Left Right
scrollTop top

Waarom we niet echt iets moeten verwachten van “historisch” besluit om een wereldwijd pandemieverdrag te sluiten


© Tedros Adhanom Ghebreyesus noemt het een historische kans. (Isopix)

De lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties (WHO) hebben gisteren de eerste stap gezet naar wat veel regeringen hopen een juridisch bindend verdrag dat gericht is op het versterken van de wereldwijde verdediging tegen pandemieën. Een pandemieverdrag dus. Dat klinkt veelbelovend, maar is het wellicht niet. Nog voor de eerste gesprekken starten hebben de Verenigde Staten en andere landen al aangedrongen op een zwakker mechanisme dat geen wettelijke verplichtingen voor de lidstaten met zich mee zou brengen. Of: het gaat wellicht net zo lopen als met de klimaatverdragen – veel geblaat en weinig wol.

Zoals de klimaataanpak van de VN ondertussen al decennia duidelijk maakt: akkoord gaan om akkoord te gaan is een langzaam proces. En de pandemie heeft aangetoond dat regeringen, wanneer ze worden bedreigd, vaak niet de neiging hebben om globaal te denken, maar ervoor kiezen om voor zichzelf te zorgen.

Een zeldzame speciale zitting van het bestuursorgaan van de WHO – slechts de tweede ooit – stemde ermee in een intergouvernementele onderhandelingsgroep op te richten die uiterlijk in maart bijeen moet komen om te beginnen met onderhandelingen over een internationale overeenkomst die moet zorgen voor een coherenter en rechtvaardiger antwoord op toekomstige pandemieën.

De directeur-generaal van de WHO, Tedros Adhanom Ghebreyesus, is een groot voorstander van een juridisch bindend verdrag en prees het besluit als “historisch”. De toezegging van landen om te onderhandelen over een wereldwijd akkoord zou “toekomstige generaties helpen beschermen tegen de gevolgen van pandemieën”, ​​voegde hij eraan toe. Hij noemde het “een kans die maar één keer in een generatie bestaat om de wereldwijde gezondheidsarchitectuur te versterken om het welzijn te beschermen en te bevorderen van alle mensen.”

Het sleutelwoord hier is “kans”. Het besluit markeert immers slechts het begin van wat moeizame onderhandelingen beloven te worden om een consensus te bereiken tussen de 194 lidstaten van de WHO. De overeenkomst roept onderhandelaars op om het resultaat van hun beraadslagingen in mei 2024 te leveren.

Doel al meteen afgezwakt door VS en andere landen

De Europese Unie en Groot-Brittannië dringen al maanden aan op een ambitieus verdrag dat rechtskracht heeft. De ontdekking van de Omikron-variant, die heeft geleid tot een nieuwe golf van reisregels en grenssluitingen, voornamelijk gericht op Zuid-Afrikaanse landen waar de variant voor het eerst werd geïdentificeerd, heeft de kritiek hernieuwd dat landen over de hele wereld een lappendeken van maatregelen hanteren en op een discriminerende manier handelen.

“Geen betere reactie op de opkomst van de Omikron-variant dan deze samenkomst van de internationale gemeenschap achter de inspanningen om het juridische kader te versterken dat ten grondslag ligt aan onze collectieve reactie op pandemieën”, zei Simon Manley, de Britse ambassadeur in Genève, op Twitter. De Verenigde Staten beschreven het initiatief in een verklaring als “een gewichtige stap”, maar met steun van Brazilië en andere landen weigerde het meteen zich te verbinden aan iets dat wettelijk bindend is.

China alleen “in principe” mee in het verhaal

De internationale overeenkomst – als die er ooit komt – is bedoeld om herhaling te voorkomen van de “gefragmenteerde en versplinterde” stappen door naties die de wereldwijde reactie op Covid-19 hebben verzwakt. Voorstanders van een verdrag willen toezeggingen om gegevens, virusmonsters en technologie te delen en te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van vaccins.

Die kwesties roepen politiek gevoelige vragen op over de nationale soevereiniteit over de toegang tot de plaatsen van uitbraken en mogelijk onderzoek naar de oorsprong van ziekten – nu al een bron van spanning tussen westerse regeringen en China, dat zich heeft verzet tegen oproepen tot een onafhankelijk onderzoek naar de opkomst van Covid-19 in de Chinese stad Wuhan begin 2020. China zei deze week dat het “in principe” instemt met de ideeën achter het verdrag, maar waarschuwde meteen voor wat het “politisering, stigmatisering en instrumentalisering” noemt.

Het besluit van de vergadering van gisteren zal leiden tot de oprichting van een “intergouvernementele onderhandelingsgroep” om het definitieve verdrag op te stellen en te onderhandelen, dat vervolgens door de lidstaten moet worden aangenomen. De onderhandelingsgroep komt op 1 maart voor het eerst bijeen, volgens de WHO. Ze zal ook openbare hoorzittingen houden om zijn beraadslagingen te informeren en voortgangsrapporten op te stellen.

(mah)


Deze artikelen kunnen u misschien ook interesseren…