Zaterdag is het zover: Piratenpartij lijkt aan de macht te komen in IJsland en dat biedt boeiende vooruitzichten

Zaterdag is het zover: Piratenpartij lijkt aan de macht te komen in IJsland en dat biedt boeiende vooruitzichten

Zaterdag vinden er in IJsland vervroegde parlementsverkiezingen plaats. Ze gaan voor een politieke aardverschuiving zorgen, zo lijkt het. De Piratenpartij zal wellicht, in een coalitie met drie andere progressieve, groene en linkse partijen aan de macht komen. En krijgen we voor het eerst sinds heel lang eens een echt nieuw politiek experiment: een terugkeer naar een meer open democratie, aangedreven door de mogelijkheden van het digitale tijdperk. En er is nog iets. Voor het eerst sinds lang zullen het de jongere kiezers zijn die deze uitkomst bepalen.

Alvast uniek in IJsland is dit: de Piratenpartij die in de polls momenteel de grootste is met 22% van de stemmen, heeft de partijen die nu in de regering zitten, de centrumrechtse Onafhankelijkheidspartij (Sjálfstæðisflokkurinn) en de liberale Progressieve Partij (Framsóknarflokkurinn), laten weten onder geen enkel beding met hen in een volgende regering te zullen stappen.

De Piraten deden tegelijk een oproep naar de Sociaaldemocraten (Samfylkingin), de Groenen (Vinstrihreyfingin – Grænt framboð), de Toekomstpartij (Björt framtíð) en de Regeneratiepartij (Viðreisn) om samen met hen nog voor de stembusslag een coalitie te vormen.

Zoals de kaarten nu liggen in de polls, hebben die partijen meer dan genoeg voor een comfortabele meerderheid.

De Piraten zouden 15 zetels halen, de Sociaaldemocraten vier, de Groenen dertien, de Toekomstpartij vier en de spiksplinternieuwe Regeneratiepartij meteen zes. 42 van de 63 zetels in de Alþingi, het IJslandse parlement, dat al bestaat sinds het jaar 930 en het oudste parlement ter wereld is daarmee. Het is een onwaarschijnlijk succesverhaal: bij de laatste verkiezingen, nog geen drie jaar geleden, sleepte Piratir drie zetels binnen.

De misvatting: het is geen grap

Zowel Groen-Links (dat z’n zetels bijna verdubbelt) als de Sociaal Democratische Alliantie (die verliezen) staan te trappelen om in zee te gaan met de Piraten. Dat zou een heel nipte meerderheid zijn van één zetel en één of twee van de andere oppositiepartijen er extra bijnemen zou wél comfortabel werken betekenen.

Benedikt Jóhannesson, die opstapte bij de regerende Onafhankelijkheidspartij om de Regeneratiepartij te vormen, zegt alvast niet nee. “Outsiders may regard the idea of a government run by Pirates as a joke. But the voters think a joke is better than what we have now”, zegt hij. Jóhannesson benadrukt dat hij zelf de Piraten niet ziet als een grap. En: “We share a belief in the need for fundamental change.”

Opvallend is dat in de internationale media de Piraten nog wel als een grap afschilderen. Gisteren hoorden we ook de correspondent van de VRT daar het simpelweg afhandelen als een “proteststem, een stem tegen, niet voor”. Wel, voor veel mensen komen deze ontwikkelingen misschien als een verrassing, maar ze begonnen al acht jaar geleden.

IJsland is halsstarrig z’n eigen koers aan het varen sinds het in 2008 door de kredietcrisis bankroet ging. “Om het land te bevrijden van de uitgebreide macht van internationale financiers en virtueel geld” besliste de bevolking om een nieuwe grondwet te maken. Ze selecteerde 25 burgers uit 522 volwassenen die – en dit is toch uniek – niet tot enige politieke partij mochten behoren maar door minstens 30 mensen werden aanbevolen om die nieuwe grondwet te schrijven.

De vergaderingen werden online gestreamd en de burgers konden hun commentaren en suggesties doorgeven. Ze waren getuige van het tot stand komen van het document. De grondwet die uit dit proces van participatieve democratie voortkwam werd aan het parlement in de herfst van 2011 ter goedkeuring voorgelegd.

Opvallend is dat in de internationale media de Piraten nog wel als een grap afschilderen. Gisteren hoorden we ook de correspondent van de VRT daar het simpelweg afhandelen als een “proteststem, een stem tegen, niet voor”. Wel, voor veel mensen komen deze ontwikkelingen misschien als een verrassing, maar ze begonnen al acht jaar geleden.

Fuck you, EU

Een jaar geleden liet IJsland dan formeel weten niet meer geïnteresseerd te zijn in toetreding tot de EU. Dat nieuws verzoop toen in de malaise rond een mogelijk Grexit, maar wees gerust, daar konden ze in Europa niet om lachen. IJslandse politici motiveerden de beslissing immers recht voor de raap: de EU is een zootje tegenwoordig en als we daar instappen gaan we er alleen maar miserie mee hebben. Het is een fuck you die kan tellen.

Hoe IJsland uit het dal kroop na bankroet te zijn gegaan in 2008 is een spectaculair verhaal, maar eentje dat weinig werd gehoord, wellicht omdat er een pak elementen inzitten die compleet haaks staan met de manier waarop wij en de andere landen in de Europese Unie omgaan met de recessie. Het toont ook hoe, als een land dat wil, het perfect “nee” kan zeggen zonder dat moet leiden tot doemscenario’s.

Toen de IJslandse banken ineenklapten, sloeg dat een financiële put die ongeveer 11 keer het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedroeg. IJslandse gezinnen zaten ineens met schulden die ze niet konden terugbetalen. De economie viel volledig stil. De inflatie steeg tot 18 procent. De munt devalueerde.

Maar de IJslanders besloten niet bij de pakken te blijven zitten. Om te beginnen staken ze een hoop bankiers in de gevangenis. “Why should we have a part of our society that is not being policed or without responsibility?” zei een IJslandse rechter toen ze het beroep afwees van een aantal bankiers. In totaal 21 verantwoordelijken van IJslandse banken zullen effectieve celstraffen moeten uitzitten die gaan tot zes jaar. Het is het enige land dat effectief bankiers in de cel heeft gestoken, zuiver voor het veroorzaken van de bankencrisis.

Ook werden de banken genationaliseerd. IJsland “kreeg” 2,1 miljard steun van het IMF. Al bij al peanuts, en het heeft dat bedrag ondertussen al bijna terugbetaald. En het verloor z’n hoofd niet. Er kwam geen bloedbad bij ambtenaren, iets wat het IMF had geëist, want, was de nuchtere redenering van de IJslanders, als je die mensen ontslaat gaan ze zeker geen geld meer opdoen.

Birgitta

Acht jaar later is IJsland er weer bovenop. Het doet het economisch uitstekend. Maar het lijkt de ingeslagen weg van politieke hervorming niet te willen verlaten. Dat blijkt uit het succes van de Piratenpartij, die nu de grootste is in het land.

De partij bestaat amper drie jaar. Ze werd opgericht door Birgitta Jónsdóttir en diverse prominente internetactivisten. Enkele maanden later haalde ze al drie zetels in het parlement.

Programma en business plan

De Piratenpartij is geen carnavalsgrap. Ze heeft een echt politiek programma, en het werk van haar leden wordt hoog ingeschat door de IJslanders. De partij wil meer gelijkheid – nog meer gelijkheid, want de kloof tussen arm en rijk is in weinig landen zo klein als in IJsland, ze wil burgers rechtstreekser een zeg geven in de politiek (bijvoorbeeld door burgemeesters rechtstreeks te laten verkiezen), en ze wil van IJsland een vrijhaven maken voor digitale data en een land waar mensen op het internet vrijheid genieten. Met respect voor privacy en waar de vrijheid van meningsuiting totaal en ongecensureerd is.

De Piratenpartij heeft daar trouwens een goed plan voor, eentje dat al volop aan het werken is, en wellicht de echte reden waarom de partij een breder publiek aanspreekt: door van IJsland het “Zwitserland van de bits” te maken, begint er flink wat geld binnen te stromen en worden er veel jobs gecreëerd. Het idee is dat je in IJsland als bedrijf of organisatie veilig je data kan opslaan, en dat je zelfs door de wet beschermd wordt daarin.

Safe haven

Van het moment dat ze verkozen werd, begon Jónsdóttir er de resolutie door te drukken die leidde tot het International Modern Media Institute (IMMI), waarin IJsland zich op weg zette om ’s werelds safe haven voor dataprivacy, source protection en vrijheid van meningsuiting te worden. Gekoppeld aan het feit dat IJsland spotgoedkoop is qua energie – en datacenters verslinden veel energie – plus dat het land een hoog onderwijsniveau heeft en een koel klimaat (wat het alweer goedkoper maakt), maakt dat data storage booming is op het eiland. Dat het land weigert zich aan te sluiten bij onder meer de EU, helpt alleen maar: het heeft de IJslanders een reputatie van betrouwbaarheid opgeleverd.

Goed nieuws voor Edward

De opmars van de Piratenpartij is goed nieuws voor Edward Snowden. Als de partij dit resultaat ook gaat halen bij de volgende verkiezingen, dan lijkt niks nog in de weg te staan dat Snowden staatsburgerschap zal worden aangeboden in IJsland. Het hoeft zolang wellicht niet te duren, want de motie om het te doen ligt klaar, en ze zou op steun kunnen rekenen bij de andere partijen.

Daarmee durft het wat geen enkel ander land in de wereld durft. En het zou niet de eerste keer zijn. Het bood de Amerikaanse schaakkampioen Bobby Fischer IJslands staatsburgerschap aan in 2005. Fischer was twaalf jaar lang op de vlucht voor de Amerikaanse overheid, die een arrestatiebevel tegen hem uitvaardigde vanwege het overtreden van een VN-sanctie (hij speelde een wedstrijd in toenmalig Joegoslavië) en vanwege een belastingschuld.

Banken hervormen, 35 uur werken, open democratie

De Piratenpartij maakt internationaal gezien heel wat politici nerveus. Ze heeft gezegd dat als ze aan de macht komt, ze het het hele banksysteem gaat hervormen. Piratar wil de investeringstakken en de commerciële arm van banken gewoon scheiden “om de fouten uit het verleden te vermijden”.

Het wil ook een werkweek van 35 uren, de drugswetgeving soepeler maken en een directere vorm van democratie installeren, “want met de huidige technologie en het internet is het perfect mogelijk om de burger meer inspraak in het beleid te geven”.

Dat laatste is iets waar veel politici in de wereld ook niet gelukkig mee zullen zijn: een systeem waarbij belangrijke beslissingen niet alleen door politici maar ook door de burgers worden gestemd. Alsof ze mee in het parlement zitten. Stel je voor!

Calimero Gunnlaugsson

Sigmundur Gunnlaugsson, de afgetreden premier, zag de bui overigens ook al wel een poosje hangen. Volgens Gunnlaugsson heeft Piratar “some very unclear ideas about democracy” en wie er voor stemt, moet zich bewust zijn “dat hij of zij meewerkt aan het omvergooien van een systeem waar decennia lang aan is gebouwd en die de samenleving in een andere richting gaat duwen.” Het probleem is dat de IJslanders dat laatste wellicht beogen. Gunnlaugsson is dat immers in IJsland zelf al een hele tijd aan het roepen, en, wel, zero shits are given en almaar meer mensen steunen Piratar.

Wat Sigmundur Gunnlaugsson zegt, komt ook verdacht veel neer op de mantra van de politieke loser: het stemvee weet niet beter. Het is iets dat misschien hier nog wel pakt, maar in IJsland, waar 300.000 mensen wonen en iedereen eigenlijk iedereen kent, moet je daar niet mee afkomen.

Ásta

Ásta Helgadóttir is één van de parlementsleden voor Piratar. “I believe people are tired of the old fashioned politics the old parties are practicing”, geeft ze ons als verklaring voor het succes van haar partij.

“Onze partij neemt beslissingen op basis van bewijs in plaats van ideologie, we proberen eerlijk te zijn, en als we vergissingen maken – en we maken vergissingen – dan zijn we niet te beroerd om dat toe te geven. We hebben ook al een paar keer ons standpunt over dingen herzien – ook daar zijn we niet te beroerd voor om dat toe te geven. Onze ervaring is dat kiezers begrijpen dat het soms nodig is om van standpunt te veranderen, en als je hen zegt waarom je dat doet, vinden ze dat ook helemaal niet erg.”

Democratie voor de 21ste eeuw

“We are working on taking our democratic system into the 21st century”, zegt Ásta. “De verdeling tussen uitvoerende en wetgevende macht is in de meeste democratieën compleet verwaterd. Eén van de dingen die wij niet snappen bijvoorbeeld is waarom de meeste ministers ook parlementsleden zijn. Daar willen we vanaf.”

De kloof tussen jong en oud

De Piraten, maar bijvoorbeeld ook de Groenen, vertolken daarmee de stem van de jeugd. Deze grafiek zegt alles:

De Piratenpartij is geen karnavalsgrap. Ze heeft een echt politiek programma, en het werk van haar leden wordt hoog ingeschat door de IJslanders. 

Wat de jongere kiezers beseffen volgens Piratenboegbeeld Jónsdóttir is dat “some of our parties have been around for 100 years, but the systems that worked in, say, the 1960s don’t necessarily work for the 2010s.”

Er is dat, maar, een overwinning van de Piraten zou ook een meer symbolische betekenis hebben. Het zou immers de eerste keer in heel lange tijd zijn dat het jongere gedeeld van het kiespubliek nog eens het laken naar zich toe kan trekken. Zowat alle verkiezingen in Europa, maar ook de Brexit- en Schotland-referenda, zijn bepaalt door een vergrijzend kiespubliek de jongste jaren. Demografisch wordt het ook bijzonder moeilijk voor jongeren om hun visie door te drukken in het stemhokje.

Gesponsorde artikelen