12 verschillende modellen van leiderschap wereldwijd

Leiderschap en managementstijl zijn allesbehalve universeel. Tenminste dat is wat linguïst en managementgoeroe Richard D. Lewis verkondigt. Hij tekende de verschillende stijlen uit in grafiekjes, en dat levert heel herkenbare resultaten op.

De Britse linguïst Richard D. Lewis verkocht van zijn boek ‘When Cultures Collide’, al in 1996 gepubliceerd, meer dan 1 miljoen verkochte exemplaren. In managementkringen maakt zijn praktische uitwerking van managementstijlen in verschillende landen en culturen steeds meer opgang.

In zijn theorieën wordt de wereld opgedeeld in drie dominante culturen:

Linear-actief: planmatig, georganiseerd, één-zaak-tegelijk. Grof gesteld is dit de Teutoonse stijl, Duitsers, Zwitsers en Luxemburgers zijn dé cultuurgroep bij uitstek die extreem ‘linear-actief’ zijn.

Multi-actief: impulsief, levendig, uitgesproken. Planning gebeurt niet in functie van prioriteiten in tijd, maar met het enthousiasme van een nieuwe stap. Latijns-Amerika, Italië en het Midden-Oosten zitten in deze groep.

Reactief: respect, hiërarchie, beleefdheid, conformisme. Voorzichtig luisteren en samen naar een consensus werken. Veel Aziatische culturen zitten in deze groep, maar ook Finland en Canada neigen ernaar.

Richard Lewis

Lewis ging verder, en heeft zijn theorieën over cultuur vertaald naar leidersstijl. Dat goot hij in leuke plannetjes, per land. Die tekeningen zijn helder en leggen in één oogopslag uit hoe het leiderschap er werkt. Hoewel het natuurlijk wat simplistisch wordt voorgesteld, is het toch herkenbaar voor al wie ooit in het buitenland gewerkt heeft.

Hier volgt, met toestemming van de auteur, een opsomming (let op dit is de verkorte samenvatting van Lewis’ theorie):

1. Franse leiders zijn paternalistisch, en autocratisch, ze staan helemaal boven hun personeel. Hun stijl is directief, wat van de baas komt, is wet. Geen discussie.

2. Britten zijn diplomatisch, behulpzaam en zoeken naar compromis. Anderzijds zijn we wel genadeloos indien nodig. Er wordt (te) groot belang aan traditie gehecht, wat de goede werking van organisaties soms in gevaar brengt. 

3. De Nederlandse leidersstijl is hard maar fair, met een focus op verdienste en competentie. Het beslissingsproces verloopt breed: veel mensen hebben een stem. Dat vertraagt de boel en leidt tot sluipende besluitvorming.

4. Duitsers zijn perfectionisten. De bevelsstructuur is duidelijk en efficiënt. Maar consensus wordt toch hoog ingeschat, men houdt niet van té directieve besluitvorming.

5. Russen zijn bureaucratisch, apathie is een gevaar. Persoonlijke relaties en samenwerking onder de radar lossen de problemen op.

7. Zweedse en ook Australische managers mogen zich nooit boven hun personeel zetten, dat wordt niet geduld. Decentralisatie en democratie zijn key: beter geïnformeerde werknemers presteren beter volgens deze logica. Beslissingen verlopen zo wel traag.

8. Spanjaarden zijn, zoals Fransen, autocratisch en charismatisch in hun leiderschap. Anders dan de Fransen werken ze wel meer intuïtief en zijn het meer groepsdieren.

9. Noorwegen is zoals altijd een modelstaat: democratisch, de baas staat centraal. Iedereen wordt gehoord, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de top. 

10. India is dan weer een cultuur van nepotisme. Familieleden controleren alles en transparantie is er absoluut niet. Belangenverenigingen en gildes zijn bijzonder dominant.

11. China is bij uitstek de cultuur van consensus. Leiderschap zit bij groepen, bij een ‘raad van wijzen’, vaak overheidsgestuurd. Maar meer en meer raakt een jonge generatie los van die controle. Meritocratie komt langzaam op, het traditionele model van Chinees ondernemen.

12. Amerikanen zijn doelgericht, assertief, zelfs agressief als ze een doel moeten bereiken. Optimisme is een morele verplichting. Teamwork is belangrijk, maar het individu en de persoonlijke carrière zijn altijd het belangrijkst. 

Meer
Lees meer...