neen, geen denken aan. Dan veel liever met het migratiethema naar de kiezer. En zo geschiedde.

De val van Michel I, en het trieste schouwspel van Michel II hebben ondertussen Charles Michel dodelijk verwond. “De premier trekt in de Zestien, zijn partij eindigt op zestien procent”, is een boutade die eens te meer de waarheid wordt. De N-VA heeft zo mee haar enige Franstalige partner kapot gemaakt, en alle federale bruggen verbrand.

epa
epa

De droom om federaal de boel in handen nemen vanuit Vlaanderen, en zo de federale tanker van koers te doen keren, lijkt daarmee verdampt. De focus valt nu op Vlaanderen, en de Vlaamse regering voor de N-VA. Vanuit het Martelarenplein besturen, met Vlaamse leeuw op kop, lijkt een veel leefbaarder en wenselijker scenario voor de partij. Het mag niemand verbazen als De Wever en co straks alles op alles zetten om die Vlaamse regering te maken, en de zaken daar in handen te nemen.

Het federale terrein staat voortaan gelijk aan Germania: daar huizen de barbaren. Veel valt daar niet te winnen. De sociaal-economische hefbomen zitten wel nog grotendeels daar, maar wat baat het als elk beleid drastisch verdund wordt, of straks weer wordt weggegomd door een coalitie die weer overhelt naar Franstalig België en links?

Bovendien pakken zich donkere wolken boven het federale samen op vlak van budget. Door de opeenvolgende staatshervormingen is het federale steeds armer en armer geworden: de sociale zekerheid kost meer en meer miljarden, maar de financieringwetten maken dat de deelstaten, zeker Vlaanderen, steeds ‘rijker’ worden. Die dodelijke financiële logica in het Belgische systeem maakt de cirkel straks rond: Vlaams besturen wordt interessanter dan ooit, federaal de boel uitroken evenzeer.

De Wetstraat zet zich dus best schrap voor de komende jaren. Zeker als de N-VA straks electoraal rond de 30 procent blijft hangen, kan men zich federaal opmaken voor een nieuwe, bijzonder felle communautaire uitputtingsstrijd. De koning, die vandaag al eens mag een rondje oefenen met de partijvoorzitters, zet zich best schrap voor een pak meer bezoekjes in 2019.

De gok van Michel en De Wever

In 2014 nam de N-VA immers een geweldige, historisch ongeziene gok. Geen enkele Vlaams-nationalistische partij nam ooit dergelijke risico, door vol aan de slag te gaan met federale bevoegdheden, en het volle gewicht van het tricolore België mee te willen torsen. De Vlaams-nationale kreet “voor ’t Belgiekske nikske” was plots heel ver weg.

Die keuze was enkel mogelijk doordat de N-VA zelf het geweer helemaal van schouder veranderde in haar aanpak van de communautaire kwestie in 2014. Bart De Wever leerde uit de trauma’s van 2007 met Yves Leterme (CD&V) op Hertoginnedal en 2010 met Elio Di Rupo (PS) in villa Hellebosch in Vollezele één ding: botsen op een Franstalige muur heeft geen enkel zin. “On n’est demandeur de rien“, vrij vertaald als “wij hoeven niets”, is voor de Franstalige partijen afgelopen jaren steeds de terugvalpositie geweest.

epa

Dergelijke egelstelling kan enkel gecounterd worden als de Franstaligen zich steeds minder ‘thuis’ zouden voelen in het federale België, was de N-VA-analyse. En hoe beter het linkse Brussel en Wallonië uitroken dan met een stevige saus sociaal-economisch rechts beleid, gekoppeld aan een flink veiligheidsbeleid?

De Wever draaide met die strategie in één keer de vreemde historische logica rond communautaire spanningen compleet op z’n kop. België is immers in die zin een uniek land omdat het separatisten kent, die uit de meerderheidsgroep komen, eerder dan de minderheid. Elke andere separatistische beweging waar ook ter wereld, wil weg uit een grotere natiestaat, omdat zij zelf een (al dan niet bedreigde) minderheid uitmaken.

De regering Di Rupo was er één waarin de Franstalige minderheid nog dominant was in zetels, de regering Michel maakte de bocht en maakte de Vlamingen numeriek en ideologisch de baas. De liberalen, na jaren zuchten eindelijk bevrijd van het socialisme, bleken een gretige bondgenoot. En vooral Charles Michel, die als prijs de Zestien kreeg. Plus: alle communautaire eisen daarbij in de koelkast. De nieuwe strategie van dominantie zou immers de Franstaligen wel aan tafel brengen, mogelijks niet na één, maar zeker na twee legislaturen stevig centrumrechts beleid.

epa

Kris Peeters als nemesis van de N-VA

Dat de Vlaams-nationalisten daarbij zo vlotjes een minister van Binnenlandse Zaken konden leveren die heel het ‘Belgische’ machtsapparaat in handen nam, bleek geen probleem. Integendeel: Jan Jambon (N-VA) klom naar ongekende hoogte in populariteitspolls. Nog straffer misschien was de prestatie op vlak van Defensie, waar een N-VA minister elke dag de tricolore moest trotseren, en de Vlaams-nationalisten met verve een superzware aankoop van gevechtsvliegtuigen als ‘hun’ dossier er door kregen. Pek en veren zouden niet volstaan hebben voor wie zoiets ooit binnen de Volksunie zou durven gesuggereerd hebben. De N-VA kwam ermee weg.

Het was echt op de kern van de zaak, het sociaal-economische beleid, dat het experiment van De Wever zich steeds meer vastreed. Want terwijl de vakbonden en Waalse socialisten op kop de regering Michel constant bleven wegzetten als “asociaal” en “afbraakregering”, bleek het beleid in realiteit niet zo fundamenteel verschillend van de vorige ploeg, onder leiding van Di Rupo. CD&V-minister Kris Peeters, ooit het boegbeeld van de rechtervleugel van de christendemocraten, ontpopte zich tot nemesis van centrum-rechts. Constante verwatering van elke rechtsere maatregel, vanuit diens kabinet, maakte dat Michel I nooit in de buurt kwam van de droom die N-VA koesterde. Het mechanisme van de sociale partners zorgde voor een verdere verdunning van de wijn, het federaal staatsapparaat van vaak politiek-benoemde ambtenaren verwaterde de zaak nog meer. “De kracht van verandering wordt veeleer de kracht van de continuïteit”, merkte Wouter Beke (CD&V) schamper op.

Na vier jaar vechten tegen Peeters, raakte de N-VA eind vorig jaar bovendien voor het eerst echt in conflict met de premier. Niet over het sociaal-economische, hoewel Michel eerder aan de kant van Peeters dan die van de N-VA ging staan. Wel over de beeldvorming op vlak van migratie en identiteit. De premier schatte zich veilig op z’n communautaire flank in 2014, maar bleek gaandeweg steeds meer gebukt te gaan onder het imago van ‘collaborateur’, van ‘marionet van de N-VA’, uitgerekend op die migratie-dossiers. Goudhaantje Theo Francken (N-VA) haperde over de Soedan-kwestie en Charles Michel liet even twijfel of hij wel kon aanblijven. De Wever sloeg hard terug, en stelde een blok: Theo weg, is de N-VA weg. De premier trok z’n voet terug, maar een kilte zette zich in. Tegelijk maakte De Wever de harde analyse over het sociaal-economische: “De dash is weg”, vatte hij samen. Vervroegde verkiezingen hadden toen al gemogen voor N-VA, de premier hapte niet.

epa

Met het sociaal-economische bilan viel geen verkiezing te winnen

Het kwam nooit meer helemaal goed tussen N-VA en MR, ondanks verzoeningsetentjes. De gemeenteraadsverkiezingen legden zowel bij MR als N-VA de electorale kwetsbaarheid bloot, van vier jaar samen federaal beleid maken. Bij de premier resulteerde dat in een ‘fermere aanpak’ naar de N-VA toe (“gedaan met marionet te zijn”), en de hoop op een economisch stevige eindspurt richting mei 2019. Het verklaart de veel robuustere houding van de premier over heel het dossier van het VN-Migratiepact, althans voor de schermen.

Bij de N-VA was de analyse na 14 oktober 2018 veel scherper. Sociaal-economisch oogde het palmares van Michel I gewoon veel te mager om naar de Vlaamse kiezer te kunnen trekken met borstklopperij, laat staan de Franstaligen echt te kunnen uitroken met een centrumrechtse koerswijziging. Het migratiethema was bovendien al die jaren ‘hun’ topic geweest, met boegbeeld Francken op kop. Dat nu plots laten verdampen en aan Vlaams Belang doorgeven, mede omdat de premier plots z’n assertiviteit naar N-VA had gevonden? Neen, geen denken aan. Dan veel liever met het migratiethema naar de kiezer. En zo geschiedde.

De val van Michel I, en het trieste schouwspel van Michel II hebben ondertussen Charles Michel dodelijk verwond. “De premier trekt in de Zestien, zijn partij eindigt op zestien procent”, is een boutade die eens te meer de waarheid wordt. De N-VA heeft zo mee haar enige Franstalige partner kapot gemaakt, en alle federale bruggen verbrand.

epa
epa

De droom om federaal de boel in handen nemen vanuit Vlaanderen, en zo de federale tanker van koers te doen keren, lijkt daarmee verdampt. De focus valt nu op Vlaanderen, en de Vlaamse regering voor de N-VA. Vanuit het Martelarenplein besturen, met Vlaamse leeuw op kop, lijkt een veel leefbaarder en wenselijker scenario voor de partij. Het mag niemand verbazen als De Wever en co straks alles op alles zetten om die Vlaamse regering te maken, en de zaken daar in handen te nemen.

Het federale terrein staat voortaan gelijk aan Germania: daar huizen de barbaren. Veel valt daar niet te winnen. De sociaal-economische hefbomen zitten wel nog grotendeels daar, maar wat baat het als elk beleid drastisch verdund wordt, of straks weer wordt weggegomd door een coalitie die weer overhelt naar Franstalig België en links?

Bovendien pakken zich donkere wolken boven het federale samen op vlak van budget. Door de opeenvolgende staatshervormingen is het federale steeds armer en armer geworden: de sociale zekerheid kost meer en meer miljarden, maar de financieringwetten maken dat de deelstaten, zeker Vlaanderen, steeds ‘rijker’ worden. Die dodelijke financiële logica in het Belgische systeem maakt de cirkel straks rond: Vlaams besturen wordt interessanter dan ooit, federaal de boel uitroken evenzeer.

De Wetstraat zet zich dus best schrap voor de komende jaren. Zeker als de N-VA straks electoraal rond de 30 procent blijft hangen, kan men zich federaal opmaken voor een nieuwe, bijzonder felle communautaire uitputtingsstrijd. De koning, die vandaag al eens mag een rondje oefenen met de partijvoorzitters, zet zich best schrap voor een pak meer bezoekjes in 2019.

Gesponsorde artikelen