5 niet altijd zo memorabele Frankensteins

5 niet altijd zo memorabele Frankensteins

Het verhaal van Mary Shelly heeft reeds talloze cineasten en fantasten geïnspireerd, weinig verfilmingen hebben enige, nu ja, esthetische of andere waarde. Wij sommen de zes (niet altijd zo memorabele) Frankensteins uit de filmgeschiedenis voor jou op. 

1. De Stille Frankenstein

Het bestaan van de eerste, stomme verfilming (simpelweg Frankenstein) dateert reeds van 1910 en werd verloren gewaand tot in 1963 ergens in een godvergeten archief de negatieven werden teruggevonden. De film werd zo goed en zo kwaad als het kon hersteld, nu for sale on the net!  Wat mag men verwachten van een stomme 16 minuten durende film uit 1910? Een stoffige poppenkast voor sommigen,  toch indrukwekkend voor enkele creatieve fantasten met beperkte middelen in dat betreffende jaar des Heren.

2. Het Karloff-era

Boris Karloff heeft de geweldige eer om als eerste, volwaardige monster van Frankenstein de filmgeschiedenis in te gaan. Toegegeven, veel acteerwerk kwam er niet aan te pas, maar het is wel zijn verschijning die nog steeds als meest iconische geldt. (Frankenstein, 1931).

It’s alive, it’s alive! Now I know how it must feel to be God!’ Jawel dat is ‘em. Na een eertse film tekent Karloff nog voor Bride of Frankenstein (1935) en Son of Frankenstein. Evil Boris werd nadien nog veel gevraagd als acteur, maar vooral als monster, o.a. in The Walking Dead, The Body Snatcher, Voodoo Island, en zowaar een bijrolletje in de originele Scarface (1932).

3. Frankenstein and friends

Misschien heb je je ooit afgevraagd (in een heel mistroostige, eenzame bui) hoe het Frankensteinmonster het ervan af zou brengen tegen Predator of Alien? Die kwestie spookte reeds in 1943 al in de hoofden van enkele Hollywoodbonzen. Helaas moesten deze moderne box office monsters nog het licht zien en was er toen enkel sprake van een nogal harige tegenspeler met als resultaat de cultklassieker Frankenstein meets the Wolf Man.

Het monster maakte nog meer vrienden, zowel in huiselijke omgeving als elders: House of Frankenstein (House 1944), House of Dracula (1945), Abott and Costello meet Frankenstein (1948), Frankenstein created woman (1967), Frankenstein and the monster of hell (1974).

4. Frankenstein-a-go-go

Vanaf eind jaren vijftig begint het in Hollywood Frankenstein- en andere monsterfilms te regenen, doch niet de minsten vertolken hierin de hoofdrollen. Onze ouders kennen ze misschien nog: Peter Cushing (Dr.) en Christopher Lee (het monster, of wat dacht je?) zijn legendes, nee, mythes in de monsterfilmgeschiedenis. The Curse of Frankenstein (1957) met beide heren mag men gerust beschouwen als dé klassieker van na W.O. II.

Samen met Vincent Price waren zij het horrortriumviraat van eind jaren vijftig en jaren zestig. Eervolle vermeldingen voor: The Revenge of Frankenstein (1958), The Evil of Frankenstein (1963), Frankenstein must be destroyed (1969), The horror of Frankenstein (1970).

5. De Pop Art Frankenstein

Zelfs Andy Warhol heeft zich gewaagd aan een productie in 1973, Flesh For Frankenstein. Toen en nog immer omschreven als een groteske en morbide komedie, kitscherig, hoogdravend en best te vermijden. Het enige vermelden misschien waard: het monster van Frankenstein zag er nooit zo blond en sexy uit als toen in ’73. (Stayin’ alive, anyone?)

Dit artikel werd niet door onze eigen redactie geschreven, maar is een bijdrage van Nils Abbeloos uit onze Zoo.

Gesponsorde artikelen