Zuhal Demir (N-VA): “Jonge politici zoals ikzelf kunnen taboes doorbreken en projecten uitvoeren over de partijgrenzen heen”

Zuhal Demir (N-VA): “Jonge politici zoals ikzelf kunnen taboes doorbreken en projecten uitvoeren over de partijgrenzen heen”

“Ik ben progressief en wil zaken die niet goed gaan mee veranderen. Of dat nu gaat over werkloosheidsuitkeringen, discriminatie of langer werken.” N-VA-parlementslid Zuhal Demir weet serieus van aanpakken. “We moeten de steen in de rivier durven verleggen”, zegt Demir. De jonge Genkenaar met Turks-Koerdische achtergrond geeft dan ook een goede invulling aan het N-VA-beleid voor nieuwkomers. 

Wat drijft jou in de politiek?

“Ik ben advocate geworden vanuit een sterk rechtvaardigheidsgevoel en dit heeft me uiteindelijk ook in de politiek gebracht. Toen me werd gevraagd om op te komen voor de N-VA wist ik dat dit mijn kans was om de inconsequenties van “het systeem” te kunnen aanpakken. Ik ben progressief en wil zaken die niet goed gaan mee veranderen. Of dat nu gaat over werkloosheidsuitkeringen, discriminatie of langer werken. We moeten de steen in de rivier durven verleggen. Om die veranderingen te kunnen doorvoeren moet je als politicus gezag verwerven. Voor mij is de essentie van politiek voeren: mensen een goed leven bezorgen.”

Is er binnen je partij een verschil in ideeën tussen de jongste generatie en de oudere generaties? Op welke domeinen? Dus: waar deel je de analyse van je oudere partijgenoten, waar wijkt ze er van af?

“De N-VA is een gemeenschapspartij waar individu en gemeenschap elkaar in evenwicht houden. Er is bij ons voldoende ruimte voor een breed pallet aan individuele opvattingen (bijvoorbeeld op ethisch vlak). Die opvattingen vallen wel allemaal binnen hetzelfde streven: een moderne Vlaamse gemeenschap, een hechte samenleving, een gemeenschap van vrije Vlamingen die verantwoordelijkheid opnemen voor het geheel: vrij en verantwoordelijk. Aangezien de N-VA een jonge partij is met veel rebelse politici, speelt het verschil tussen de generaties wat opvattingen betreft niet echt mee. Als er al een verschil is, is dat toch vooral de manier waarop aan politiek wordt gedaan. Om een voorbeeldje te geven: Geert Bourgeois zou nooit mee doen aan spelletjes op tv zoals politici van mijn generatie dat doen.”

Wat zijn jouw verwachtingen voor je partij in de toekomst? Maakt dat een verschil in jouw drijfveer om aan politiek te doen?

“Deze regeringsperiode zitten we federaal voor de eerste keer in de meerderheid, hetgeen geen gemakkelijke oefening is voor ons. We nemen onze verantwoordelijkheid om de verandering waar de Vlamingen op gestemd hebben om te zetten in werkelijkheid. Ik hoop dat we hiermee op lange termijn een centrumrechtse volkspartij kunnen zijn (en blijven) in Vlaanderen. Ik vergelijk het graag met CDU in Duitsland. Vandaar ook dat we een beleid moeten voeren waarin zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen en waardoor zoveel mogelijk Vlamingen zich aangesproken voelen.”

Doet de jongste generatie politici op een andere manier aan politiek? Of op welke manier denken zij anders over politiek?

“Deze nieuwe generatie beseft heel goed dat dit politiek moeilijke tijden zijn. Hervormingen, besparingen, etc. Zowel de linker – als rechterzijde heeft dit door maar onze aanpak is volledig verschillend. De linkerzijde blijft teveel in die oude cultuur hangen waar solidariteit synoniem staat voor uitkeringen en subsidies en een algemene pampering van mensen. De nieuwe generatie aan de rechterzijde, en ik ben daar één van, bekijkt solidariteit als het betrekken van iedereen bij onze maatschappij. Solidariteit kan maar solidair zijn als de basis voor die solidariteit zo breed mogelijk is. We gaan allemaal samen aan het werk en allemaal samen werken we langer. Een populariteitswedstrijd win je daar op het eerste zicht niet mee maar uiteindelijk ben ik er van overtuigd dat wij een moedige generatie zullen worden genoemd.”

“Anderzijds denk ik dat jonge politici zoals ikzelf taboes kunnen doorbreken en projecten kunnen uitvoeren die over de partijgrenzen heen gaan. Een goed voorbeeld daarvan is mijn voorzitterschap van het district Antwerpen (een stad van 190.000 inwoners) waar ik in een coalitie zit met Groen. We hebben samen al mooie projecten opgestart en eentje waar ik bijzonder trots op ben is de burgerbegroting. Wij hebben dit idee als eerste Vlaamse gemeente ingevoerd.”

Gesponsorde artikelen