Waarom Europese economie het moeilijker zal hebben door coronavirus dan Aziatische

Beurs Thailand Azië coronavirus
Isopix

De pandemie van het coronavirus is nog lang niet voorbij, maar toch wordt ook al verder in de toekomst gekeken. Want naast de menselijke tol is er ook een grote economische tol die hoort bij deze crisis. En daar lijken vooral de Europese en Amerikaanse economie zwaar door getroffen te worden.

Overal ter wereld duiken beurzen sinds de coronacrisis in het rood. Veel economische sectoren vallen zo goed als stil. Hoe langer dat duurt, hoe dramatischer de gevolgen zullen zijn en vooral hoe langer het zal duren om ervan te herstellen.

Azië beter voorbereid door SARS

Economen wijzen er wel op dat Azië vermoedelijk minder geschonden uit deze crisis zal komen dan Europa en de rest van het Westen. En daar is een heel specifieke reden voor. Azië is namelijk veel beter voorbereid om zo’n situatie dan het Westen.

Het zit zo: een uitbraak zoals we die nu kennen met nieuwe coronavirus is de laatste eeuw ongezien in de wereld. Maar kleinere uitbraken zijn niet nieuw in Azië. De meest bekende is ongetwijfeld de SARS-epidemie uit 2003. Die trof naast China ook onder andere Hongkong en Singapore zwaar.

Naast heel wat doden zorgde SARS toen in die landen ook voor een economische recessie. Dat zorgde ervoor dat overheden zich begonnen te wapenen voor de volgende catastrofe.

Lessen getrokken

“Grote Aziatische markten hebben lessen getrokken uit crises in het verleden. Ze hebben een sterke staatsbalans opgebouwd die bedoeld is om in te zetten als er externe problemen zijn. Daardoor zijn ze veel beter geplaatst om op deze uitbraak te reageren”, zegt investeringsmanager Lin Jing Leong aan CNBC.

Daarnaast hebben heel wat Aziatische overheden sneller en krachtdadiger gereageerd op de huidige coronacrisis dan de meeste westerse landen. (lees hier hoe Zuid-Korea het coronavirus heeft aangepakt) Daardoor kan de markt zich bij hen ook veel sneller herstellen.

Meer cash

Tot slot hebben heel wat Aziatische bedrijven zelf ook een sterkere kaspositie. Dat wil zeggen dat ze meer cash in kas hebben dan de meeste westerse bedrijven. “Aziatische bedrijven hebben diepe zakken”, omschrijft investeringsdirecteur Siddhartha Singh het.

Vooral de afgelopen twee jaar hebben de meeste bedrijven in Azië hun kosten sterk beheerst en zijn ze gedisciplineerd omgesprongen met hun uitgaven. Ter vergelijking: in China hebben 48 van de 100 grootste bedrijven een netto kaspositie, in Japan is dat zelfs 50 op 100 en in Taiwan 57. De grootste westerse economieën scoren heel wat minder goed. 33 van de 100 grootste Duitse bedrijven heeft een netto kaspositie. In het Verenigd Koninkrijk (21 op 100) en de Verenigde Staten (18 op 100) is de situatie zelfs nog veel erger.

Die financiële voorsprong heeft grote Aziatische bedrijven de mogelijkheid om na de lockdown snel grote investeringen te doen en zo aan marktaandeel te winnen.

Die financiële marge is er ook bij Aziatische centrale banken. Daardoor hebben zij meer ruimte om een monetair beleid bij te sturen en zo de lokale economie te stimuleren. Centrale banken in Europa en de Verenigde Staten kondigden recent ook gelijkaardige maatregelen af, maar hebben veel minder tools in handen om die allemaal uit te voeren.

Afhankelijk van Westen

Toch zal ook de Chinese economie door een zware periode moeten. Het Westen is en blijft namelijk nog steeds de grootste afnemer van Chinese producten. Daardoor is een wereldwijd herstel nodig voor de Chinese economie er helemaal bovenop kan komen.

Gesponsorde artikelen