In het kort
- De vaccinatiegraad bij kinderen is onder de kritische drempel van 90 procent gezakt.
- Nieuwe vaccins tegen het RS-virus zorgen voor een flinke daling van het aantal opnames op de pediatrische intensive care.
- Lokale school- en buurtklinieken proberen de gemeenschapsimmuniteit weer op peil te brengen.
Uit recente gegevens van het RIVM blijkt dat het aantal baby’s en jonge kinderen dat essentiële vaccinaties krijgt, blijft dalen in Nederland. Met name de vaccinatiegraad voor mazelen, bof en rubella is onder de drempel van 90 procent gezakt.
Dat is het niveau dat nodig is om de groepsimmuniteit te behouden en uitbraken te voorkomen.
Oorzaken van dalende vaccinatiegraad
Medische professionals die gespecialiseerd zijn in de gezondheid van jongeren schrijven deze trend toe aan verschillende oorzaken. Sommige ouders laten zich beïnvloeden door hardnekkige onjuiste informatie over de veiligheid van vaccins, terwijl anderen te maken hebben met praktische hindernissen of specifieke zorgen hebben.
Daarnaast kan de angst die kinderen tijdens het vaccinatieproces kunnen ervaren, een belemmering vormen.
Positieve trends en nieuwe ontwikkelingen
Aan de andere kant zijn er ook positieve trends. De vaccinatiegraad onder tieners stijgt, vooral voor het HPV-vaccin, dat bepaalde soorten kanker en genitale wratten voorkomt. Ook zien we dat steeds meer jongeren hun gemiste doses inhalen. Bovendien is in 2025 een nieuw vaccin tegen het RS-virus geïntroduceerd – dat bij baby’s ernstige ademhalingsproblemen kan veroorzaken.
Hoewel de opname ervan lager is dan bij andere vaccinaties, heeft ongeveer 75 procent van de baby’s het gekregen, wat afgelopen winter heeft geleid tot een merkbare daling van het aantal opnames op de pediatrische intensive care.
Lokale strategie voor toegankelijkheid
Om de daling in de vaccinatiegraad bij kinderen tegen te gaan, voert minister van Volksgezondheid Hermans een lokale strategie door. Het doel is om het proces toegankelijker te maken door vaccinaties aan te bieden op scholen, in de buurt of soms zelfs thuis.
De minister benadrukt dat vaccins niet alleen het individuele kind beschermen, maar ook de bredere bevolking. Door de gezondheidszorg naar de directe leefomgeving te brengen, hoopt de overheid het succes te evenaren dat bij oudere kinderen en tieners is gezien. Voor ouders van pasgeborenen is het belangrijk om zorgen en twijfels via een gesprek weg te nemen voordat de prik wordt gegeven.
Uitbreiding van gemeenschapsgerichte zorg
Als onderdeel van deze inspanning zorgt de regering ervoor dat er meer jeugdartsen beschikbaar zijn om het vertrouwen van ouders te herstellen en vragen te beantwoorden. Deze buurtgerichte aanpak wordt momenteel in vier steden getest, en het kabinet dringt er bij andere gemeenten op aan om het model over te nemen. Uit onderzoek blijkt dat samenwerking met lokale scholen, zorgverleners en buurtgroepen het bereik vergroot. Om deze uitbreiding te ondersteunen, heeft de minister geld gereserveerd voor de komende twee jaar.
