We stonden erbij en keken ernaar

We stonden erbij en keken ernaar

Al 2 dagen wordt het oosten van Aleppo ‘ontruimd’. Er was een wapenstilstand voorzien zodat de burgers de stad op tijd konden verlaten. Van die wapenstilstand is niets in huis gekomen. Assad steekt zijn middelvinger op en walst Oost-Aleppo plat.

Mannen, vrouwen, kinderen worden vandaag, op dit moment geëxecuteerd op straat. Kwestie van zeker alle terroristen mee te hebben. Er worden door Assad bussen ingezet om burgers uit Aleppo te halen. Bussen die in het beste geval naar een gebied rijden dat ook onder luchtaanvallen lijdt. Heel wat mensen die deze bussen nemen worden opgesloten. Journalisten, leerkrachten, twitteraars. Mensen die een poging deden de feiten tot bij ons te krijgen worden opgesloten. Het zijn rebellen klinkt het.

Vandaag zullen honderden mensen het leven laten. We kijken op, we zijn verontwaardigd en we gaan verder met onze dagdagelijkse bezigheid. We klagen over de koude, gelukkig schijnt de zon nog. Vanavond gaan we slapen. Morgen hetzelfde lied. Wat kunnen we anders doen?

15 maart 2011. Het had de geboortedatum kunnen zijn van uw zoon of dochter, uw neef of nicht. Het is de datum waarop een gruwelijke burgeroorlog in Syrië begon. Vandaag, meer dan vijf jaar later, staan we geen halve stap dichter bij een oplossing. Beelden van een Syrische leeraar Engels gaan viraal. De man gelooft niet meer in de internationale gemeenschap, hij gelooft niet meer in de VN. Het is zijn laatste boodschap schrijft hij. Hij vreest dat hij morgen niet haalt.

In naam van de hele westerse gemeenschap wil ik mij verontschuldigen. Vijf jaar lang hebben we toegekeken. Vijf jaar lang hebben we gedebatteerd, hebben we ruzie gemaakt. We voerden wapens en wapenonderdelen uit terwijl we wisten waar ze terecht konden komen. Of geloofden we echt dat die Vlaams gemaakte vizieren nooit zouden mikken op het hoofd van een Syrisch kind?

Terwijl mensen verdronken in de Middellandse Zee discussieerden wij of ze al dan niet oorlogsvluchtelingen waren. ‘Neen, dat zijn ze niet.’ was onze conclusie. Ze passeerden al via Turkije dus we hoeven ons over morele verantwoordelijkheid geen zorgen te maken.

Terwijl kinderen stikken in het puin van hun huis dat zopas op hen neerviel discussiëren wij of we een Syrisch gezin al dan niet een visum zouden geven. Laat ons voor de zekerheid eerst naar de rechtbank stappen, dan naar het hof van beroep en dan naar cassatie. Of weet je wat? We hebben eens gebeld naar Libanon, je mag daar gaan wonen.

Chemische wapens, dat was de rode lijn die we trokken. Als Assad daarover gaat, grijpen we in. Rode lijnen zijn er al lang niet meer. Chemische wapens worden er al enkele jaren gebruikt maar het kan ons werkelijk geen moer schelen.

Ik schaam me kapot. Ik krijg de gedachte niet uit mijn hoofd. Over een aantal jaren moet ik aan mijn kinderen uitleggen wat er gebeurd is. Na het gruwelijke verhaal komt de vraag: “Maar jullie wisten toch wat daar aan het gebeuren was?” En dat wisten we. Wir haben das gewusst. Digitale media hebben ons overspoeld met foto’s en video’s. We wisten alles.

Net zoals ik de vraag stelde over de Jodenvervolging zullen mijn kinderen vragen: “Waarom hebben jullie dan niets gedaan?” Ik kan er geen antwoord op formuleren. Ik schaam mij te pletter voor wat mijn land gedaan heeft. Ik schaam mij te pletter voor het falen van de VN.

Wij weigerden mensen op te vangen. Wij hebben hekkens en muren gemaakt aan onze Europese grenzen. Wij hebben mensen laten verdrinken in de middellandse zee. Wij hebben oeverloos ruzie gemaakt over of en hoe we zouden ingrijpen. Wij hebben niets gedaan.

Wij die in een recent verleden moesten vluchten voor een naziregime konden niet begrijpen dat Syriërs vluchtten voor een monsterlijk regime van Assad, voor gruweldaden van IS en voor oorlogsmisdaden van rebellengroepen. We waren bang dat er onder hen weleens een aantal terroristen zouden kunnen zitten.

We stonden erbij. We keken ernaar. We deden niets. Ik schaam me kapot.

Gesponsorde artikelen