We zijn het land geworden dat stilstaat. Letterlijk én figuurlijk

We zijn het land geworden dat stilstaat. Letterlijk én figuurlijk

Rechts zal het op links steken en links op rechts, maar dat zijn allemaal spelletjes: ons land staat al een hele poos stil en de kloof met onze buren en andere delen van de wereld wordt steeds groter. Het feit dat we er niet eens in slagen om een modern, fatsoenlijk voetbalstadion te bouwen, is daar alweer een mooi voorbeeld van. Maar het gaat veel verder dan dat: onze weigering om verantwoordelijkheid te nemen en resoluut te kiezen voor vooruitgang is langzaam van België een achterlijk Banana-land aan het maken. 

Het is niet alleen een gevoel: het land staat stil, ook letterlijk. Elke dag. Meer. In de file. Langs Antwerpen passeren bijvoorbeeld, is voor zinnige mensen iets geworden dat je vermijdt. In 2000 waren er nog 5,7 miljoen auto’s, bestelwagens en vrachtwagens in België. Vorig jaar waren dat er al 7,4 miljoen. Dat heeft te maken met het feit dat steeds meer mensen langer met de auto blijven rijden, dat we dus steeds ouder worden, maar, we moeten toch even aanstippen, vooral omdat er geen enkel land is in de wereld waar het gebruik van je auto zo wordt gesubsidieerd en gestimuleerd als in het onze.

Nergens rijden per capita meer bedrijfswagens rond als bij ons en geen enkel politicus durft daar aan raken. Maar dit is niet de discussie over het al dan niet afpakken van die wagens. Dit is de discussie dat als je daarvoor kiest, je ook de gevolgen daarvan moet aanpakken.

Je moet niet komen lullen over hoe gebruik van het openbaar vervoer dat moet opvangen, al zeker niet omdat ons openbaar vervoer gatachterlijk is en eigenlijk alleen maar wordt afgebouwd voor mensen die niet in grote stadskernen wonen.

Face the facts

Je moet ook niet afkomen met prutsmaatregelen zoals pechstroken gaan gebruiken tijdens spitsuren of “slimme verkeerslichten”. Face the facts: als je de mensen hun wagens niet durft afnemen, dan is er maar één echte oplossing en dat is zorgen voor infrastructuur die meer auto’s aankan.

Nu al kijkt iemand in Vlaanderen tijdens zijn carrière aan tegen ongeveer 5.000 uren van zijn loopbaan in de file te staan. We hebben het over 10 procent van de tijd dat je onderweg bent naar of van je werk. Dat zijn gemiddeldes. Wie van Gent naar de Kempen of Limburg moet of omgekeerd, heeft tegenwoordig elke dag prijs. Brussel is geen haar beter. En zelfs wie die grote steden kan mijden, moet vaststellen dat hij ondertussen twee keer meer tijd moet uittrekken om van A naar B te rijden dan 20 jaar geleden.

Zoals gezegd: misschien is de oplossing het verminderen van de verkeersdrukte en autoverkeer niet langer aanmoedigen. Thuiswerken zou ook kunnen, we hebben, nu nog tenminste, één van de best bekabelde netwerken in de wereld. Maar iedereen, aan welke kant van de discussie hij of zij ook staat, moet het er toch mee eens zijn dat oeverloos lullen en niks doen en fundamentele beslissingen uitstellen geen optie is.

Iedereen, aan welke kant van de discussie hij of zij ook staat, moet het er toch mee eens zijn dat oeverloos lullen en niks doen en fundamentele beslissingen uitstellen geen optie is. 

Banana-land

Het gebrek aan dynamiek om het verkeer uit de knoop te halen is maar één voorbeeld. De manifestatie van NIMBY (Not In My Back Yard) en BANANA (Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anyone) en CAVE (Citizens Against Virtually Everything) in ons land, in de hand gewerkt door politici en beleidsmakers – van welke strekking dan ook – maakt van België op zowat alle vlakken ondertussen een land dat de rol moet lossen.

Al die hierboven genoemde dingen zijn getuige van een mentaliteit onder de bevolking. Maar ze zijn ook heel handig voor onze beleidsmakers, want een mooi excuus om toch maar zeker niks te doen. Dat stilstaan achteruit gaan betekent in een geglobaliseerde wereld lijkt niemand een zorg te zijn.

En zo zijn we ondertussen een land geworden waar je geen fatsoenlijk sportstadion meer hebt om ooit eens iets van internationaal belang te hosten, waar vliegtuigen alleen maar lawaai maken, waar, wanneer je terugkomt van een reis uit Azië of Scandinavië of zelfs Nederland en Duitsland denkt: pffff.

Wie afkomt met milieu-argumenten, zit naast de kwestie. Er zijn tegenwoordig manieren genoeg om duurzaam te ontwikkelen. Zelfs in China hebben ze dat door. Er zijn ondertussen voorbeeldlanden genoeg waar bescherming van de natuur veel hoger in het vaandel wordt gedragen dan bij ons en waar ze er toch in slagen om de infrastructuur op alle vlakken te verbeteren.

Latijn. LOL

Een ander, en misschien zelfs het belangrijkste vlak waarop de stilstand van ons land merkbaar is, is ons onderwijs. Wij zitten hier te janken – en echt, hoe wereldvreemd zijn we? – over het behouden van de richting Latijn. In een wereld waar iedereen kan zien hoe algoritmes, artificiële intelligentie, nanotechnologie en genetica alles op z’n kop aan het zetten zijn, zitten wij te discussiëren over het belang van Latijn in ons onderwijs. Alsof we nog in de middeleeuwen zitten.

Dat terwijl landen als Zwitserland, Nederland en Duitsland (om er maar een paar te noemen) al lang doorhebben waar de arbeidsmarkt naartoe gaat en miljarden steken in een onderwijs dat mensen op de toekomst moet voorbereiden.

Het gras is altijd groener aan de overkant, dat weten we best. Maar dat kan je er niet van weerhouden om er naar te kijken en de juiste conclusies te trekken. Want in onze wereld, of je dat nu leuk vindt of niet, betekent stilstaan achteruitgaan.

De manifestatie van NIMBY (Not In My Back Yard) en BANANA (Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anyone) en CAVE (Citizens Against Virtually everything) in ons land, in de hand gewerkt door politici en beleidsmakers – van welke strekking dan ook – maakt van België op zowat alle vlakken ondertussen een land dat de rol moet lossen.

Gesponsorde artikelen