In het kort
- Alexander Graham Bell vond 150 jaar geleden de telefoon uit, wat een revolutie betekende voor communicatie.
- Openbare telefooncellen, die in 1931 werden geïntroduceerd, maakten telefonie toegankelijker, maar raakten later in onbruik door de opkomst van mobiele telefoons.
- Operatie Decibel loste in 1995 een dreigend tekort aan telefoonnummers op door de introductie van tiencijferige codes.
Het eerste telefoongesprek vond 150 jaar geleden plaats toen uitvinder Alexander Graham Bell zijn assistent riep met de woorden: “Mr. Watson, kom hier. Ik wil u zien.” Die eenvoudige zin luidde het begin in van een communicatierevolutie die uiteindelijk ook België zou veranderen.
Niet lang na Bells uitvinding begon ook hier de ontwikkeling van telefonie. In de decennia daarna groeide de telefoon uit van een exclusief toestel voor de elite tot een alledaags communicatiemiddel.
Eerste telefoons in België
België maakte al snel kennis met de nieuwe technologie. In 1879 werd in het Belgische parlement de eerste telefoonlijn geïnstalleerd en kort daarna ontstonden de eerste lokale telefoonnetwerken. Aanvankelijk konden alleen rijke burgers en bedrijven zich een telefoon veroorloven. Gesprekken verliepen bovendien nog niet automatisch: telefonistes verbonden bellers handmatig via schakelkasten met kabels en stekkers.
De toestellen zelf waren groot en vaak aan de muur bevestigd. Rond 1900 verschenen bakelieten telefoons met een draaischijf, waardoor gebruikers zelf een nummer konden kiezen zonder tussenkomst van een telefoniste.
Van staatsnetwerk tot publieke telefooncellen
In de jaren 1880 begon de Belgische overheid een grotere rol te spelen in de ontwikkeling van het telefoonnetwerk. De staat nam geleidelijk het beheer van de netwerken over om een betere nationale dekking te garanderen. Na de Eerste Wereldoorlog moest het beschadigde netwerk opnieuw worden opgebouwd. In 1930 richtte België de Régie des Télégraphes et Téléphones (RTT) op, die het nationale telecomnetwerk beheerde.
Telefonie werd pas echt toegankelijk voor een breder publiek met de komst van publieke telefooncellen. In 1932 installeerde de RTT de eerste openbare telefoons in onder meer Brussel, Gent, Antwerpen en Luik. Later verschenen ook telefooncellen op straat. Door een muntstuk in te werpen konden mensen bellen, zelfs zonder eigen toestel.
Opkomst van gsm
Het aantal telefooncellen bleef groeien tot rond het jaar 2000, toen België er meer dan 18.000 telde. Maar de opkomst van de mobiele telefoon veranderde alles. Steeds meer mensen schakelden over op gsm’s en later smartphones. Daardoor verdwenen telefooncellen geleidelijk uit het straatbeeld. In 2015 werd de laatste Belgische telefooncel symbolisch verwijderd.
Vandaag gebruiken veel mensen hun smartphone vooral voor berichten, sociale media of apps. Toch blijft bellen een belangrijke manier om emoties en nuance over te brengen, iets wat tekstberichten vaak minder goed kunnen. De telefoon is in anderhalve eeuw dus geëvolueerd van een exclusief houten toestel tot een digitale alles-in-één tool die bijna iedereen dagelijks gebruikt.
