De discussie over de vraag of transvrouwen toegang zouden moeten hebben tot vrouwenspecifieke ruimtes is de afgelopen jaren een van de meest gebruikte argumenten in debatten op alle niveau’s. Er wordt gespeeld met angst, met het idee van ‘vrouwen beschermen’ en met een gevoel van dreiging dat vanzelfsprekend en urgent moet aanvoelen. Maar zodra je de kwestie objectief vanuit data bekijkt, blijkt die bezorgdheid al snel ongegrond.
De Britse belangenorganisatie TransLucent publiceerde begin januari de resultaten van een grootschalig onderzoek. Het onderzoek richtte zich op één simpele vraag: zijn er in de praktijk daadwerkelijk klachten over de aanwezigheid van transvrouwen in vrouwenspecifieke ruimtes? Het antwoord is opvallend eenduidig.
Cijfers die haaks staan op de aanname
Van de 382 publieke instellingen die tussen 2022 en 2024 werden bevraagd, registreerden er slechts vier een relevante klacht. Voor openbare toiletten en kleedruimtes werden er in 2022 geen klachten genoteerd. In 2024 ging het om twee klachten: één over het beleid zelf en één die was gebaseerd op een indruk, niet op een geverifieerde identiteit van een concrete persoon. Ziekenhuizen van de Britse NHS meldden in de betreffende periode geen structurele problemen, en ook binnen de opvangsector werden geen aanwijzingen gevonden voor een toegenomen veiligheidsrisico voor vrouwen.
De conclusie van de studie is dan ook glashelder. De gedachte dat transvrouwen gevaar met zich meebrengen in vrouwenspecifieke ruimtes wordt niet ondersteund door de werkelijke ervaringen van instellingen of van de vrouwen die van hun diensten gebruikmaken.
“Ik ben niet in transitie gegaan omdat ik zo hitsig was”, zegt activiste Lenka Králová. “Moeten we dan maar één balletje laten weghalen?” zegt ze schertsend over de zogenoemde compromis oplossing.
Waarom zijn mensen bang?
Precies hier worden de Britse gegevens ook relevant voor de Tsjechische context. Ook hier is dit een van de meest gebruikte argumenten met name in politieke discussies, op sociale en traditionele media. Het wordt vaak van stal gehaald zodra er over de rechten van transmensen in het algemeen wordt gesproken. De angst voor ‘iets dat zou kúnnen gebeuren’ wordt zo sterker gemaakt.
Het gaat om een typisch voorbeeld van morele paniek: de samenleving reageert op een hypothetische dreiging die keer op keer als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd, ook al ontbreken de bewijzen.
Alleen verbeelding
Het beeld van vrouwen die zich onveilig voelen op toiletten of in kleedkamers is zo krachtig juist omdat het inspeelt op emoties. Het vraagt geen cijfers, alleen verbeelding. Hoe minder men als samenleving ervaring heeft met transmensen, hoe makkelijker dat beeld voet aan de grond krijgt.
De Britse studie wijst echter op een ongemakkelijke waarheid: als het echt om een reëel probleem zou gaan, dan zou dat zichtbaar moeten worden in officiële klachten, meldingen en incidenten. Maar dat gebeurt niet. Niet in het Verenigd Koninkrijk, en tot nu toe ook niet in enig ander land dat vergelijkbare gegevens systematisch verzamelt.
Angst voor het onbekende
Zoals ook het magazine SceneMag opmerkt, laten de resultaten van TransLucent zien dat de hele controverse eerder een product is van culturele oorlogen dan een reactie op een daadwerkelijk maatschappelijk probleem. Toch duikt dit argument steeds opnieuw op als een van de voornaamste redenen om elk gesprek over de rechten van transmensen af te remmen.
Misschien is het dus tijd om onder ogen te zien dat sommige angsten geen afspiegeling zijn van de werkelijkheid, maar eerder een spiegel van de angst voor het onbekende. En dat een discussie die zich voordoet als bescherming van vrouwen, in werkelijkheid leunt op een argument dat bij nadere beschouwing uit elkaar valt.
© Lui
