De groep die alles door de mixer draait

De groep die alles door de mixer draait

Okkupeerder is een Gents hiphopcollectief dat een heftige mix brengt tussen rap, slam poetry, hiphop en jazz. Volgens Dansende Beren, een muzikale website, zijn ze volop op weg om ons land te veroveren. Giovanni Baudonck en Wietse Van Daele zijn de rappers van dienst. De een in het Frans, de ander in het Nederlands. ‘We willen tonen dat dat een ideale mix is’. Op 29 maart vond in het cultuurcentrum van Mechelen hun tweede EP-release plaats: ‘Ergens Onderweg’.

Wietse kwam rond zijn vijftiende voor het eerst in contact met hiphop via een vriend en sloeg meteen zelf aan het rappen. De jaren nadien rapte hij in een aantal bandjes en had hij met ‘Shockproof’ ook een eigen soloproject, niet geheel zonder succes. Met ‘Zomer’, dat hij bij wijze van grap met twee bevriende rappers maakte, schopte hij het tot in de hitlijsten van Radio 1 en Radio 2. Met ‘In De Mix’ van Okkupeerder doet hij dat momenteel nog een keer over. “Maar nu is het met een nummer mét inhoud, dat ik zelf écht goed vind, dus dat geeft veel meer voldoening”, aldus Wietse. We zijn ondertussen twee jaar na ‘Kaap de Goede Hoop’, de eerste release van de groep. “Het verschil is dat we nu zowel bij het maakproces als bij optredens beter op elkaar ingespeeld zijn. We voelen elkaar aan zonder gebaren of woorden. Daarnaast hebben we de saxofoon achterwege gelaten en vervangen door elektronische geluiden. Daardoor hebben we een andere, eigen sound gecreëerd.”

Meertalige en poëtische rap

De groep ontstond rond drummer Jan Heirman, die samen met een aantal andere muzikanten een rapper zocht. “Onze nummers vertrekken steeds vanuit zijn instrumentals,” vertelt Wietse. “Ik probeer mijn teksten daar op aan te passen. Toen Giovanni er bij kwam, was dat een nieuwe uitdaging. Eerst schreven we onze teksten apart en rapten we elk onze eigen blokjes, maar dat raakten we al snel beu. Nu gaan onze teksten met elkaar in dialoog. Ik vertrek vanuit zijn laatste woord en andersom of we schrijven onze teksten samen in de studio. Dat is niet altijd gemakkelijk, want ik ben een trage schrijver, maar mits voldoende geduld en wederzijdse waardering lukt dat. We hebben elkaar ook beter leren kennen zo.”

Een mix tussen slam poetry en rap, zo omschrijven ze hun teksten zelf. “Giovanni komt echt uit de slam scene. ‘Slam poetry’ wil zeggen dat je mensen probeert te raken met woorden, meestal zonder muziek, op het ritme van de taal. Bij ons heeft hij de ideale mix gevonden tussen die twee verschillende genres. Bij mij is het eerder andersom. Ik ben rapper, maar probeer af te raken van bepaalde rijmschema’s en dergelijke. Soms praat ik ook eerder, dan dat ik rap. Op die manier beweeg ik mij in de richting van poetry slam.” In Wietses teksten vind je een aantal literaire verwijzingen terug, onder meer Paul van Ostaijen en Gabriel García Márquez passeren de revue. “Nochtans lees ik veel minder dan ik zou willen. Ik heb een volle boekenkast, maar die is voor in een volgend leven, vrees ik. Mensen blijven me ook boeken cadeau doen. Dat is waarschijnlijk omdat ze vinden dat ik input nodig heb (lacht). Het is vooral de alledaagse taal die voor mij een voortdurende bron van inspiratie is. Journalisten gaan bijvoorbeeld ook vaak erg creatief om met taal, denk maar aan hun woordspelingen en beeldspraak. Ik probeer te allen tijde open te staan voor dagelijkse vormen van input.”

Maatschappij- en zelfkritiek

Okkupeerder brengt erg maatschappelijk bewogen nummers. ‘Ergens Onderweg’ gaat over de vluchtelingenproblematiek, ‘Floes’ over kapitalisme, ‘Kingkong’ over vrouwenemancipatie. “Ik probeer steeds vanuit verschillende perspectieven te schrijven, maar dat is een moeilijke oefening. In ‘1000 verhalen’ speel ik daarmee. Het is nooit helemaal duidelijk wie er aan het woord is. Via mijn muziek probeer ik bij te dragen tot een betere maatschappij, maar zo maak ik me er enigszins ook wat gemakkelijk vanaf, vind ik. Al draag ik daarnaast ook wel mijn steentje bij. In mijn functie als jeugdwerker spoor ik jongeren aan om te geloven in zichzelf. Dat is op zich een mooie bijdrage. Maar verder doe ik eigenlijk minder dan zou moeten, of dan ik zou willen. In ‘Floes’ heb ik het over die vorm van hyocrisie: “De teller van de naft van mijn rammelbak zakt sneller dan de Dow Jones”. Dus ja, ik rijd rond in een oude vervuilende wagen en dat zou eigenlijk niet mogen. Anderzijds ben ik wel vegetarisch. Zolang iedereen op zijn eigen manier zijn duit in het zakje probeert te doen, komen we volgens mij al een heel eind verder.”

De viering van de imperfectie

Het is de imperfectie die in ‘Demi’ bezongen wordt, die het meteen het meest persoonlijke nummer maakt. “Giovanni heeft het daarin vooral over zijn dubbele nationaliteit, wat hem naar eigen gevoel een half persoon maakt. Ik heb het over het gevoel van imperfectie, over de aanvaarding daarvan. Je zou het nummer als een viering van imperfectie kunnen zien. Na de rap hebben we er ook een dialoog in opgenomen, over een broodje préparé met of zonder ajuinen (lacht). Het is een manier om te tonen dat we onszelf niet al te serieus nemen. Van het muzikaal, ietwat chaotisch, intermezzo dat daarop volgt, was ik zelf eerst niet overtuigd. Het was Jan die vond dat het er absoluut in moest. En net daar zijn de reacties erg positief over. Je moet jezelf soms ook kunnen relativeren. Ondertussen ben ik wél een enorme fan van dat stukje.”

Door de muziekwebsite Dansende Beren worden ze de toekomst van de Belgische hiphop genoemd. “Dat is mooi omdat daaruit blijkt dat ze ons werk kwalitatief goed vinden. We hopen zelf dat dit de richting is waarin de Belgische hiphop uitgaat. We hopen dat meer en meer mensen in het Nederlands gaan rappen. Onze taal heeft heel veel mogelijkheden, waarvan er veel nog niet worden benut, omdat de meerderheid nog steeds in het Engels rapt. Al zijn er wel groepen die het in de eigen landstalen doen, zoals SoulArt bijvoorbeeld. Zeker in het Brusselse zijn er jonge groepen die rappen vanuit hun meertalige realiteit. Wij willen aantonen dat dat de ideale mix is. Je vastpinnen op één bepaald genre is al helemaal niet nodig, ook daarvoor leveren wij het bewijs.” Of zoals ze het in hun hit zeggen: “In de mix, on mélange tous, n’importe quoi, on s’en fous.”

© 2019 – StampMedia – Simon Van Den Bergh

Gesponsorde artikelen