In het kort
- De Belgische autoriteiten denken dat voormalig minister Didier Reynders en twee vertrouwelingen bijna een miljoen euro hebben witgewassen.
- Het onderzoek kijkt of Reynders geld witgewassen heeft via kunst- en vastgoedtransacties, met de hulp van een antiekhandelaar en een oud-topman van NMBS.
- Jean-Claude Fontinoy, een oude vriend van Reynders, wordt onder de loep genomen omdat hij eerder betrokken was bij grote rechtszaken.
Het onderzoek naar vermeende witwaspraktijken is uitgebreid naar twee vertouwelingen van voormalig minister Didier Reynders. Jean-Claude Fontinoy, voormalig hoofd van de NMBS, en Olivier Theunissen, kunsthandelaar, zijn nu verdachten in de zaak. Dat bericht onderzoeksmedium Nationale 4.
Vermeende betrokkenheid Reynders
Reynders zelf werd in oktober al als verdachte genoemd. Men beschuldigt hem ervan dat hij bijna een miljoen euro van twijfelachtige herkomst heeft witgewassen. Onderzoeksrechter Leroux onderzoekt of minstens 900.000 euro is ‘gewassen’ via een ING-rekening, producten van de Nationale Loterij of traditionele methoden zoals kunst en onroerend goed.
Reynders zei steeds dat het geld afkomstig was uit de verkoop van kunst. Hij had een hechte band met Theunissen, een 55-jarige antiekhandelaar, en werkte jarenlang nauw samen met Fontinoy, die bekend stond als zijn rechterhand. Volgens Franstalige media bezocht Fontinoy bijna dagelijks de winkel van Theunissen om meubels en klokken te kopen met contant geld.
Huiszoekingen en verhoren
Vorig jaar deden autoriteiten huiszoekingen bij zowel Theunissen als Fontinoy. De kunstgalerie van Theunissen aan de Regentschapsstraat in Brussel werd daarna doorzocht en gesloten. Tijdens recente verhoren kregen getuigen foto’s te zien van meubels en kunstwerken die mogelijk via Reynders, Fontinoy en/of Theunissen zijn verhandeld. Onderzoekers proberen vast te stellen of deze voorwerpen zijn gebruikt voor het witwassen van geld.
Fontinoy is geen onbekende in juridische kwesties. Zijn naam kwam de afgelopen jaren naar voren in enkele bekende zaken. Zo werd hij genoemd in Kazachgate, de politieke controverse rond de uitbreiding van de terugkoopwet in 2011 en de zaak van de Libische fondsen, waarbij bevroren Libische staatsactiva in België politieke en juridische vragen opriepen.
