In het kort
- Het ijs in Antarctica verdwijnt vooral op bepaalde kwetsbare plekken, niet overal op het continent.
- Warm oceaanwater is de belangrijkste oorzaak van het terugtrekken van de Antarctische ijskap.
- Hoewel 77 procent van de Antarctische kustlijn stabiel blijft, zijn voortdurende monitoring en maatregelen cruciaal.
Satellietgegevens laten zien dat Antarctica de afgelopen dertig jaar een gebied aan ijs heeft verloren dat ongeveer een derde van de oppervlakte van Nederland beslaat. Opvallend is dat meer dan 75 procent van de kustlijn in deze periode opmerkelijk stabiel is gebleven. Onderzoekers van de Universiteit van Californië hebben satellietbeelden uit 1996 vergeleken met recente beelden en ontdekten dat het smelten van het ijs op het Antarctische continent niet overal hetzelfde is. Terwijl het grootste deel van de kustlijn stabiel is gebleven, is er vooral in bepaalde kwetsbare gebieden veel ijs verloren gegaan.
Geconcentreerd ijsverlies
De belangrijkste focus van het onderzoek is de grondlijn, het punt waar het landijs en de oceaan elkaar ontmoeten. Wanneer deze lijn zich verder landinwaarts terugtrekt, verliest Antarctica zijn grip op het onderliggende gesteente, waardoor grote ijskappen afbreken en in zee stromen. “De grondlijn is onze gouden standaard voor het meten van de stabiliteit van de ijskap”, legt hoofdonderzoeker Eric Rignot uit. “We weten al dertig jaar hoe belangrijk deze lijn is, maar dit is de eerste keer dat we het hele Antarctische continent over zo’n lange periode in kaart hebben kunnen brengen.”
Gemiddeld trok de ijskap zich jaarlijks ongeveer 442 vierkante kilometer terug. In totaal smolt 12.820 vierkante kilometer bevroren ijs en kwam in de oceaan terecht, meer dan acht keer de oppervlakte van de Nederlandse provincie Utrecht. De meest ingrijpende veranderingen deden zich voor in West-Antarctica, met name rond de Amundsenzee en het Getz-gebied. Verschillende gletsjers zijn tientallen kilometers teruggetrokken. Zo is de Pine Island-gletsjer 33 kilometer teruggetrokken, de Thwaites-gletsjer 26 kilometer en de Smith-gletsjer maar liefst 42 kilometer.
Warm oceaanwater
Volgens Rignot is de belangrijkste boosdoener het relatief warme oceaanwater dat door veranderende windpatronen onder het ijs wordt geduwd. “Waar warm water de gletsjers bereikt, zien we de diepe wonden van Antarctica. Het is net als een ballon met lekken: alleen waar hij is doorboord, zit een gapend gat”, legt hij uit.
Voor dit baanbrekende onderzoek werd gebruikgemaakt van een indrukwekkende vloot satellieten, waaronder de Europese Sentinel-1, de Canadese RADARSAT-satellieten en commerciële radarsystemen. Deze werkten samen om dagelijks beelden van kritieke gebieden te leveren. Onderzoeker Bernd Scheuchl beschrijft het als een mijlpaal in het klimaatonderzoek. “De combinatie van decennialange gegevens van ruimtevaartorganisaties zoals NASA en ESA, samen met dagelijkse waarnemingen uit commerciële bronnen, luidt een nieuw tijdperk in voor poolmonitoring”, stelt hij.
Subtiele verschuivingen detecteren
Dankzij de constante stroom radarbeelden konden onderzoekers zelfs de meest subtiele verschuivingen in de grondlijn detecteren, zowel tijdens de zomermaanden als tijdens de lange poolnacht.
Interessant is dat de onderzoekers nog geen verklaring hebben gevonden voor de terugtrekkende grondlijn in sommige gebieden. De noordoostelijke kant van het Antarctisch Schiereiland vertoont bijvoorbeeld een terugtrekkende grondlijn, maar zonder duidelijk bewijs van warm oceaanwater in de buurt. “We zien vaak warm water in de buurt, maar niet aan de oostkust van het schiereiland”, zegt Rignot. “Er moet daar iets anders aan de hand zijn, hoewel het een groot mysterie blijft.” In deze regio zijn al verschillende ijsplaten ingestort en zijn gletsjers zoals Edgeworth, Boydell en Sjogren aanzienlijk teruggetrokken. Satellietgegevens laten zien dat dit systeem al een hele tijd onder druk staat.
Benchmark voor klimaatmodellen
De nieuw gemaakte kaart van de grondingslijn van Antarctica dient als benchmark voor klimaatmodellen die de toekomstige stijging van de zeespiegel voorspellen. “Modellen moeten deze dertigjarige reeks kunnen reproduceren. Als ze daarin slagen, is het een betrouwbaar model”, zegt Rignot. “Als ze falen, moeten onderzoekers de fysische aannames en ontbrekende randvoorwaarden opnieuw evalueren.”
Ondanks het alarmerende ijsverlies biedt de studie ook een sprankje hoop. Het feit dat 77 procent van Antarctica stabiel blijft, maakt het mogelijk om tegenstrijdige meetresultaten te begrijpen, met name die welke in Oost-Antarctica zijn waargenomen. “We moeten dankbaar zijn dat niet het hele continent tegelijkertijd reageert”, concludeert Rignot. “Want dan zouden de problemen veel groter zijn. Als we echter niet snel actie ondernemen, zou dat wel eens de volgende stap kunnen zijn.”
