In het kort
- Het Grondwettelijk Hof van België heeft het beroep van Netflix tegen de EU-regels verworpen.
- De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van lidstaten om het cultuurbeleid vorm te geven.
- Er wacht mogelijk een juridische strijd bij het Hof van Justitie van de EU, dat zal beslissen over het uiteindelijke lot.
Het Belgische Grondwettelijk Hof heeft Netflix een klap toegebracht door zijn juridische aanval op EU-regels die streamingdiensten verplichten lokale producties te financieren, af te wijzen. De zaak draait om een wetsdecreet uit 2023 van de Federatie Wallonië-Brussel, een van de drie federale gemeenschappen van België waar Franstalige inwoners wonen.
Het decreet verplichtte platforms als Netflix en Disney+ om hun investeringen in Franstalige content flink te verhogen, van 2,2 procent naar 9,5 procent van hun regionale omzet in 2027.
Op zoek naar duidelijkheid
Hoewel de Belgische rechtbank de wettelijke verplichting van de Federatie Wallonië-Brussel grotendeels bekrachtigde, stelde ze ook vragen bij de toepassing ervan, wat aanleiding gaf tot een verwijzing naar het Hof van Justitie van de EU voor opheldering.
De EU-richtlijn inzake audiovisuele mediadiensten (AVMSD) verplicht buitenlandse streamingdiensten om een deel van hun inkomsten te besteden aan lokale producties, maar laat de specifieke uitvoeringsdetails over aan de afzonderlijke lidstaten.
Een cruciaal moment
Deze uitspraak komt op een cruciaal moment, nu de EU haar AVMSD-richtlijn herbekijkt door verhoogde spanningen met de VS. Netflix en Disney+ stellen dat de investeringsverplichtingen die door Wallonië-Brussel worden opgelegd onevenredig zijn gezien de omvang van de regio en de beperkte creatieve gemeenschap, en beweren dat ze in strijd zijn met de principes van de EU-interne markt.
