In het kort
- Het IOC verbiedt Vladyslav Heraskevych om zijn helm te dragen ter nagedachtenis aan omgekomen Oekraïense atleten.
- Het besluit van Heraskevych toont de voortdurende discussie over het evenwicht tussen politieke expressie en respect voor sportregels.
- Ook vergelijkbare sportprotesten leidden eerder tot uiteenlopende reacties..
De Oekraïense skeletonatleet Vladyslav Heraskevych mag tijdens de Spelen in Milano Cortina geen helm dragen met afbeeldingen van omgekomen Oekraïense atleten. Daarbij liet het IOC hem weten dat de helm in strijd is met regel 50.2 van het Olympisch Handvest, die politieke uitingen verbiedt. Heraskevych kreeg bezoek van IOC-vertegenwoordiger Toshio Tsurunaga, die hem de beslissing uitlegde.
Herdenking van omgekomen atleten
Op de helm van Heraskevych stonden verschillende Oekraïense atleten afgebeeld, van wie sommigen persoonlijke vrienden van hem waren. President Volodymyr Zelensky noemde het besluit van Heraskevych een herinnering aan de prijs die Oekraïne voor zijn strijd betaalt. Volgens Zelensky was het gebaar geen politiek statement, maar een herinnering aan de Russische acties en de verbindende rol van sport.
Geen aanvraag
Volgens het IOC was er geen officiële aanvraag om Heraskevych de helm te laten dragen tijdens de wedstrijden die op 12 februari beginnen. Ze zeiden dat ze elke formele aanvraag zouden bekijken. Daarbij noemde Heraskevych de atleten die op zijn helm staan afgebeeld: Alina Perehudova (gewichtheffer), Pavlo Ischenko (bokser), Oleksiy Loginov (ijshockeyspeler), Ivan Kononenko (acteur en atleet), Mykyta Kozubenko (duiker en coach), Oleksiy Habarov (schutter) en Daria Kurdel (danseres).
Heraskevych gaf eerder aan de Olympische regels te willen respecteren en tegelijk aandacht te vragen voor Oekraïne. Het besluit van het IOC laat zien dat er nog steeds discussie is over de relatie tussen sport en politiek. Na de Russische invasie van Oekraïne werden atleten uit Rusland en Wit-Rusland vaak uitgesloten van internationale wedstrijden. Het IOC heeft echter onlangs aangegeven dat enkele van deze atleten onder strikte voorwaarden weer mogen meedoen.
Historische context
In de geschiedenis zijn genoeg voorbeelden van atleten die hun platform gebruiken om politieke statements te maken. Zo hieven de Amerikaanse sprinters Tommie Smith en John Carlos tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad tijdens de medailleceremonie hun met zwarte handschoenen beklede vuisten uit protest tegen raciale ongelijkheid in de Verenigde Staten. Deze daad leidde tot hun uitsluiting van de Spelen.
Recent werd de Afghaanse breakdancer Manizha Talash gediskwalificeerd voor een olympische voorronde in Parijs nadat zij een cape droeg met de slogan ‘Free Afghan Women’. Omgekeerd wisten sommige atleten juist sancties te vermijden voor acties die als niet-politiek werden beschouwd. Het Australische vrouwenvoetbalteam toonde tijdens de Olympische Spelen van 2021 in Tokio een vlag van de inheemse volkeren, zonder gevolgen. Ook kregen Chinese wielrenners die op het podium van de Olympische Spelen in Tokio badges met Mao Zedong droegen slechts een waarschuwing.
