Uit onderzoek blijkt dat bijna één kind op drie een AI-chatbot beschouwt als vriend. Veel van hen wenden zich tot de chatbots voor advies en delen zelfs verhalen die ze geheim houden voor anderen. Dit blijkt uit een enquête die gevoerd is in het Verenigd Koninkrijk.
AI-chatbots worden een onderdeel van het dagelijks leven van jongeren. 81% van de kinderen tussen 11 en 16 jaar zegt een AI-chatbot te gebruiken. Dit kwam naar voor uit een peiling in opdracht van het Britse Vodafone. 31% van de kinderen die AI-bots gebruiken zeggen dat ze die zouden omschrijven als een vriend.
Resultaten
Één op de drie gaf aan informatie te hebben gedeeld die zij niet met anderen zouden delen. 86% zei dat ze advies van een chatbot ook al daadwerkelijk hadden opgevolgd.
Het onderzoek liet zien dat 37% van de ondervraagden de vriendelijke toon van de chatbot gebruiken als argument om ermee in gesprek te gaan. Kinderpsycholoog dr. Elly Hanson zei: “Het is bijna griezelig hoe effectief AI-chatbots menselijke empathie kunnen nabootsen.”
Breakfast Club
Nicki Lyons, directeur duurzaamheid bij VodafoneThree, zei: “In onze nieuwe campagne gebruiken we een taal om ouders en kinderen te helpen AI-chatbots beter te begrijpen. Onze Breakfast Club-materialen laten zien waar de chatbots uit bestaan, wanneer ze een positieve tool kunnen zijn, en wat de risico’s zijn als ze worden ingezet als vervanging voor écht contact.”
“Initiatieven zoals de Breakfast Club-campagne van Vodafone spelen een cruciale rol bij het ondersteunen van ouders en voogden in deze gesprekken. Ze helpen gezinnen om deze uitdagingen samen aan te gaan”, aldus Barry Laker, hoofd van Childline-dienst bij NSPCC.
“Childline is 24/7 beschikbaar om zonder oordeel te luisteren. Onze hulpverleners zijn echte mensen die geven om het welzijn van kinderen en jongeren. We moedigen ieder kind en iedere jongere aan om contact met ons op te nemen wanneer zij behoefte hebben aan een gesprek.”
Vodafone werkt samen met First News en de NSPCC aan gratis materialen die kinderen helpen chatbots beter te begrijpen, mediawijsheid ondersteunen en een gezonde digitale balans bevorderen.
© DPA
