Bijna helft van Europeanen sport of beweegt nooit

Bijna helft van Europeanen sport of beweegt nooit
Investeringen in lichaamsbeweging moeten wereldwijde volksgezondheid bevorderen. – Foto: Bastiaan Slabbers/NurPhoto via Getty Images

In het kort

  • Bijna de helft van de inwoners van de EU geeft toe nooit te sporten of aan lichaamsbeweging te doen.
  • Geografische factoren en culturele normen kunnen de deelname aan lichaamsbeweging beïnvloeden.
  • Tijdgebrek is een belangrijke barrière voor deelname aan sportactiviteiten.

Hoewel lichaamsbeweging cruciaal is voor zowel het mentale als het fysieke welzijn, geeft bijna de helft van de inwoners van de EU toe dat ze nooit sporten of bewegen. Maar liefst 45 procent van de Europeanen zegt dat ze in hun leven helemaal niet aan lichaamsbeweging doen, wat het alomtegenwoordige probleem van inactiviteit op het hele continent benadrukt. Dit gebrek aan betrokkenheid heeft zorgwekkende gevolgen, aangezien een toename van lichamelijke activiteit mogelijk duizenden vroegtijdige sterfgevallen kan voorkomen en jaarlijks miljarden euro’s aan kosten voor de gezondheidszorg kan besparen.

Uit recente gegevens blijkt dat er grote verschillen zijn in het niveau van lichaamsbeweging tussen de Europese landen. Terwijl Finland met 19 procent het laagste percentage onvoldoende lichaamsbeweging heeft, staat Portugal bovenaan de lijst met een ontmoedigende 46 procent. In België geeft 39 procent aan nooit te bewegen. Dit verschil suggereert dat geografische factoren en culturele normen van invloed kunnen zijn op de deelname aan lichaamsbeweging. De Eurobarometer-enquête, uitgevoerd in 2022, gaat dieper in op dit fenomeen en biedt een momentopname van de huidige trends op het gebied van sport en lichaamsbeweging binnen de EU.

Factoren die lichaamsbeweging beïnvloeden

Interessant is dat geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en sociaaleconomische status lijken samen te hangen met beweeggewoonten. Vrouwen sporten of bewegen minder vaak dan mannen, net als ouderen en mensen met een lagere sociaaleconomische achtergrond. Jongere volwassenen tussen de 15 en 24 jaar zijn daarentegen het meest geneigd om regelmatig aan lichaamsbeweging te doen.

Motivaties om aan sport en lichaamsbeweging te doen, draaien voornamelijk om het verbeteren van de gezondheid (aangehaald door 54 procent van de respondenten), gevolgd door conditieverbetering (43 procent) en ontspanning (39 procent). Ondanks deze positieve drijfveren blijft er een belangrijke barrière bestaan: tijdgebrek. Meer dan 41 procent van de Europeanen noemt tijdgebrek als belangrijkste reden om niet aan sport te doen.

COVID-19 pandemie

De COVID-19 pandemie heeft ongetwijfeld invloed gehad op de trainingsroutines in heel Europa. Terwijl 34 procent van de respondenten aangaf minder vaak aan lichaamsbeweging te doen, stopte bijna 18 procent helemaal met sporten tijdens de pandemie. Dit benadrukt de aanzienlijke invloed van externe factoren op persoonlijke gezondheidskeuzes.

Volgens schattingen van de OESO kan meer lichaamsbeweging aanzienlijke economische voordelen opleveren door jaarlijks 7,7 miljard euro aan uitgaven voor gezondheidszorg te besparen. Het rapport benadrukt dat het bereiken van, de door de WHO, aanbevolen 150 minuten matig intensieve lichamelijke activiteit per week meer dan 10.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar zou kunnen voorkomen en de levensverwachting voor zowel inactieve personen als de totale bevolking zou kunnen verhogen.

Meer
11 uur geledendoor Joke Vereecken
Gisteren om 16 uurdoor Ulrike Vandamme
Lees meer...
03:00