Willem Wallyn, regisseur en scenarist van de Vlaamse film ‘All Of Us’, maakte deze prent omdat hij zijn mama miste, maar dat besefte hij pas achteraf

Lumière

Willem Wallyn, het is geen naam die bij de doorsnee burger een belletje doet rinkelen en toch hebben we allemaal al wel eens naar zijn werk gekeken. 20 jaar geleden maakte hij zijn eerste langspeelfilm die treffend Film 1 was getiteld. Sindsdien kwam hij vooral aan de kost als opdrachtscenarist en pende hij afleveringen voor De Rodenburgs, Zone Stad, Aspe en Professor T. In 2016 was er dan de satirische politieke Canvasreeks De 16 waarvoor hij schreef, regisseerde en produceerde en ook zijn nieuwe film All Of Us wilde hij graag dicht bij zich houden.

Willem Wallyn: Ik hou van dialogen. De kiem van mijn scenario was dus: ik ga iets maken over een zelfhulpgroep. In die context zou ik heel erg met dialogen kunnen spelen. Daar is het allemaal begonnen. Dat was het rationele proces.

Lumière

Pas toen All Of Us al af was, ben ik gaan beseffen waar de echte betekenis van de film lag voor mij. Op het Filmfestival van Gent zag ik de enorme reactie van het publiek naar mij toe. Mensen wilden met mij komen praten, die het authentiek en herkenbaar vonden, terwijl ik over een situatie heb geschreven die ik niet zo goed ken, want ik heb amper research gedaan vooraf. Daar geloof ik niet in, het zou me beperken. Ik wilde bij het schrijven niet beïnvloed worden door medische beperkingen, om maar één voorbeeld te geven.

Maar ik zie dus: de film raakt mensen. En toen wist ik nog steeds niet echt wat die film voor mij betekende. Onlangs was er een vertoning van de film met een nagesprek. Dat was bij een organisatie die dat blijkbaar niet gewend was, want na de film krijg ik de microfoon in mijn handen geduwd met de boodschap: “Babbel maar een beetje tegen de zaal.” (lacht) Dus ik sta daar, ik weet werkelijk niet wat zeggen en plots zeg ik: “Ik denk dat ik deze film gemaakt heb omdat ik mijn mama mis.” En bam, daar was de betekenis. Plots wist ik waarom ik ook zelf nog kon beginnen huilen bij een visie van een film die ik zelf gemaakt had, die ik door en door kende. Voor mij ging hij over mijn mama.

Je gaf ze een inkijk in je persoonlijke leven op dat moment.

Wallyn: Ik was eerlijk en kwetsbaar op dat moment, maar nu is mijn beredeneerde gok dus dat ik All Of Us voor mijn mama heb gemaakt. Zij zag graag films waarbij ze moest janken en films waarbij ze moest lachen. Ik heb geprobeerd haar ideale film te maken.

Als je weggaat, blijf je bestaan

All Of Us gaat over dood, maar ook over doorleven tot in de eeuwigheid.

Wallyn: Precies. Er zit een mooie scène in de film waarin Philippe – gespeeld door Bruno Vanden Broecke – verteld hoe mensen blijven doorleven na hun dood. Door een mop die ze ooit verteld hebben. Een herinnering. Een liedje dat je aan hen doet denken. Ik heb dat bij mijn eigen moeder.

De titel komt van een gedichtenbundel van Raymond Carver, dat we één keer in beeld zien. Mulan leest het.

Wallyn: Raymond Carver is vooral gekend van de briljante kortverhalen die hij schreef, maar All Of Us is inderdaad de titel van een prachtige gedichtenbundel. Carver heeft een heel getormenteerd leven achter de rug, maar dat gedicht, All Of Us, hing aan mijn muur als thema. In een scenario kan je regelmatig je weg verliezen omdat je ten alle tijden alle mogelijkheden hebt. Dan helpt een mantra of een gedicht dat je als leidraad kan gebruiken. De thematiek van de film ligt nu dichtbij die van dat gedicht. De werktitel van All Of Us is trouwens heel lang Elke Derde Donderdag geweest. Ook mooi, maar te literair.

In onze westerse wereld is de dood nog altijd een beetje taboe: we weten allemaal dat het er is, maar erover praten is nog iets anders. Ik voelde dat ook toen ik vragen aan het opstellen was voor dit interview. Er was een zekere schroom en ik begon na te denken over “Kan ik dit wel vragen?”

Wallyn: Ik heb exact hetzelfde. Ik moet een grapje maken als iemand begint over de dood. Of ik vlucht. Ik weet nog altijd niet hoe ik me moet gedragen bij stervende mensen, of op een begrafenis.

Lumière

Ik heb All Of Us bewust zo dicht bij me gehouden en zelf verfilmd omdat het zo’n delicaat thema is. Ik probeer dat melodrama dan ook nog eens te mixen met humor, wat ook gevaarlijk is. Er zitten ook een paar confronterende momenten in het scenario die ik absoluut in de film wilde zien en die je uit de weg zou kunnen gaan om commerciële of andere redenen. Om er zeker van te zijn dat dat niet zou gebeuren, wilde ik het helemaal zelf doen.

Om de taboesfeer van het thema te compenseren heb ik de film zacht gehouden. De film is met veel licht gedraaid, de kleuren zijn zacht, het is ook geen experimentele film: de beeldvoering is rechtlijnig.

Heeft het maken van deze film een beetje geholpen om in de toekomst wel te gaan weten wat je moet doen als je met sterfelijkheid geconfronteerd wordt?

Wallyn: Nee, ik heb geen antwoorden. Ik zou allicht zelf het verkeerde doen als ik nu voor zo een situatie komt te staan. Soms denk ik dat het in de meest eenvoudige dingen zit. Jezelf zijn. Een hand vasthouden. Geen wijze raad geven, geen levenslessen. Verdriet tonen, dat weet ik niet. Ik heb het er zelf moeilijk mee, ik kan niet goed tegen tranen. Het thema communicatie zit ook in de film: wat zeg je, wat zeg je niet? Tegen wie zeg je ’t en tegen wie niet?

Lumière

We weten niet hoe we reageren in het aanzicht van de dood. Het personage Vince in de film ontkent vanalles. Philippe, overtuigd atheïst, grijpt naar religie, tot zijn eigen verbazing. Overigens, Darwin heeft op zijn sterfbed ook de sacramenten gevraagd. Als er nu iemand geen belang zou moeten hechten aan religie zou het in principe toch Darwin moeten zijn?

Dan vraag ik me af: zou ik bidden op m’n sterfbed? Ik denk het niet, maar ik stel wel vast dat als ik naar de katholieke platen van Bob Dylan luister, dat er iets in mij resoneert, meer dan mij lief is, eigenlijk. Philippe in de film denkt ook: baat het niet, dan schaadt het niet.

SoKo

Er zit een liedje in de film van SoKo, We Might Be Dead Tomorrow. De laatste strofe van dat liedje luidt: “So let’s love fully/And let’s love loud/Let’s love now/’Cause soon enough we’ll die.” Daar heb ik nog vaak aan teruggedacht sinds ik de film zag.

Wallyn: Dat is echt het hart van de film. Het nummer is gekozen door mijn monteur. Ik kende het nummer, maar ik was het een beetje vergeten. Op een gegeven moment had zij voor het monteren een nummer nodig en ze stelde dit nummer voor. Dat was zo juist dat ik ook meteen alles ben gaan doen om de rechten op dat nummer te clearen. Alles klopt nu, het zit ook precies op het juiste moment.

Waar gaat het leven over jou?

Wallyn: Die cirkel van het leven is prachtig. Ik zie dingen van mezelf in mijn kinderen. Ik zie mijn moeder en mijn vader in mezelf terug, en mijn grootouders. Daarover gaat het. Wij zijn allemaal wij. Dat geheel heeft niets esoterisch of religieus, het is een simpele vaststelling. Als wij ten minste goed voor elkaar kunnen zijn – zonder verwachtingen of verplichtingen – dan zijn we goed bezig. Ik heb geen enkele verwachting van de diploma’s van m’n kinderen. Als hij met een buis thuiskomt, maak ik me daar niet druk in. Maar als hij niet uitgenodigd wordt voor een verjaardagsfeestje bijvoorbeeld, dan is dat voor hem op dat moment levensbepalend. Hem op dat moment daarmee proberen helpen: dat is het leven. Het beste proberen doen voor de mensen om je heen in het nu.

De vier patiënten zijn mensen in de bloei van hun leven. Geen mensen van 85 of 90 jaar die kunnen terugkijken op een lang en vervullend leven.

Wallyn: Een bewuste keuze, uiteraard. Cathy is 33 en heeft nog jonge kinderen: dat is een onderbroken leven. Het is niet af en wat doe je nu? Oudere mensen kunnen soms tevreden terugblikken, de mensen in de film zaten in het beste geval halverwege. Bij Philippe is er zelfs nog een kind op komst.

Er zit een heel sterk beeld over leven en dood in de film dat ik hier niet uit de doeken gaan doen, maar mensen gaan weten wat ik bedoel als ze het zien. Iedereen die dat al gezien heeft, is ervan onder de indruk.

Wallyn: Het is het meest sprekende beeld. Het is moeilijk geweest om te filmen, iedereen had het emotioneel zwaar, cast en crew. Maar dat vat wel de film mooi samen. Ik wilde het op de affiche, maar dat was te gevaarlijk.

Blijer uit de cinema

We zitten in tijden van culturele besparingen. Er woeden al wekenlange discussies over wat cultuur is, wat cultuur moet zijn, voor wie het moet gemaakt worden en wat het nut ervan is.

Belga

Wallyn: Kijk, ik vind dat als je aan politiek doet, dat je dan eerlijk moet zijn over de keuzes die je maakt. Ik heb nu het gevoel dat er een financieel argument gebruikt wordt om aan politiek te doen. Er is geen politiek argument om zulke sterke besparingen door te voeren. Jambon heeft het over “communicerende vaten” en over “iedereen moet besparen dus jullie ook”, maar als je 60% van de subsidies van de creatievelingen afneemt en geeft aan erfgoed, dan doe je aan politiek. Als je dan de eerlijkheid hebt om het te zeggen, dan heb je een debat. Nu kan er geen eerlijk debat plaatsvinden.

Ik neem meneer Jambon niet kwalijk dat hij aan politiek doet, het is zijn visie. Ik neem het hem wel kwalijk dat hij er niet eerlijk over is. Je ziet het overal in de politiek vandaag, en dan nog vooral aan de rechterzijde: Dries Van Langenhove wordt betrapt op tal van zaken en ontkent. Als je iets beweert, sta er dan voor. Ergens voor staan en er niet voor durven uitkomen, dat vind ik flauw.

In een interview van een paar jaar geleden heb ik gelezen over Vaderland, een project waar je mee bezig zou zijn. Heb je een statusupdate voor mij?

Wallyn: Ik ben klaar om te beginnen schrijven. Ik had ten tijde van dat interview een scenario geschreven dat heel populair was bij acteurs. Het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) echter zei mij dat ik niet klaar was om het te draaien, waar ik heel kwaad om ben geworden. Nu zeg ik: ze hadden gelijk. Nu is het aan mij om dat recht te zetten en ik ben aan het schrijven aan Vaderland.

Maar eerst dus All Of Us: waarom moeten we gaan kijken?

Wallyn: Je gaat er jezelf in kunnen herkennen. Als mens, als Belg, als Vlaming, als simpele familieleden. Ik ken mijn publiek nu, ik heb het al een paar keer gezien en ik heb de indruk dat de mensen door die herkenbaarheid in het algemeen blijer uit de cinema wegstappen dan ze zijn binnen gekomen. Als ik als filmmaker mensen met een blij gevoel uit de filmzaal kan doen stappen, dan heb ik mijn ultieme doel bereikt.

All Of Us speelt vanaf woensdag 8 januari in de zalen.

Gesponsorde artikelen