In het kort
- De Belgische autoriteiten ondernemen juridische stappen tegen twee mohels omdat ze besnijdenissen zouden hebben uitgevoerd zonder dat er gekwalificeerd medisch personeel aanwezig was.
- De zaak heeft tot internationale veroordeling geleid, waarbij joodse organisaties en functionarissen uit Israël en de VS de Belgische maatregelen bekritiseren als een schending van de vrijheid van godsdienst.
- Ondanks de kritiek houdt de Belgische regering vol dat het onderzoek voortkwam uit een klacht binnen de joodse gemeenschap en benadrukt ze de onafhankelijkheid van haar rechterlijke macht.
Het Openbaar Ministerie in Antwerpen is van plan juridische stappen te ondernemen tegen twee joodse rituele besnijders, ook wel mohels genoemd, omdat ze besnijdenissen zouden hebben uitgevoerd zonder dat er gekwalificeerd medisch personeel aanwezig was. Dit besluit volgt op een gerechtelijk onderzoek dat vorig jaar is gestart en dat heeft geleid tot huiszoekingen op meerdere locaties in Antwerpen. Het onderzoek richt zich op medische ingrepen die zouden zijn uitgevoerd door personen zonder erkende medische opleiding. Dat meldt Belga.
De openbare aanklagers stellen dat de besnijdenissen zijn uitgevoerd zonder dat er een gekwalificeerde arts bij betrokken was. Hoewel er tijdens de huiszoekingen niemand is gearresteerd, denken de aanklagers nu dat ze genoeg bewijs hebben om de Kamer van Inbeschuldigingstelling aan te bevelen de twee verdachten formeel in staat van beschuldiging te stellen en hun zaak naar de correctionele rechtbank te sturen. De mannen hebben nu toegang tot het dossier om zich voor te bereiden op de komende zitting.
Joodse organisaties reageren fel op onderzoek
De Kamer van Inbeschuldigingstelling zal de zaak op 18 juni achter gesloten deuren behandelen om te bepalen of een proces gerechtvaardigd is. Dit onderzoek heeft tot heftige reacties geleid bij joodse organisaties, zowel in België als internationaal.
De European Jewish Association (EJA), die Joodse gemeenschappen in heel Europa vertegenwoordigt, heeft de huiszoekingen veroordeeld en noemt ze intimidatie van mohels na het verbod op ritueel slachten. Ze zien dit als een zorgwekkende escalatie gericht tegen Belgische Joden en een waarschuwingssignaal voor de Belgische regering. De EJA meldde dat de politie tijdens de huiszoekingen besnijdenismessen in beslag nam en lijsten opvroeg van kinderen die het afgelopen jaar besneden waren, en beschouwt de operatie als een intimidatietactiek tegen Joodse religieuze leiders.
Zorgen over godsdienstvrijheid
Belgische joodse overkoepelende organisaties, FJO en CCOJB, hadden ook kritiek op de huiszoekingen. Ze noemden het een ernstige inbreuk op de godsdienstvrijheid en zeiden dat het voor veel onrust zorgt binnen de gemeenschap. De zaak heeft ook kritiek gekregen van Israëlische en Amerikaanse functionarissen.
De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Saar vergeleek België met Ierland en zei dat beide landen het strafrecht gebruiken om joden te vervolgen omdat ze hun geloof belijden. Hij riep de Belgische regering op om snel een oplossing voor de kwestie te vinden. De Amerikaanse ambassadeur in België, Bill White, sprak eveneens zijn sterke afkeuring uit. Hij beschreef de zaak als een schande voor België en voorspelde dat deze de reputatie van het land internationaal zou schaden. Hij drong er bij de regering-De Wever op aan om de certificering van rituele besnijdenis snel aan te pakken.
Minister verdedigt gerechtelijk onderzoek
De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot weerlegde de kritiek van Saar en White en wees op de onafhankelijkheid van de Belgische rechterlijke macht, waarbij hij opmerkte dat het onderzoek voortkwam uit een klacht binnen de joodse gemeenschap zelf. Hij deed beschrijvingen van de zaak als een poging om de joodse godsdienstvrijheid te ondermijnen af als lasterlijk.
