Ja, ik ben gedoopt, “vernederd en gekleineerd” en heb daar geen spijt van, maar er moet iets veranderen

Ja, ik ben gedoopt, “vernederd en gekleineerd” en heb daar geen spijt van, maar er moet iets veranderen

Een twintigjarige student uit Leuven is om het leven gekomen als gevolg van zijn studentendoop. Dat kan niet en dat mag niet. Wat er gebeurde in Vorselaar is een schande, maar mag geen reden zijn om alle studentendopen af te schaffen. Al is het duidelijk dat er iets moet veranderen.

Twee jaar geleden pende ik hier een pleidooi neer voor het behoud van studentendopen. Ik ben zelf gedoopt en heb daar geen seconde spijt van gehad. Als ik terugkijk op die dag, dan heb ik daar zelfs mooie herinneringen aan. Herinneringen van vriendschap en samenwerking, van steun en doorzettingsvermogen. Maar de recente gebeurtenissen in Leuven hebben een zwarte stempel gedrukt op die herinneringen en ze hebben ook mij aan het denken gezet. Want is het wel juist dat zo’n taferelen deel uitmaken van het studentenleven? Is zo’n dag vol vernederingen wel goed te praten? Wel, ik geloof nog steeds in het concept van de doop. Maar niet op deze manier.

“De ultieme vernedering”

Reuzegom gebruikte voor het tweede, en voor één student fatale, deel van de doop de term “de ultieme vernedering”, iets waar dopen vaak voor worden gezien. Een vernedering en kleinering van studenten, een dag waarop je behandeld wordt als het vuil van de straat en waarop ouderejaars hun macht tegen je gebruiken. Daar zit een grond van waarheid in. Op die dag krijg je inderdaad heel wat dingen naar je hoofd geslingerd, letterlijk en figuurlijk. Je bent voor één dag “een domme schacht” en je krijgt etenswaren en andere smerigheid over je heen. Maar “de ultieme vernedering”, die heb ik toch niet meegemaakt.

Wel kan ik je vertellen dat hondenkoekjes, kattenvoer en rauwe look en uien niet te vreten zijn. De kleren die ik droeg, vlogen meteen de vuilbak in en mijn lijfgeur was de weken na mijn doop een mengeling van look en koffie. Maar het was het voor mij allemaal waard. Mijn doop was voor mij dan ook niet gewoon een rondje vernederingen en vuilmakerij, maar een dag waarop ik tientallen nieuwe vrienden maakte en heel wat bijleerde over vriendschap en teamgeest. Want zo’n doop, dat doe je niet alleen. Je bent met een hele groep ‘vuile schachten’ en daar heb je zoveel aan. Niet alleen tijdens de doop, maar ook in de jaren die erop volgen. Het is niet louter vernedering, het is veel meer dan dat.

Maar voor de student uit Leuven die als gevolg van zijn doopritueel om het leven kwam, was dat het niet. Zijn “ultieme vernedering” werd echt een ultieme vernedering, en die kostte hem zelfs het leven. Niemand greep in, niemand verloste hem op tijd uit z’n lijden. En daar zit het probleem. De ene studentenvereniging is de andere niet. De ene doop is de andere niet.

Alle studentendopen afschaffen

Als de tragische doop van de studentenvereniging Reuzegom uit Leuven ervoor zorgt dat alle studentendopen in ons land afgeschaft worden, dan is dat een fout signaal. Zowel naar de studentenverenigingen als naar iedereen die erbuiten staat. Er zijn namelijk honderden van die verenigingen in ons land die wél op een respectvolle manier hun nieuwe leden dopen, die van de doop een leuke dag maken en die hun nieuwe leden met open armen ontvangen. Wanneer je alle studentenverenigingen het recht op dopen ontneemt, straf je dus ook die verenigingen.

Verenigingen die in het verleden zelf aangaven dat dopen op een respectvolle manier moeten gebeuren en daarover in samenspraak met de onderwijsinstellingen en de stad zelfs een decreet hebben opgesteld en ondertekend. Deze verenigingen wilden hun leden verder dopen, maar ze wilden dat doen op een manier die respectvol is en waarbij het gebeuren niet uit de hand loopt. In Leuven gebeurt dat sinds 2013 en alle studentenverenigingen die lid zijn van de Leuvense Overkoepelende Kringorganisatie (LOKO) ondertekenden dit. Een stuk of vijftien clubs weigerden dit decreet te ondertekenen. Reuzegom was zo’n club.

Maar ook de buitenwereld kan door zo’n algemeen verbod een verkeerd beeld krijgen. Ze kunnen het idee krijgen dat alle studentenverenigingen op een walgelijke manier omgaan met hun leden en hun schachten levensbedreigende dingen laten doen. Elk jaar vinden er honderden dopen plaats, maar het soort situaties als die die gebeurden bij Reuzegom zijn een uitzondering. En het moet duidelijk zijn dat dat een uitzondering is. Vergelijk het met autorijden. Als een persoon zonder rijbewijs iemand aanrijdt en die persoon sterft, dan ga je toch ook niet zeggen dat alle mensen, ook die met een rijbewijs, niet meer in een auto mogen stappen? Dat lijkt extreem, maar komt op hetzelfde neer. Je gaat mensen straffen die wel de regels nastreven voor een fout die iemand gemaakt heeft die dat niet doet.

Doopdecreet tekenen of niet dopen

In principe is de oplossing simpel: verplicht het ondertekenen en naleven van het doopdecreet voor àlle studentenverenigingen. Wie niet wil tekenen, doopt niet. Maar zo simpel is het in praktijk natuurlijk niet. Kijk maar naar het voorbeeld van Reuzegom. Zelfs als ze het doopdecreet ondertekend hadden, waren ze door hun doop te verplaatsen naar een bos in het Kempense Vorselaar, waarschijnlijk door de mazen van het net gekropen.

Er zal dus meer nodig zijn dan enkel een doopdecreet. Er zal ook goede wil nodig zijn van de studentenverenigingen en een gemeenschappelijk signaal van alle verenigingen dat ze achter het doopdecreet staan. Want er is geen enkele studentenvereniging die tijdens het “inwijdingsritueel” studenten met een negatief gevoel naar huis wil sturen. Ze willen studenten warm maken voor hun club en nieuwe leden werven die hun vereniging in de toekomst in leven houden. Maar niets kan goedpraten wat er daar in dat afgelegen bos in Vorselaar is gebeurd. Dat er niemand ingreep tijdens de lijdensweg van een twintigjarige student, voor wie het leven eigenlijk nog moest beginnen, is een onrecht. Een onrecht dat vermeden kon worden, door regulering en gezond verstand.

Gesponsorde artikelen