In het kort
- De nieuw benoemde minister-president van Brussel Boris Dilliès krijgt meteen kritiek door zijn gebrekkige kennis van het Nederlands.
- Vlaamse politici willen dat de Brusselse leider het Nederlands machtig is.
- Het gebrekkige Nederlands van Dilliès creëert zorgen over taalkundige inclusiviteit en mogelijke discriminatie.
De nieuwe minister-president van Brussel, Boris Dilliès, ligt meteen onder vuur door zijn beperkte kennis van het Nederlands. Bij RTBF Radio bekende hij al 20 jaar geen Nederlands gesproken te hebben. Die bekentenis konden veel Nederlandstalige politici niet smaken.
Theo Francken uit ongenoegen
Dilliès erkende dat hij niet vloeiend Nederlands spreekt en zei dat hij eraan werkt om dit te verbeteren. Veel mensen vonden zijn eerste reacties in het Nederlands tijdens interviews met de media echter niet goed genoeg.
De Vlaamse minister Theo Francken (N-VA) vindt het enorm belangrijk dat een minister-president van Brussel vloeiend Nederlands spreekt. Verder zei hij dat als Dilliès de taal niet kan leren, hij een andere functie moet zoeken. Francken zei vastbesloten te zijn om in het Nederlands te communiceren met de Brusselse autoriteiten, omdat dat zijn grondwettelijk recht is.
Vlaamse politici schieten met scherp
Andere Vlaamse politici, waaronder Cieltje Van Achter (N-VA) en voormalig politicus Bert Anciaux, waren teleurgesteld en bezorgd over de beperkte Nederlandse taalvaardigheid van Dilliès. Ze vroegen zich af of de Vlaamse meerderheidspartijen deze situatie wel konden accepteren.
Er kwam ook kritiek van mensen als Vincent Van Quickenborne (Anders) en Koen Geens (cd&v), die wezen op het belang van taalkundige inclusiviteit. Ze trokken parallellen met ervaringen uit het verleden, waarbij een gebrek aan vloeiendheid in een van de officiële talen leidde tot discriminatie. Barbara Pas (Vlaams Belang) had kritiek op het feit dat Dilliès al jaren in de Brusselse politiek zit zonder dat hij genoeg Nederlands spreekt, en zei dat het nu echt tijd is dat hij de taal leert.
Verbetering op komst
Dilliès erkende het probleem en beloofde zijn Nederlandse taalvaardigheid te verbeteren. Hij gaf toe dat hij door de plotselinge aard van zijn benoeming te weinig tijd had gekregen om zich goed voor te bereiden op vragen van Nederlandstalige journalisten.
Ondanks de kritiek blijft Dilliès zich inzetten voor de Brusselse gemeenschap. Ook hijzelf vindt een goede beheersing van het Nederlands essentieel voor zijn functie.
